Vluchtelingenopvang

De burgemeesters willen antwoord: hoelang nog moeten zij Oekraïners opvangen?

Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen en tevens voorzitter van het Veiligheidsberaad, komt aan voor een overleg in Utrecht waar problemen met de opvang van vluchtelingen in het land worden besproken.  Beeld ANP / Jeroen Jumelet
Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen en tevens voorzitter van het Veiligheidsberaad, komt aan voor een overleg in Utrecht waar problemen met de opvang van vluchtelingen in het land worden besproken.Beeld ANP / Jeroen Jumelet

Hoe verloopt de opvang van Oekraïners in gemeenten? Vijf maanden lang volgde platform voor onderzoeksjournalistiek Investico het functioneren van dit nieuwe opvangstelsel. Het laatste deel van een driedelige serie.

Sylvana van den Braak en Michelle Salomons

“De opvang van Oekraïense vluchtelingen is een complex vraagstuk.” Premier Mark Rutte staat voor een blauw doek, achter het bekende spreekgestoelte. Achter hem dansen dit keer niet de witte letters ‘Samen krijgen we corona onder controle’, maar wappert er een Nederlandse vlag op het doek. Het is begin maart en de eerste Oekraïense vluchtelingen sijpelen Nederland binnen, tienduizenden zullen nog volgen.

De premier doet vrijwel meteen een beroep op de veiligheidsregio’s, in plaats van op de instanties die gewoonlijk vluchtelingen opvangen. “Het gaat om zulke grote aantallen, potentieel, dat dat echt vraagt om bredere afstemming”, verdedigt Rutte die keus. De lokale bestuurders zijn alleen nog nauwelijks op adem gekomen van de coronacrisis. Sommige ambtenaren zijn precies drie dagen op vakantie geweest of ze zijn weer nodig. Alweer een beroep op ons improvisatievermogen, terwijl het Rijk niks regelt, zegt Erik van Merrienboer, burgemeester van Terneuzen en voorzitter van de Veiligheidsregio Zeeland. “Maar wij zijn geen duizenddingendoekje.”

Speciale status

Oekraïense vluchtelingen zijn geen asielzoekers, ze worden daarom opgevangen door gemeenten in plaats van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (Coa). Ze hebben sinds maart recht op een speciale status in Europa en vrijwel dezelfde rechten als andere EU-burgers. Voor Trouw en De Groene Amsterdammer volgde platform voor onderzoeksjournalistiek Investico vijf maanden lang de strubbelingen met de opvang. Investico sprak met gemeenteambtenaren, Oekraïners, burgemeesters, zorgverleners en onderzoekers.

In de coronacrisis zijn de 25 veiligheidsregio’s uitgegroeid tot een belangrijke en machtige structuur, met als bekendste gezicht burgemeester van Nijmegen Hubert Bruls, de voorzitter van het Veiligheidsberaad. Daarvóór leiden ze een bestaan in de luwte, verantwoordelijk voor brandweer en geneeskundige hulp bij rampen en crises. In feite zijn het niet meer dan samenwerkingen tussen gemeenten. Opvang organiseren blijkt heel andere koek. Veiligheidsregio’s kunnen zelf geen locaties inrichten, want ze hebben amper eigen personeel en bezitten geen grond of vastgoed. Bovendien kan de minister van justitie en veiligheid, Dilan Yeṣilgöz-Zegerius, hen niet verplichten tot deze taak.

Het kabinet bedenkt daarom iets anders. Eind maart blaast Yeṣilgöz een noodwet uit de jaren vijftig nieuw leven in, waarmee burgemeesters formeel verantwoordelijk worden. De 25 regio’s mogen alles in goede banen leiden. Binnen een paar weken is de opvang door het kabinet volledig uitbesteed.

Permanente crisis

De meistorm slaat het houten raam heen en weer tegen het kozijn. Hubert Bruls frutselt er wat aan, zet het vast en gaat vervolgens aan een grote ronde tafel zitten in zijn Nijmeegse kantoor. De oorlog in Oekraïne is drie maanden oud en Bruls vindt het tijd voor helderheid uit Den Haag. Hoelang moeten de gemeenten en de regio’s de opvang nog blijven doen? Als je alles maar op z’n beloop laat, wordt het lelijk, voorspelt hij.

Neemt niet weg dat Bruls trots is op de geleverde prestaties. Met z’n allen hebben ze toch in een paar maanden tijd vijftigduizend plekken geregeld. Oude kantoorpanden zijn omgetoverd tot grootschalige opvanglocaties en gemeenteambtenaren hebben deals gesloten met eigenaren van bungalowparken, zodat vluchtelingen daar een paar maanden kunnen verblijven. Opvang is meer dan alleen huisvesting, en daarom zijn ambtenaren sinds maart ook op jacht naar lege klaslokalen, Oekraïense tolken, en huisartsen die een uurtje per week over hebben. Die zoektocht liep in flink wat gemeenten snel spaak, want beschikbare huisartsen en lege klaslokalen waren er simpelweg vaak niet.

De doorgewinterde burgemeester Bruls is kritisch op de aansturing van de crisis door het Rijk. Tien jaar is hij nu burgemeester van de gemeente Nijmegen en sinds zes jaar is hij de voorzitter van het Veiligheidsberaad. “We hebben een plan voor de lange termijn nodig”, zegt hij. Dat zo’n plan er in april nog niet lag, begrijpt hij. Maar dat hij en zijn collega’s nu nog steeds niet weten waar ze na de zomer aan toe zijn? “Gemeenten weten niet of ze moeten investeren in betere huisvesting, of ze Oekraïners moeten helpen met het vinden van langdurig en passend werk. Zetten we erop in dat een deel in Nederland blijft? En moeten wij ze dan blijven ondersteunen? Dit zijn visionaire keuzes die nu niet worden gemaakt.”

‘Nederland blijft de afgelopen jaren vaker te lang in de crisisstand hangen’

Het raam klappert opnieuw tegen het kozijn, maar Bruls praat ongestoord verder. Al maanden vraagt hij om extra ondersteuning, maar krijgt het tot zijn frustratie maar niet. “Waarom staan mijn juristen en onze GGD-medewerkers in de sporthallen te helpen, en niet de ambtenaren van het Rijk?” Ook Jan de Vries, burgemeester van Sliedrecht, vraagt Den Haag samen met andere burgemeester al ‘heel lang’ om met ‘handjes te komen’. “Help ons in de uitvoering van deze rollen en taken. Het Rijk heeft duizenden ambtenaren.”

Veiligheidsregio’s zijn er om te handelen tijdens de eerste fase van een crisis, benadrukt de voorzitter van veiligheidsregio Zeeland, Erik van Merrienboer. “Dat was ook de indruk die wij in eerste instantie kregen: wij moesten tweeduizend plekken regelen en de landelijke overheid zou het daarna overnemen.” Logisch, zegt hij, want op een gegeven moment moet je het werk van de nooddiensten weer overdragen, zodat er kan worden nagedacht over oplossingen voor de komende jaren.

Nederland blijft de afgelopen jaren vaker te lang in de crisisstand hangen, ziet Erwin Muller. Hij is hoogleraar veiligheid en recht aan de Universiteit van Leiden en evalueerde twee jaar geleden de inzet van veiligheidsregio’s. Hij is kritisch op het feit dat de hele opvang van Oekraïners nu al maanden vanuit een noodwet wordt aangestuurd. “Door het in een crisismodus te trekken, kom je niet tot structurele oplossingen.” Volgens hem is het vooral lastig een crisis tot beëindigd te verklaren. “Wanneer is de brand uit? Is dat als er dagelijks minder dan duizend vluchtelingen binnenkomen, of pas bij honderd? Dat moet je in dit geval zelf definiëren.”

‘Ons eigen Lampedusa’

Bij burgemeesters door heel het land leeft de vraag hoelang zij de opvang nog moeten regelen. “Het beroep op ambtenaren die eigenlijk ander werk moeten doen, duurt wel erg lang”, zegt Bruls. Maar hij ziet ook niet zo snel een alternatief. “Er is geen simpele oplossing. De Rijksorganisatie voor en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (Coa) is overbelast, die heeft al moeite om de eigen vluchtelingenstroom op te pakken.”

Bruls snijdt hiermee een pijnlijk punt aan. Waar het kabinet in maart optimistisch hoopte dat de opvang van Oekraïners niet ten koste zou gaan van de opvang van asielzoekers, dreigt het in praktijk een onontwarbare kluwen te worden. In aanmeldcentrum Ter Apel slapen de mensen in de loop van het voorjaar steeds vaker buiten, op stoelen of onder provisorische tenten. Het Rode Kruis waarschuwt in juni voor een ‘onmenselijke en onhoudbare situatie’. De burgemeester van Groningen, Koen Schuiling, doopt Ter Apel om tot ‘ons eigen Lampedusa’, in een verwijzing naar het overvolle opvangkamp in Italië.

Sommige gemeenten willen wél Oekraïners opvangen, maar geen extra asielzoekers. Al wringen veel gemeenten zich in bochten om én Oekraïners én extra asielzoekers te huisvesten. Daarnaast moeten ze ook nog ‘gewone’ huisvesting regelen voor mensen die al langer een status hebben, maar nog steeds in Ter Apel verblijven.

Een Blokkerpand en een riviercruiseschip

In Gouda verblijven de twee verschillende groepen vluchtelingen op slechts twee kilometer afstand van elkaar. De Oekraïners wonen in een omgebouwd oud Blokkerpand op kamers, Syriërs en Jemenieten zitten op een riviercruiseschip. Zij moeten een kamer delen met een vreemde.

Hoewel de vluchtelingen op het schip niet meteen mogen werken, heeft een aantal van hen inmiddels een manier gevonden om de dag te besteden. Een paar keer per week zijn ze in het oude Blokkerpand van de Oekraïners te vinden, vertelt de locatiemanager van het Coa, Norisa Jaada. Ze hebben daar bedden en kasten in elkaar geschroefd, en alles helpen opbouwen. “Een van hen heeft in Oekraïne gestudeerd en spreekt de taal, hij helpt vier dagen per week als vertaler.” De Syrische en Jemenitische vrijwilligers krijgen hiervoor niet betaald, gewoon werken wordt ze de eerste zes maanden namelijk verboden.

Burgemeester van Gouda Pieter Verhoeve krijgt er weleens buikpijn van. “De souplesse waarmee wij van alles en nog wat mogen regelen voor Oekraïners zou ik de vluchtelingen uit Syrië en Jemen ook gunnen.”

‘Het is van de gekke dat we alles uit de kast halen voor Oekraïners terwijl anderen niet zo warm worden ontvangen’

De andere behandeling van Oekraïners knelt bij meer mensen. Remco Schellevis, ambtenaar bij de gemeente Dordrecht, snapt zakelijk gezien wel dat de twee processen niet gemengd worden, want ‘dat kunnen gemeenten nooit aan’. Maar als hij zijn ambtenarenpet afzet, voelt dat heel anders. “Het is van de gekke dat we dit uit de kast halen voor Oekraïners, terwijl andere groepen uit net zulke schrijnende situaties komen en niet zo warm worden ontvangen.”

Bruls heeft het al eerder meegemaakt. Hij zag in 2015 al hoe de vluchtelingenopvang vastliep. Veel Syriërs kwamen toen naar Nederland en gemeenten konden zich vrijwillig aanbieden om te helpen. “Dat werkte niet, zo’n ingewikkeld vraagstuk kun je niet op spontane krachten regelen. Daarna is besloten dat we ons beter moeten voorbereiden op plotselinge stromen vluchtelingen. Maar er is niks van terechtgekomen”, zegt Bruls in mei. Daarom zit Nederland volgens hem alweer maanden te rommelen en verkeert het Coa in precies dezelfde situatie als toen.

Begin juli stijgt de crisissfeer bij de gemeenten en de veiligheidsregio’s achter de schermen tot een kookpunt. Het kabinet heeft in juni de toestand in Ter Apel met de opvang van asielzoekers óók tot een officiële crisis omgedoopt. Opnieuw kijkt Den Haag naar de gemeenten en de lokale bestuurders. Bruls en zijn collega’s krijgen het dringende verzoek bijna zesduizend extra noodopvangplekken te zoeken. “Maar dat is niet onze taak”, benadrukt Bruls keer op keer. Toch slagen ze erin, na dagen vergaderen. De Nijmeegse burgemeester weet dit keer wel extra ondersteuning af te dwingen, het ministerie belooft in totaal 750 extra ambtenaren uit te lenen. Tenminste, als de ambtenaren dat zelf willen, want de minister zegt ze niet te kunnen dwingen. De beloofde ambtenaren laten op zich wachten.

Ultimatum

Op 18 juli stuurt Bruls een ultimatum naar premier Rutte: tot 1 oktober zullen de regio’s bijspringen in de asielzoekersopvang en niet langer. Hij schrijft dat er een grens zit aan wat gemeenten kunnen doen om het Rijk te blijven ondersteunen. Lokale ambtenaren staan al lange tijd onder zeer grote druk. “Het is ook niet humaan deze vorm van opvang voort te zetten”, schrijft hij.

Wat betreft de Oekraïners zegt Bruls nu dat het weleens ‘nijpend’ kan gaan worden. De veiligheidsregio’s hebben op dit moment ruim 60.000 plekken voor deze vluchtelingen, maar die lopen langzaam vol. Het uiteindelijke doel is 75.000 bedden.

“Dat legt een enorm beslag op gemeenten”, herhaalt Bruls. Al heeft het Rijk inmiddels meer geld toegezegd, waarmee gemeenten extra mensen kunnen inhuren om de boel draaiende te houden.

“Eigenlijk moet het Centraal orgaan opvang asielzoekers versterkt worden”, zegt Bruls. Die organisatie moet wat hem betreft ook verantwoordelijk worden voor de opvang van Oekraïners. “Maar ik zie dat niet snel gebeuren.”

Hoelang de oorlog in Oekraïne nog gaat duren weet niemand, Oekraïners mogen in ieder geval tot maart 2023 in Nederland wonen en werken. Bruls waarschuwt dat, mochten er meer plekken nodig zijn dan de nu toegezegde 75.000, de veiligheidsregio’s dat waarschijnlijk niet meer niet kunnen regelen.

Dit verhaal is mede mogelijk gemaakt door steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (fondsbjp.nl)

Lees ook de eerste twee delen van deze serie:

Hoe pakken gemeenten de opvang van Oekraïners aan? ‘Los het zelf maar op, kregen we van het Rijk te horen’

Hoe verloopt de opvang van Oekraïners in gemeenten? Vijf maanden lang volgde platform voor onderzoeksjournalistiek Investico het functioneren van dit nieuwe opvangstelsel. Het eerste deel van een driedelige serie: hoe gemeenteambtenaar Emile de Kok halsoverkop coördinator opvang werd.

Wie wijst Oekraïense vluchtelingen de weg in het Nederlandse zorgdoolhof?

Hoe verloopt de opvang van Oekraïners in gemeenten? Vijf maanden lang volgde platform voor onderzoeksjournalistiek Investico het functioneren van dit nieuwe opvangstelsel. Het tweede deel van een driedelige serie: hoe Michailo bijna verdwaalt in het Nederlandse zorgsysteem.

null Beeld
Beeld

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden