BersiapInterview

De bersiap was ook een kluwen aan geweld

Indonesische nationalisten in november 1945.
 Beeld Collectie Rijksmuseum
Indonesische nationalisten in november 1945.Beeld Collectie Rijksmuseum

De bersiap, een gruwelijke tijd voor vooral veel Indische Nederlanders, is complexer dan gedacht. ‘Hij sleurde iedereen mee die de wording van de republiek in de weg stond.’

Jeroen den Blijker

Lange tijd was het verhaal van de bersiap overzichtelijk. Aan de ene kant had je de slachtoffers van de gruwelijke geweldsexplosie bij de geboorte van de Republiek Indonesië in 1945. En aan de andere kant de daders: de naar schatting 2 miljoen jonge vrijheidsstrijders, pemuda’s, met hun bamboe speren, messen, krissen en later ook geweren.

Hun slachtoffers waren vooral Nederlanders van Nederlands-Indonesische afkomst, die tijdens de Japanse bezetting niet in kampen waren geïnterneerd. Zij waren vogelvrij en moesten het revolutionair geweld van intimidatie, afpersing, mishandeling en moord over zich heen laten komen. Hun lot was dus anders dan dat van de witte Europeanen (vooral Nederlanders), die nog wat veiligheid geboden kon worden met een langer verblijf in die voormalige Japanse kampen, waar deze totoks tijdens de oorlogsjaren door de Japanse bezetter in waren opgesloten.

Maar klopt dat dader-slachtofferbeeld? In hun nieuwe studie nuanceren de historici Esther Captain en Onno Sinke van het Koninklijk Instituut voor taal- land en volkenkunde (KITlv) het in ieder geval sterk. De bersiap is veel ‘gelaagder’ dan gedacht, concluderen zij.

Hun studie is onderdeel van de vorige week verschenen boekenreeks over geweld van Nederlandse strijdkrachten in Indonesië. “Het geweld van de bersiap was echt breder. Het was dus zeker géén eenrichtingsverkeer, uitsluitend gericht op Nederlanders, Indo-Europeanen en Molukkers, die door de vrijheidsstrijders vereenzelvigd werden met een poging tot herstel van het door hen gehate koloniale bestuur”, zegt Captain.

Evenmin was er alleen sprake van etnisch geweld, specifiek op hen gericht. “Uit de verhalen van overlevenden blijkt dat ze dat vaak wel denken. Dat is vanuit hun eigen ervaring begrijpelijk. Maar de eerste fase van de Indonesische revolutie, de bersiap, sleurde iedereen mee die de wording van de republiek in de weg stond.”

Geweld tegen allerlei groepen

“Het Indonesisch geweld keerde zich ook tegen de verslagen, ontwapende Japanners en gevangen genomen Britse en het Brits-Indische militairen. En niet te vergeten tegen allerlei minderheden zoals Chinezen”, voegt Onno Sinke eraan toe. De Britten, winnaars van de Tweede Wereldoorlog, waren in de voormalige Nederlandse kolonie beland om een machtsvacuüm te voorkomen. Ze werden door de revolutionaire strijders vooral gezien als kwartiermakers voor de Nederlanders, die pas in de loop van 1946 weer militair en bestuurlijk een vuist konden maken in de oude kolonie.

Om het dader-slachtofferverhaal nog ingewikkelder te maken: er is ook fors geweld gebruikt door andere kant. Zo vormden in Jakarta en Bandung bijvoorbeeld jonge Indo-Europeanen, Molukse, Menadonese en voormalig Nederlandse Knil-militairen strijdgroepen. Die gingen soms ook ‘zonder directe of met gezochte aanleiding over tot extreem geweld tegen Indonesische burgers’, staat in het boek van Sinke en Captain. Ze beschrijven bijvoorbeeld hoe in 1945 op Zuid-Sulawesi de spanningen enorm opliepen tussen Molukse Knil-militairen enerzijds en de pemuda’s en andere Indonesiërs anderzijds, wat tientallen burgers het leven kostte. Het was wraakzucht en extreem geweld, over en weer. Maar hoe intens dat geweld was, kon per plek of eiland van de archipel variëren.

Bersiap-onderzoeker Esther Captain
 Beeld Suzanne Liem Photography
Bersiap-onderzoeker Esther CaptainBeeld Suzanne Liem Photography

Sinke: “De meeste slachtoffers van de bersiap vielen op Java en op Sumatra. Dat waren vooral burgers en ontwapende Britse en Japanse militairen. Maar op Ambon bijvoorbeeld was het gezag van het Nederlands bestuur en de militaire autoriteiten snel na 1945 hersteld. Vrijheidsstrijders kregen er zo geen kans. Desondanks zie je daar toch geweld, van geremobiliseerde Knil-militairen, tegen geïnterneerde Japanse militairen. Al is dit wel veel minder omvangrijk dan het Indonesische geweld op Java en Sumatra.”

De Knil-militairen waren uitgeput

Er zijn wel enkele verklaringen voor het Knil-geweld aan te voeren. De Knil-militairen waren psychisch en fysiek vaak uitgeput na drieënhalf jaar Japanse gevangenschap, aldus beiden historici. Ze maakten zich vaak grote zorgen over het lot van hun families en hadden bovendien in de koloniale tijd geleerd, dat hard en gewelddadig optreden effectief zou zijn om de ‘opstandige’ bevolking weer in het gareel te krijgen.

“Op Kalimantan zie je juist dat de Chinezen provocerend optreden”, vervolgt Sinke. “Zij voelden zich verbonden met het nationalistische China. Dat riep weerstand op bij de Indonesiërs, waarop de ellende losbrak. En op Java-Sumatra ging op een gegeven moment het geweld écht alle kanten uit: daar heb je meerdere betrokken partijen: Japanners, Britten, de Nederlanders, Indonesiërs – en binnen de laatste categorie zijn er dan ook nog allerlei facties.” Lang niet altijd zijn, ruim vijfenzeventig jaar na dato, oorzaak en gevolg te onderscheiden: het was te vaak een kluwen aan geweld.

Bersiap-onderzoeker Onno Sinke. Beeld rv
Bersiap-onderzoeker Onno Sinke.Beeld rv

Captain wijst op nog een ander fenomeen: bendes en criminelen die, onder het vaandel van nationalisme, burgers afpersten, bedreigden of desnoods vermoorden. Economisch ging het immers al lang slecht met Indonesië. Tijdens de oorlog had de Japanse bezetter bijvoorbeeld de boeren verplicht tot leveranties van rijst, wat armoede in de hand werkte. In het land waren de standsverschillen, door 350 jaar kolonialisme, sowieso groot. Captain: “Mensen hadden honger, een deel van hen ging op rooftocht. Als je dan kon zeggen: ik doe het voor de revolutie, dan klinkt dat natuurlijk altijd mooi. Wie nog een nog appeltje te schillen had met een rijkere buurman, een Nederlander of Chinees die meer kansen heeft gehad in koloniale samenleving, kon wraak nemen.” Ook die verhalen horen bij de bersiap, vindt zij, óók omdat dat bijdroeg aan het gevoel van de slachtoffers dat etniciteit er wel degelijk toe deed.

Ongeveer 6000 duizend Nederlandse slachtoffers

Hoeveel mensenlevens deze maandenlang durende strijd over en weer heeft gekost, houdt historici en nabestaanden al lang bezig. De schattingen variëren van 3500 tot wel 30.000 aan Nederlandse zijde. Ook Sinke en Captain doen een duit in het zakje, voor het eerst gebaseerd op onderzoek in de archieven: om en nabij de zesduizend slachtoffers. Sinke: “Vast staat dat er 3723 bevestigde doden aan Nederlandse kant zijn. Dat is een aantal dat ongeveer overeenkomt met het aantal dat Lou de Jong heeft genoemd in zijn standaardwerk over ons koninkrijk in de Tweede Wereldoorlog. Dit was gebaseerd op de cijfers die al tijdens de oorlog bekend waren in Nederland.” Het aantal bleek traceerbaar in het bestand van bijvoorbeeld de oorlogsgravenstichting en archieven, maar ook aan de hand van aanvragen voor de oorlogswetten, bijvoorbeeld de WUBO, de wet uitkering burger oorlogsslachtoffers.

Daarnaast tellen Sinke en Captain de 2000 personen mee die in december 1949 nog als vermist geregistreerd stonden en waarvan het waarschijnlijk is dat ze niet meer in leven waren.

Republikeinse troepen keren terug naar Yogyakarta, juni 1949. Mohammad Toha, aquarel op hardboard. Beeld Collectie Rijksmuseum
Republikeinse troepen keren terug naar Yogyakarta, juni 1949. Mohammad Toha, aquarel op hardboard.Beeld Collectie Rijksmuseum

Zo is het duo nagegaan waar eerdere getallen op gebaseerd waren. De Amerikaanse Indonesië-kenner William H. Frederick, die het aantal van 30.000 noemde, baseert zich onder andere op extrapolaties en naar eigen zeggen ‘op intuïtie op basis van jarenlang archiefonderzoek’, zegt Captain. “Maar dat is niet-feitelijk.”

De Nederlandse bersiap-specialist Herman Bussemaker kwam in 2005 op 20.000 slachtoffers. “Daarvoor extrapoleerde hij het aantal slachtoffers van Jakarta voor geheel Java. Terwijl we inmiddels weten dat de bersiap in Jakarta niet goed vergelijkbaar is met de rest van Java.” Maar eerlijk is eerlijk, Bussemaker zei ook: “Wie betere cijfers heeft, mag het zeggen.”

Gissen naar het aantal Indonesische slachtoffers

“Voor Indonesische zijde is het aantal slachtoffers helemaal moeilijk vast te stellen”, zegt Sinke. “Er is wel een Indonesische organisatie die allerlei oorlogsgraven beheert en die online een overzicht had geplaatst met heldenbegraafplaatsen. We hebben gezocht naar namen en data van overlijden, maar daarbij kwamen we uit op in totaal enkele honderden slachtoffers. Dat kan nooit het totale beeld zijn. Het is ook extreem lastig om het échte slachtofferaantal aan Chinese zijde te vinden. Dat wordt nu wel geschat op 10.000 doden, alleen op Java, voor de periode 1945-1949. Misschien is er in Indonesië nog een archief van een Chinese organisatie, die dit heeft bijgehouden – maar dat op zich is al een apart onderzoek waard.”

Het is in ieder geval niet zo dat Indonesië onderzoek naar de bersiap taboe heeft verklaard – bijvoorbeeld omdat het de rol van de vaak zo verheerlijkte vrijheidsstrijders in een kwaad daglicht zou kunnen stellen. “Wij werkten voor ons onderzoek ook samen met historici van de universiteit Gadjah Mada in Yogyakarta – tenminste, de eerste twee jaar, toen er nog geen sprake was van corona”, zegt Captain. “De term bersiap, zoals hier gebruikt, is in Indonesië minder gangbaar. Daar wordt onder andere gesproken over gedoran, Indonesisch voor ‘kloppen op een deur’ maar ook ‘plunderen’, een naam voor onderling Indonesisch geweld wat veel zegt over het Indonesisch, nationalistische perspectief: deze bloedige periode wordt nadrukkelijk gezien als start van de vrijheid, waarbij traditioneel gesproken minder oog was voor Nederlandse slachtoffers. Maar dat is met de nieuwe generatie historici wel aan het veranderen.”

Sinke: “In recente Indonesische historische standaardwerken wordt deze periode ook beschreven, ook onder de naam bersiap. En zo staat ook Abdul Harris Nasution, een belangrijk Indonesisch generaal en schrijver, stil bij het geweld van Indonesische zijde tegen Nederlanders.”

Maar goed, besluit hij, “je kunt nooit zeker zeggen dat alle doden zijn geteld. Toch, wij hebben wel voor een stevig fundament gezorgd onder onze cijfers. De marges zijn daarmee aanmerkelijk kleiner geworden. Dat is ook voor de Indische gemeenschap hopelijk belangrijk.”

Wat is de bersiap?

De bersiap is de start van de Republiek Indonesië. Zo’n twee miljoen revolutionaire jonge strijders vochten toen tegen alles was wees op een mogelijk herstel van het oude Nederlands-Indië. Dat herstel stond Nederland voor ogen, nadat de Japanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog een eind had gemaakt aan 350 jaar koloniaal bestuur.

De revolutionaire jongeren schaarden zich achter Soekarno, de eerste president Indonesië. Hij riep op 17 augustus 1945 zijn republiek uit, handig gebruik makend van het machtsvacuüm dat was ontstaan met de Japanse capitulatie. Ondanks grof militair geweld lukte het Nederland uiteindelijk niet de oude koloniale orde te herstellen. Het onderzoek van Captain en Sinke maakt het beeld van de bersiap diverser: veel meer partijen gingen zich te buiten aan geweld, dus niet alleen de revolutionaire strijders.

Esther Captain en Onno Sinke, ‘Het geluid van geweld. Bersiap en de dynamiek van geweld tijdens de eerste fase van de Indonesische revolutie 1945-1946. Uitgeverij AUP, verschijningsdatum 24 maart 2022, €24,99

Lees ook:

Geweld tegen Nederlanders begon met losse clubjes

Indonesische revolutionaire groepen riepen op tot geweld tegen Nederlanders en andere buitenlanders. Politiek leiders als Sukarno en Hatta hadden er nauwelijks greep op, blijkt uit onderzoek.

Lees ook:

‘Moord op Nederlanders in Indië was genocide’

De moord op duizenden Nederlanders en Indo’s in Nederlands-Indië vlak na de capitulatie van Japan is het best aan te duiden als genocide. Dat stelt de Amerikaanse Indonesië-kenner William H. Frederick in een artikel van Journal of Genocide Research.

Lees ook:

Hoge prijs voor loyaliteit van Indo’s

Buitenkampers vormen een grote, maar vergeten groepdie tijdens de oorlog en Bersiapperiode in Nederlands-Indië zwaar heeft geleden. Over ’het erge’ praten ze alleen in eigen kring.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden