Bram Peper Beeld anp
Bram PeperBeeld anp

1940-2022

Bram Peper, de burgemeester die van arbeidersstad Rotterdam een plek vol vreugde maakte

Voormalig burgemeester van Rotterdam en oud-minister, Bram Peper (82) is overleden. De PvdA’er stond lange tijd bekend als een enigszins onhandige, timide professor. Maar had eigenlijk een groot gevoel voor humor.

Adri Vermaat

Zeker in de lange periode dat Bram Peper burgemeester was van Rotterdam, stond hij soms te boek als afstandelijk. Ook zou horkerig gedrag hem niet vreemd zijn. Eerst na zijn ministerschap, zijn gestrande huwelijk met VVD’er Neelie Kroes en de dankzij zijn strijdlust afgedwongen rehabilitatie in de zogenoemde bonnetjesaffaire verstomden die verwijten.

Niet dat zijn politieke vijanden plots vrienden werden. Peper was de laatste die op dat soort valse vriendschappen zat te wachten. Hij koos zélf zijn vrienden, ongeacht afkomst, politieke kleur, gewoonten en interesses. Het laat zich de jarenlange, nauwe vriendschap met Gerard Reve beter verklaren. Peper bewonderde de schrijver vanwege zijn literaire kwaliteiten, zijn vondsten, lef én bijzondere humor. Anders, maar min of meer in dezelfde lijn gold dat voor illusionist Hans Klok, van wie Peper eveneens groot bewonderaar was.

Zeikland

Hij omarmde graag mensen die enerzijds de ernst van het leven respecteren, maar die anderzijds in hun werk ruimte creëren voor spanning, humor en zelfreflectie. Hangend aan de actualiteit en altijd op zoek naar verklaringen en de diepere achtergronden van dat nieuws, liet hij zich graag tot discussie verleiden. Dat politiek zijn favoriete onderwerp was, behoeft geen betoog.

Of het nu het Binnenhof betrof, de Rotterdamse politiek of die van zijn oogappel Suriname, geen ontwikkeling ontging hem. Met name de laatste jaren ergerde hij zich aan de staat van Nederland. “We zijn een zeikland geworden”, zei hij meermaals, doelend op onder meer het toegenomen, onderlinge disrespect in de Tweede Kamer.

Niet één maar twee biertjes

Voor de wetenschapper Peper was humor van vitaal belang. Op een warme zomerdag bestelde hij eens in één keer twee biertjes. “Één voor de dorst en één voor het lekkere”, legde hij de ober uit. Toen hij kort voor een cruise naar zijn geliefde Noorwegen een kaart ontving met de tekst ‘Behouden vaart’, was zijn eerste reactie: ‘Mijn hemel, wie is er nou weer dood’?

Groot was de hilariteit over een klucht die hij beleefde in een museum in Oslo. Nadat hij in vloeiend Noors enkele vragen had gesteld aan de museumgids, vernam hij met belangstelling diens antwoorden. Peper vertaalde die vervolgens in het Nederlands voor zijn Rotterdamse reisgezelschap. De gids verbaasde zich bovenmatig over het gemak waarmee hij dat deed. Bij het vertrek vroeg de man nieuwsgierig waar die ‘Noor zo goed Nederlands had geleerd’.

Timide professor

De pret waarmee Peper op dit voorval terugkeek, tekende zijn gevoel voor humor. Dat wekt best verbazing voor iemand, die tijdens de zestien jaar dat hij burgemeester was van Rotterdam, lang het imago droeg van een enigszins onhandige, timide professor. Hij was, leek het, meer een kamergeleerde met, dat wel, buiten iedere twijfel verheven bestuurlijke gaven. Een burgemeester die gezegend was met een voor de stad briljante toekomstvisie.

Maar ook was hij een bestuurder die als ‘baas’ van Rotterdam aanvankelijk minder vertrouwd was met het sociale onderdeel van zijn ambt. Hij kon best een beetje verlegen zijn, of althans zo overkomen, en trad liever niet te zeer op de voorgrond. Dat botste de eerste jaren van zijn burgemeesterschap nogal eens met zijn publieke optredens.

Die eerste jaren verliepen toch al onwennig. Illustratief was een geruchtmakend interview in maart 1984 met Ischa Meijer in Vrij Nederland. Peper en zijn toenmalige echtgenote Gusta namen vrijmoedig stadhuisambtenaren op de korrel. De in zijn ogen ideale voorlichter was iemand die kon ‘sellen’, zei Peper. “Kan mij niet schelen wat. Als-ie maar kan sellen. Waspoeder, collegebeleid, burgemeesterschap, alles. Zo iemand wil ik. En hij hoeft niet betrouwbaar te zijn, maar wél voor mij”. Pas na publieke excuses keerde de rust aan de Coolsingel weer.

De tekst gaat verder na de foto

Bram Peper (rechts) als burgemeester van Rotterdam in 1988, bij de opgraving van een Bellebom.  Beeld AD/Rotterdams Dagblad
Bram Peper (rechts) als burgemeester van Rotterdam in 1988, bij de opgraving van een Bellebom.Beeld AD/Rotterdams Dagblad

Buurtcafé

Naderhand voelde Peper zich meer op zijn gemak in het stadhuis. Hij begaf zich ook vaker onder de Rotterdammers, zij het liefst informeel. Hij dwong zichzelf ertoe om buiten het zicht van de media een willekeurig, hem onbekend buurtcafé binnen te stappen. De populariteitsprijs beoogde hij er niet mee. De alledaagse huis-, tuin- en keukenpraatjes met Rotterdammers bevielen hem nochtans. Hij leerde ervan.

Dat was ook nodig omdat hij moeite hield zich vrijelijk door de stad te bewegen. Mede belast en gehinderd door een moeizaam privéleven leidde dat euvel in 1990 tot een bittere, persoonlijke crisis. Onder zijn regie spoelde de groots aangekondigde viering van het 650-jarig bestaan van Rotterdam als Maaswater het riool in. Een commissie onder leiding van socioloog Anton Zijderveld oordeelde later dat Peper als het om grootschalige evenementen ging een totaal gebrek aan organisatorisch talent had. De gemeenteraad verbood hem verontwaardigd als ze was zich ooit nog met stadsfestiviteiten in te laten.

In grote lijnen betekende dat voor hem een ommekeer. Hij herpakte zich en ondervond in toenemende mate de waardering die hem toekwam. Hij onderkende de spanningen in de veelal door criminaliteit beheerste achterstandswijken. Verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid als hij was, stemde hij er mede zijn beleid op af. Later, eind 1999, gaf hij als minister van binnenlandse zaken de politie toestemming voor een experimentele actie in de door illegaal wapenbezit gevaarlijke Millinxbuurt in Rotterdam-Zuid. De wijk werd enkele uren hermetisch afgesloten en wie er in-of uitging, werd preventief gefouilleerd. Niet lang hierna bestempelde de rechter de actie vanwege het ontbreken van een wettelijk kader als onrechtmatig. Fouilleren zonder bepaalde verdenking mocht (nog) niet.

Bonnetjesaffaire

De ongelukkigste periode in zijn bestuurlijke leven beleefde hij tijdens de bonnetjesaffaire. Het waren zijn (politieke) vijanden die najaar 1999, een jaar na zijn ministersbenoeming, anoniem verdenkingen jegens hem uitten over frauduleus declaratiegedrag. Peper ontkende maar bevond zich als bewindsman in een lastige positie om zich te kunnen verweren. Daarenboven stelden accountants van KPMG na onderzoek dat Peper in de periode van 1986 tot 1998 voor 64000 gulden ten onrechte zou hebben gedeclareerd. De affaire vroeg zoveel aandacht van hem, dat hij zich tot zijn teleurstelling genoodzaakt zag als minister af te treden.

Het voordeel voor hem was dat het ontslag de weg vrijmaakte om keihard terug te vechten tegen het onrecht dat hem, in zijn ogen ook door eenzijdige berichtgeving in de media, werd aangedaan. Hij volhardde in zijn strijd en won. Van Justitie moest hij 7500 gulden teveel gedeclareerd bedrag terugbetalen, maar strafvervolging ging aan hem voorbij. De klacht die Peper onderwijl had ingediend tegen KPMG zag hij door de tuchtraad gehonoreerd. De KPMG-accountants kregen een schriftelijke berisping en in 2003 kwamen Peper en KPMG tot een schikking. Hij ontving een forse schadevergoeding.

Arbeidersgezin

Peper was er niet de man naar zich te beklagen of zijn emoties de vrije loop te laten. Hij liet de affaire zo goed en zo kwaad als dat ging, achter zich. Als hij er frustraties aan overhield, schudde hij die van zich af. Rancune was hem in dat opzicht vreemd. De volharding waarmee hij had gestreden en de mentaliteit van doorzetten leerde hij zich al jong aan.

Als telg uit een arbeidersgezin in Haarlem voelde hij zich door zijn sterk ontwikkelde intelligentie regelmatig onbegrepen. Hij was meer dan een doorsnee jongen. Dat schuurde soms thuis, mede door het vroege overlijden van zijn vader. Hij vocht zich via studies in Amsterdam en Oslo op de maatschappelijke ladder omhoog. Zijn verblijf in de laatste stad én de maanden die hij er als stagiair bij een boer op een afgelegen plek doorbracht, verklaarde zijn liefde voor Noorwegen.

Privé was Peper niet of minder gelukkig. Vanwege drie stuk gelopen huwelijken raakte hij elke keer een beetje meer teleurgesteld in zichzelf. Na zijn laatste scheiding in 2003, van Neelie Kroes, zei hij vastbesloten zich niet meer te binden.

Terug naar Rotterdam

Hij keerde terug uit Wassenaar en betrok een woning in de nabijheid van het centrum van ‘zijn’ stad Rotterdam. Met de Rotterdamse boekenliefhebber en schrijver Maria Heiden onderhield hij nadien een warme, vriendschappelijke relatie. Tot drie jaar geleden was hij daarnaast trouw bezoeker van de Kuip en Feyenoord. Een minder zonnige kant van hem was zijn ervaring met en gerede angst voor verslaving. Alcohol, het volgen van een dieet, soms kostte het hem moeite binnen de grenzen te blijven. '

Toen hij in 2019 met zijn bezoeken aan Feyenoord stopte, overwoog hij kort een voetbalzender in huis te nemen. Hij deed het niet omdat hij vreesde niet meer aan andere dingen toe te komen. Liever besteedde hij zijn tijd aan vier landelijke kranten als dagelijkse kost. Of anders aan een bal gehakt of een kop snert met gelegenheidsbezoeker en premier Mark Rutte. Met als beider favoriete locatie: restaurant De Ballentent aan de boorden van de Nieuwe Maas.

Bram Peper (82) overleed zaterdag.

Dr. A(braham) Peper was van 1982 tot 1998 burgemeester van Rotterdam. Van 1998 tot 2000 maakte hij als minister van Binnenlandse Zaken deel uit van het tweede kabinet-Kok.

Na het afronden van zijn studie politieke en sociale wetenschappen in 1972 aan de Universiteit van Amsterdam werkte hij als hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Tijdens zijn burgemeesterschap onderging arbeidersstad Rotterdam een metamorfose. Met andere denkers en bestuurders maakte hij zich sterk voor een dynamische stad waarin alleen ‘werken’ niet volstond. Er moest vreugde en wooncomfort komen en het arme, zuidelijke stadsdeel moest bij de plannen worden betrokken. De Kop van Zuid en de naderhand tot icoon uitgegroeide Erasmusbrug, de belangrijkste oeververbinding tussen ‘Zuid’ en het stadscentrum, vormden het resultaat.

Als PvdA’er gold Peper lange tijd als een belangrijke partijdenker. De laatste decennia vervreemdde hij echter van de partij. Die leed volgens hem aan stuurloosheid en raakte ideologisch in disbalans. Gebrek aan steun van de PvdA-top voor hem tijdens de geruchtmakende bonnetjesaffaire maakte de verwijdering compleet. Uit nostalgie behield hij zijn lidmaatschap. Onder zijn redactie verscheen in 2017 het boek ‘Haalt de PvdA 2025?’ (uitg. Toth). In 2010 verscheen de biografie ‘Bram Peper Man van Contrasten (Henk van Osch, uitg. Boom).

Lees ook

Socioloog en oud-politicus Bram Peper blikte in een aflevering van de Tien Geboden terug op de oorlogstijd.

“Ik herinner me het bombardement van ‘43. Bommen van de geallieerden, bedoeld voor de werkplaatsen van de spoorwegen, kwamen op de Amsterdamse buurt terecht. Ik zie doden en gewonden. Huizen in puin. Aan de overkant waren de nummers 14, 16, 18, 20 en 22 verwoest”.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden