null Beeld Nanne Meulendijks
Beeld Nanne Meulendijks

Maatschappelijke vorming

Burgerschapsonderwijs is méér dan een les over Oekraïne

Basisscholen vinden het in hun burgerschapsonderwijs moeilijk om maatschappelijke onderwerpen te bespreken, constateert de Onderwijsinspectie. Actualiteiten zoals de oorlog in Oekraïne zijn daarvoor een mooi aanknopingspunt, maar de vraag blijft: wat willen we op de leerlingen precies overdragen?

Laura van Baars

Op verzoek van veel basisscholen gaat de les Nieuwsbegrip deze week over de oorlog in Oekraïne. De groepen 6,7 en 8 krijgen iedere week een tekst over de actualiteit om hun woordenschat en leesvaardigheid te prikkelen. Het nieuws is tegelijkertijd een manier om leerlingen te betrekken bij de samenleving en de wereld om hen heen. ‘Waarom is president Poetin deze oorlog begonnen?’, krijgen leerlingen uitgelegd. En: ‘Wat vinden andere landen ervan?’ De redactie van Nieuwsbegrip, die het lesmateriaal mede op aanvraag van scholen ontwikkelt, biedt overigens ook iets aan voor scholen die de oorlog te zwaar vinden: voor hen is er de alternatieve les ‘Vogels kijken via webcams’.

Maar op obs De Triolier in Budel kiezen ze voor de oorlog. “Oekraïne is natuurlijk een onderwerp dat je móet bespreken in de klas”, zegt schoolleider Karl Smits. “Zeker in de bovenbouw zullen leerlingen vragen hebben.” De methode Nieuwsbegrip is een handvat om leerlingen op te leiden in ‘burgerschap’. Een les over de oorlog in Oekraïne kan een goed aanknopingspunt zijn om kennis over te dragen over politiek, of culturele verschillen en overeenkomsten. Maar het zou leerlingen ook kunnen laten nadenken over solidariteit met andere mensen: zou je vluchtelingen opvangen of helpen?

Maatschappelijke houding

De Inspectie van het onderwijs vindt burgerschap op school net zo’n belangrijk vak als rekenen en taal. Terwijl voor rekenen en taal dankzij toetsen en talloze leermethodes vrij makkelijk kan worden vastgesteld hoe goed leerlingen het beheersen, is dat voor burgerschap ontzettend lastig. “Kennis van staatsinrichting of geschiedenis kun je wel meten”, zegt Smits. “Maar deze lessen moeten uiteindelijk ook leiden tot een maatschappelijke houding. En hoe toets je die?”

Deze week stelde de Inspectie van het onderwijs vast dat de burgerschapsvaardigheden van leerlingen in groep 8 van het basisonderwijs tussen 2009 en 2020 verslechterd zijn. ‘Burgerschapscompetenties’ zijn de kennis, vaardigheden en houdingen die nodig zijn om op een goede manier om te gaan met anderen, om bij te dragen aan de samenleving, de democratie en de gemeenschappen waarin we leven. De inspectie heeft hiervoor enquêtes uitgevoerd onder leerlingen, leerkrachten en schoolleiders op 94 scholen, en verdiepende interviews uitgevoerd. Uit het resultaat blijkt dat scholen veel aandacht besteden aan de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen, en ook aan hun sociale omgang met elkaar, maar het lastiger vinden om over maatschappelijke onderwerpen te spreken.

Actualiteiten als de oorlog in Oekraïne, de moord op Peter R. de Vries of grensoverschrijdend gedrag bij The Voice kunnen natuurlijk een kans zijn om maatschappelijke thema’s in de klas te bespreken. Door met Nieuwsbegrip te werken, Schooltv of het Jeugdjournaal aan te zetten, heb je daarvoor een handig instrument. “Maar”, zegt Anne Bert Dijkstra, strategisch inspecteur en tevens hoogleraar burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam, “bedenk wel: wat wil je precies met die actualiteiten overdragen? De tijden zijn heel complex, en voor je het weet ren je van incident naar incident. Kies dus heel bewust welke onderwerpen je wilt bespreken.”

Anne Bert Dijkstra Beeld Jeroen Oerlemans
Anne Bert DijkstraBeeld Jeroen Oerlemans

Vreedzame school

Op obs De Triolier is Smits is blij met zulke methodes om invulling te geven aan burgerschapsonderwijs, maar uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid voor de keuzes wel bij de school, zegt hij. “Wij bepalen wat voor school we willen zijn en waar we de nadruk op leggen.” De Triolier is een van de 1000 scholen in Nederland die zich ‘Vreedzame school’ noemt. De Vreedzame school is een compleet programma voor basisscholen voor sociale competentie en democratisch burgerschap. Over de oorlog in Oekraïne liet de organisatie Vreedzame school door de Universiteit Utrecht een lesbrief opstellen met informatie voor de leerkracht over de feitelijke gebeurtenissen en de geschiedenis van het conflict. Daarbij komt dan een handleiding: hoe laat je leerlingen spreken over hun emoties, hoe kunnen ze zich inleven in kinderen in het oorlogsgebied? Hoe stel je je zelf op als docent?

“Het is niet makkelijk voor leerkrachten”, geeft hoogleraar Dijkstra toe. “Als je wilt aansluiten bij actualiteiten, vraagt dat ook veel kennis over die onderwerpen. Bovendien moet je ook maar over de taal beschikken om er op de juiste wijze met leerlingen over te praten. Dat is voor de een makkelijker dan voor de ander.” De Onderwijsinspectie beveelt aan dat op lerarenopleidingen meer aandacht besteed wordt aan het voeren van gesprekken over maatschappelijke onderwerpen. “Maar je zou ook op school iemand kunnen aanstellen die deze gesprekken coördineert, of zelfs met de leerlingen voert”, zegt inspecteur-generaal Alida Oppers. “Net zoals je coördinatoren hebt voor rekenen en taal.”

Maatschappelijke thema’s vinden ze op een Brabantse dorpsschool als De Triolier, anders dan op een stadsschool, niet per se in onderwerpen als multiculturalisme, maar er blijft genoeg over. Bijvoorbeeld toen er naast de school een jaar geleden een wietplantage werd opgerold. “Daar hebben we het natuurlijk wel uitgebreid over gehad”, zegt Smits. Dit is ook precies zoals hoogleraar Dijkstra vindt dat burgerschapscompetenties idealiter gestalte moeten krijgen: “Goed burgerschap begint bij de situatie van leerlingen. Iedere school heeft zijn eigen populatie met zijn eigen thema’s. Dankzij de onderwijsvrijheid kunnen we in Nederland zelf kiezen wat past bij de gemeenschap van de school. Dat kunnen thema’s zijn die heel dicht bij de leerlingen staan, maar ook – zoals de huidige oorlog – juist ver weg. De school moet alleen wel kunnen uitleggen waarom voor bepaalde thema’s wordt gekozen en hoe die passen bij hun eigen visie op burgerschap.”

Respect

Op De Triolier is ‘respect’ bijvoorbeeld een van de centrale waarden. “Dat uit zich er bijvoorbeeld in dat het volstrekt vanzelfsprekend is dat onze leerlingen die behoren tot de geloofsgemeenschap van de Jehovah’s Getuigen niet meedoen aan vieringen”, vertelt Smits. “Toen er ooit eens een mailtje gestuurd werd door een ouder waarin hier op een weinig subtiele manier over gesproken werd, is die daar door de leerkracht op gewezen. Het is toen zonder veel omhaal opgelost. Wij vinden het voor de sfeer op school heel belangrijk dat de driehoek van leerlingen, leerkrachten en ouders onze waarden ondersteunen.”

Zelfs voor een ervaren schoolleider als Smits blijft de vraag: hoe meten we de burgerschapscompetenties van leerlingen op de basisschool, en dan vooral hun maatschappelijke houding? “Kennisvragen kun je natuurlijk toetsen”, zegt inspecteur-generaal Alida Oppers. “Maar ook vaardigheden en houding zijn te meten met portfolio’s die leerlingen kunnen maken over bepaalde onderwerpen, of projecten die ze moeten doorlopen. Je kunt gedrag observeren, evenals sociale competenties. Over de sociale ontwikkeling van kinderen maken we ons als Onderwijsinspectie niet zulke zorgen, het is aan de maatschappelijke kant dat er een been moet worden bijgetrokken.”

 Alida Oppers. Beeld Marieke Duijsters
Alida Oppers.Beeld Marieke Duijsters

Centraler

In andere landen is dat maatschappelijke bewustzijn sterker, weten Oppers en Dijkstra uit onderzoek. Oppers: “Dat heeft alles te maken met de vrijheid van onderwijs die we hier hebben. Scholen mogen hun burgerschapsonderwijs zelf vormgeven, terwijl dat in het buitenland veel centraler gestuurd is.” Sinds afgelopen zomer is de wettelijke plicht om onderwijs te geven in burgerschap voor scholen aangescherpt. “Scholen vinden ook dat zij die rol hebben; die opvoedende taak hebben ze al honderden jaren. Vroeger waren scholen alleen sterker ingebed in de buurt, de kerk, de gemeenschap of het maatschappelijk middenveld. Maar nu deze partijen minder aanwezig zijn, de samenleving veel diverser is geworden en normen en waarden sterker verschillen, moet die rol voor scholen opnieuw geijkt worden.”

Sinds 2006 zijn scholen volgens de wet al verplicht om burgerschap te herdefiniëreren, maar echt ingrijpen als het niet goed genoeg ging, kon de Onderwijsinspectie nog niet. Dat kan sinds de aangescherpte wet die vorig jaar inging wel. Oppers: “Wij hadden eerst niks in handen. Maar na dit eerste overgangsjaar kunnen we echt gaan afdwingen dat scholen planmatig en met een doelgerichte aanpak vorm geven aan hun burgerschapsonderwijs.”

De nieuwe wet kwam geen moment te vroeg, want de polarisatie in de samenleving neemt alleen maar toe, zegt Oppers: “Je ziet het in het maatschappelijke debat. De verharding is zelfs in de Tweede Kamer een issue geworden. Een van de oorzaken is de laaggeletterdheid van 2,5 miljoen Nederlanders. De samenleving wordt steeds complexer, en het is van groot belang dat leerlingen daarop voorbereid worden.”

Dat zal wel een grote inspanning van scholen vragen, verwacht Oppers. “Lerarenopleidingen moeten meer aandacht geven aan burgerschapsonderwijs, er moet voldoende nascholing van docenten geboden worden en we moeten echt proberen inzicht te krijgen in de leerresultaten om de kwaliteit van ons burgerschapsonderwijs te meten. Steeds moet een school zich afvragen: besteden wij op een doelmatige en samenhangende manier aandacht aan burgerschap? Bouwen onze leerlingen kennis, vaardigheden en competenties op om zich te bewegen in de samenleving en democratische rechtsstaat?”

Lesmethodes over actualiteiten en televisieprogramma’s kunnen daarbij helpen, maar het is uiteindelijk de school die een visie op burgerschap in zijn hele leerklimaat moet doorvoeren. Oppers: “De inspectie wil wel hulp bieden, maar voorschrijven mogen wij uitdrukkelijk niet. In ons systeem van onderwijsvrijheid mogen scholen zelf bepalen hoe ze dat doen.”

Lees ook:

Kennis over burgerschap ondermaats, signaleert Onderwijsinspectie

Het gaat niet goed met het burgerschapsonderwijs, zo maakt de Onderwijsinspectie duidelijk in een rapport.

Hoe praat je met kinderen over de oorlog in Oekraïne?

Ook kinderen weten dat er een oorlog gaande is. Sommige vinden het fijn erover te praten, voor andere is het te spannend. Hoe ga je daar als ouder mee om?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden