Zicht op de kastanje in de binnentuin vanuit het Achterhuis waar Anne Frank verscholen zat.

ProfielArnold van den Bergh

De bescheiden notaris van de Oranje Nassaulaan

Zicht op de kastanje in de binnentuin vanuit het Achterhuis waar Anne Frank verscholen zat.Beeld AP

Notaris Arnold van den Bergh (1886-1950) wordt opnieuw aangewezen als vermoedelijke verrader van de familie Frank. Hij werd omschreven als een rustige, bescheiden man.

Joost van Egmond

“Uw schuilplaats te Amsterdam werd indertijd medegedeeld aan de Jüdische Auswanderung te Amsterdam, Euterpestraat, door A. van den Bergh, destijds woonachtig nabij het Vondelpark, O. Nassaulaan.” Dit anonieme briefje aan vader Otto Frank vestigt al decennia geregeld de aandacht op notaris Van den Bergh.

Hij was er de man niet naar om die aandacht zelf te zoeken. Mirjam Bolle, de secretaresse van de Joodse Raad, heeft aanvankelijk geen herinneringen aan hem. Als de onderzoekers van het zelfbenoemde coldcaseteam doorvragen, noemt ze hem ‘gereserveerd’ en ‘bescheiden’, staat in hun boek te lezen.

‘Uiterlijke geslotenheid’, waarachter een bijzondere vriendelijkheid en goedheid schuilging, was wat de verslaggever van het Nieuw Israëlitisch Weekblad optekende van collega-notaris C.E. Masee bij Van den Berghs begrafenis.

Notaris in de oorlogsjaren

Zeker is dat Van den Bergh een vooraanstaand notaris was in Amsterdam. Berucht werd hij als de vereffenaar van de kunstcollectie van Jacques Goudstikker in 1940. Deze Joodse kunsthandelaar was bij de Duitse inval Nederland ontvlucht en onderweg omgekomen, en Van den Bergh kreeg mede de taak die collectie te verkopen aan Alois Miedl, een persoonlijke vriend van topnazi Hermann Göring. Na de oorlog, toen de erven Goudstikker om restitutie vroegen, getuigde Van den Bergh nog dat de transacties zonder dwang tot stand waren gekomen.

Van den Berghs invloedrijke positie bracht hem in 1941 in de Joodse Raad. Dit orgaan werd in opdracht van de Duitse bezetters opgericht als aanspreekpunt voor de Joodse gemeenschap. Er waren zo’n twintig leden, allen vooraanstaande leden van de Joodse gemeenschap. De raad was vanaf het begin omstreden, zo weigerde hoogleraar Herman Frijda principieel om toe te treden tot het orgaan.

Wat Van den Bergh precies deed in de raad is niet duidelijk. Hij woonde een aantal vergaderingen bij, bevestigt secretaresse Bolle aan het onderzoeksteam als ze de papieren erbij pakt. Als in september 1943 de raad wordt opgeheven, verdwijnt Arnold van den Bergh verder uit beeld. Zijn notariaat heeft hij dan al moeten overdragen, maar hij en zijn gezin lijken wel in bezit van een pas die hen behoedt voor deportatie.

Actief in het verenigingsleven

Van den Bergh overleefde de oorlog. De notaris bleef in de naoorlogse jaren actief in de Joodse gemeenschap in Nederland. Hij was onder meer voorzitter van de Joodse Invalide, een verpleeginstelling voor ouderen en gehandicapten in Amsterdam, en van de NIISA, de Nederlands-Israëlitische Instelling voor Sociale Arbeid. Hij overleed in Londen in 1950 aan kanker, 64 jaar oud.

Na zijn dood werd nog enkele keren onderzoek gedaan naar de anonieme aantijging over de notaris die bij Otto Frank was bezorgd. De Rijksrecherche schoof de tip terzijde omdat aan Van den Berghs integriteit ‘niet hoefde te worden getwijfeld’. Wie de schrijver van het briefje was, is tot op de dag van vandaag niet bekend.

Lees ook:

Coldcaseteam wijst vermoedelijke verrader Anne Frank aan, historici reageren kritisch. ‘Dit is moreel niet zo wenselijk’

Een internationaal coldcaseteam deed jarenlang onderzoek naar het verraad van Anne Frank en de andere onderduikers in het Achterhuis. ‘Zeer waarschijnlijk’ was de Joodse notaris Arnold van den Bergh de verrader, zeggen zij, maar historici hebben grote reserves.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden