Uittien behoorde tot de zogeheten ‘23 van Trouw’: 23 medewerkers die op 9 en 10 augustus 1944 werden gefusilleerd.

InterviewDe 23 van Trouw

Botanicus en verzetsman Hendrik Uittien sprak vurig over vrijheid en verdraagzaamheid

Uittien behoorde tot de zogeheten ‘23 van Trouw’: 23 medewerkers die op 9 en 10 augustus 1944 werden gefusilleerd.

Vergeten is hij niet, de in 1944 gefusilleerde Trouw-verspreider, plantkundige en volkenkundige Hendrik Uittien. Maar een biografie van deze geestige, bescheiden en dappere verzetsman ontbrak nog. Die is er sinds vrijdag.

Eric Brassem

Auteur Michiel Bussink stuitte op Hendrik Uittien toen hij schreef aan een boek over het eten van wilde planten. Hij putte daarvoor uit Uittiens boek De Volksnamen van onze planten. Dat is postuum verschenen. Toen Uittien in 1944 door de Duitsers werd geëxecuteerd, had hij het klaar, wachtend op betere tijden, met humoristisch voorwoord en al. “Ik zal maar bekennen dat tot op heden de schrijver de eenige geweest is, die behoefte aan dit boekje gevoeld heeft en dat er nooit iemand bij mij om gezeurd heeft”, schreef hij daarin.

Uittien had niet kunnen vermoeden dat zijn boekje anno 2021 nog steeds in een behoefte voorziet, zij het in de kleine kring van plantkundig geïnteresseerden. Bussink: “Het boek verraste me omdat het zo informatief was, maar ook heel grappig en relativerend geschreven. Planten en humor, dat is een niet veel voorkomende combinatie. Ik dacht: wie is die schrijver eigenlijk?”

Bussink vond algauw dat Uittien gefusilleerd was in de oorlog. “Ik begon te zoeken, en bij elk stapje dacht ik ‘wat een verhaal’. Uittien bleek, naast hardcore botanie, ook tientallen artikelen te hebben geschreven voor een breder publiek, bijvoorbeeld over hoe Linnaeus aan zijn ideeën voor soortnamen kwam, en over kroedwusjen.”

De samenstelling van de kroedwusj

Wel in dertig Limburgse dorpen had Uittien de precieze samenstelling van de kroedwusj opgetekend. Dat is een boeket van zeven – nee, menen sommigen: negen! – bloemen die in het graf van Maria gevonden zouden zijn. De pastoor zegent de boeketten in op Maria-Hemelvaart (15 augustus), om onheil af te wenden. Iedere bloemsoort heeft competentie op zijn eigen terrein, zoals bliksem, ziekte, mislukte oogst, dood of oorlog.

Ook doorwrochte studies naar streekgerechten als balkenbrij en kruutmoes pakte Uittien groots aan, compleet met enquêtes over welke wilde kruiden men daarin verwerkte, plus een verspreidingskaart van het ‘Kruutmoesgebied’. Uittien, gepromoveerd plantkundige, nam zijn uit de hand gelopen hobby van ‘plantlore’ (de mengeling van plantkunde en folklore) uiterst serieus.

Hendrik Uittien genoot hoge status als plantkundige.  Beeld
Hendrik Uittien genoot hoge status als plantkundige.

Verder was hij allesbehalve een carrièrist. Bussink: “Als hij gewild had, had hij hoogleraar kunnen worden, maar hij miste die ambitie”. Hij bleef liever leraar op de Middelbare Koloniale Landbouwschool (MKLS) in Deventer. ‘Van nature ben ik geen schoolmeester’, zei hij, maar hij hield van het IJssellandschap rond Deventer, en de baan betaalde goed en bood hem alle tijd om te schrijven.”

Club van internationale topwetenschappers

Maar Uittien genoot hoge status als plantkundige. In 1935 kreeg hij zitting in het International Committee for Nomenclature, waarin twintig internationale topwetenschappers nieuw ontdekte planten van hun wetenschappelijke Latijnse namen voorzagen. In die functie doopte Uittien in 1936, pal na de verloving van prinses Juliana en prins Bernhard, twee nog niet gedetermineerde Surinaamse planten als de Pavonia julianae en de Paullinia bernhardii.

Zijn passie voor natuur en volkenkunde bracht Uittien in contact met groten op dat gebied, zoals Jac P. Thijsse. Uittien debuteerde in diens tijdschrift Levende Natuur met een artikel over een uitgegraven hommelnest dat hij in zijn kamer had bestudeerd: dat moest de lezer vooral ook eens proberen. Een andere kennis was Pieter Jacobus Meertens, de volkenkundige op wiens instituut schrijver J.J. Voskuil in de jaren negentig Het bureau zou enten.

Tijdens de oorlog bekoelde Uittiens betrekkingen met Thijsse, omdat die zich volgens hem iets te inschikkelijk toonde tegenover de Duitsers. Andere kennissen van Uittien waren zelfs méér dan inschikkelijk, zij zouden zich als collaborateurs ontpoppen.

Hij verfoeide de NSB

Bussink: “Totdat de NSB in de dertiger jaren opkwam was Uittien helemaal niet politiek geïnteresseerd, hij stemde altijd blanco. Hij verfoeide de NSB, en ook de wetenschappers die in sociaal-darwinistische termen dachten, over superieure rassen die de strijd om de schaarse middelen moesten winnen.”

Onder hen de Wageningse plantkundige Jacob Jeswiet, met wie Uittien in de jaren twintig nog broederlijk zoutminnende planten had gezocht in de IJsseldelta. Tijdens de bezetting vervulde deze NSB’er tal van politieke functies.

Een andere ex-gelijkgestemde was Dirk Jan van der Ven, oprichter van het Openluchtmuseum. In 1919 had Uittien nog genoten van het Vaderlands historisch volksfeest, dat Van der Ven op het terrein van zijn net geopende museum had georganiseerd. Samen met 400.000 andere bezoekers bewonderde Uittien een stoet van Urker vissers, Twentse wolspinsters en regionale klederdrachtdragers. Maar al voordat Van der Ven zich tijdens de bezetting ontpopte als collaborateur, ergerde Uittien zich aan diens geleuter over ‘volksenergie, volksbewustzijn en volksbeschaving’.

Oranje goudsbloemen op de vensterbank

Toen de Duitsers Nederland in 1940 bezetten, maakte Uittien duidelijk waar hij stond. Uit het feit dat hij aanbleef als leraar valt af te leiden dat hij wel de door de Duitsers vereiste ‘ariërverklaring’ moet hebben getekend, maar hij bleef wel zijn ontslagen en gedetineerde Joodse collega steunen met pakketten. Ook zette hij, ondanks uitdrukkelijk verbod, oranje goudsbloemen op de vensterbank met Koninginnedag. Dat bracht hem in botsing met een nazistische collega en latere burgemeester Edward Sandberg, die hem bedreigde met kampstraf. In maart 1941 knalde Uittien tegen hem op in de schoolgang – expres, zo schreef hij in een brief, ‘omdat ik hem uit principe niet zie en hij niet opzij ging’.

In juni dat jaar was Uittien spreker op de lustrumviering van de universiteit van Utrecht. De Leidse rechtsgeleerde Rudolph Cleveringa zat toen al maandenlang vast wegens de fameuze toespraak waarin hij het opnam voor zijn ontslagen Joodse collega’s. De Duitsers hadden de roerige universiteit dichtgegooid.

Uittien was in Utrecht uitgenodigd om te spreken over het thema ‘Wat kan de universiteit voor u doen en wat kunt gij voor de universiteit doen?’ Een universiteit, betoogde hij, moet geen bedrijf zijn dat opleidt tot functionarissen die bekwaam zijn in zich omhoog werken maar ‘aan wie de edelste menselijke eigenschappen vreemd zijn geworden: vrijheidszin en verdraagzaamheid’.

Klaproos uit het schetsboek van Uittien.  Beeld
Klaproos uit het schetsboek van Uittien.

“Er is behoefte aan individuen, die op het gebied van de geest, ‘niemands meester, niemands knecht’ durven te zijn”, sprak Uittien. Dat is een ideaal van allen ‘die een zeker peil van ontwikkeling bereikt hebben, zoals zeker bij 96 procent van de Nederlanders het geval is’ sneerde hij naar de partij die bij de laatste verkiezingen in 1937 vier procent van de stemmen had behaald: de NSB.

Bezield door idealen

In zijn rede bepleitte Uittien het nastreven van idealen, waarbij hij verwees naar de aan Willem van Oranje toegeschreven uitspraak ‘Je hoeft geen hoop te koesteren om iets te ondernemen, je hoeft niet te slagen om te kunnen volhouden (Point n’est besoin d’espérer pour entreprendre, ni de réussir pour persévérer). “Ik hoef u niet te herinneren aan wat hij, door dit ideaal bezield, heeft bereikt: hij was niet alleen de grondvester van onze eerste universiteit [de door de Duitsers gesloten Universiteit Leiden], maar ook van onze vrijheid en verdraagzaamheid, en werd zo Vader des Vaderlands.”

Niet veel later werd Uittien ontslagen, op aangeven van zijn collega Sandberg. Bizar genoeg nodigde het ministerie van financiën, dat geleid werd door NSB-voorman Rost van Tonningen, hem in 1943 nog uit om een toespraak over natuurhistorie te houden voor ambtenaren. Uittien bedankte. ‘Ik walg van NSB’ers en wensch ze in mijn huis noch elders te ontmoeten’, schreef hij terug.

Uittien zat na zijn ontslag niet bij de pakken neer. Hij schreef aan zijn boek, en aan talloze brieven. ‘De tijd vliegt voorbij, en elke dag zonder bom, kogel of arrestatie is er één dichter bij de vrijheid’, schreef hij.

Reden om arrestatie te vrezen had hij zeker: Uittien hielp met het vinden van adressen voor onderduikers, en met het verspreiden van Trouw. “Wanneer hij betrokken raakte en wat precies zijn rol was is niet duidelijk”, zegt Bussink. Alhoewel hij was opgevoed in een welgesteld Nederlands Hervormd gezin, viel het Bussink op dat God in zijn vele brieven bijna niet voorkwam. Bussink: “Zeker in vergelijking met andere verzetslieden die aan het christelijke Trouw verbonden waren. Hij gaf een eigen, nogal vrijzinnige invulling van het geloof, waarin mens en natuur geen gescheiden zaken waren.”

Onvoorzichtigheid

Gedreven door die levensbeschouwing neigde Uittien in zijn moed volgens sommigen naar onvoorzichtigheid. ‘’s Winters liep hij op klompen. Als je ’s avonds na spertijd (acht uur) niet meer op straat mocht lopen, hoorde je hem door de straat klossen’, schreef vriend en schrijver Herman Korteling na de oorlog. ‘De hele buurt wist dan: dat is Uittien die de krantjes rondbrengt, en men ging naar de brievenbus om het felbegeerde krantje op te halen.’

In januari 1944 werd Uittien door de Duitsers opgepakt en overgebracht naar de Polizeigefängnis Haaren. Zijn opgewekte briefjes, die eerst langs de censuur moesten, zijn overduidelijk bedoeld ter geruststelling van zijn vrienden en familieleden – een liefdespartner had hij voor zover bekend niet. In Haaren werden Uittien en andere opgepakte Trouwmedewerkers verhoord door Erich Gottschalk, ‘Kriminalsekretär’ van de Sicherheitsdienst, berucht om zijn gewelddadige verhoren. “We mogen aannemen dat Gottschalk ook Uittien gemarteld heeft”, zegt Bussink. ‘Verder een kroon en een kies verloren en twee tanden’, schrijft Uittien achteloos tussen de ditjes en datjes over het prima eten.

Na zes weken wordt Uittien overgebracht naar kamp Vught, waar hij zware dwangarbeid verricht. In een bunker in dat kamp horen hij en 22 andere opgepakte Trouw-medewerkers op 5 augustus de doodstraf tegen zich eisen.

Uittien behoorde tot de zogeheten ‘23 van Trouw’: 23 medewerkers die op 9 en 10 augustus 1944 werden gefusilleerd. Dat sloeg diepe wonden bij de nabestaanden, ook omdat hoofdredacteur Bruins Slot niet inging op een ultimatum in een brief, die afkomstig leek van de Sicherheitsdienst (SD): de levens van de Trouw-medewerkers zouden worden gespaard als de krant zichzelf zou opheffen. De Trouw-leiding weigerde daar op in te gaan, wat zorgde voor een controverse die ver na de oorlog zou blijven voortduren. Historicus Peter Bak concludeerde in 2019 dat de brief niet afkomstig was van de SD, maar waarschijnlijk een ultieme reddingspoging was van bezorgde familieleden van de terdoodveroordeelden.

‘Botanicus in oorlogstijd, Leven en werk van Hendrik Uittien’ door Michiel Bussink.  Beeld
‘Botanicus in oorlogstijd, Leven en werk van Hendrik Uittien’ door Michiel Bussink.

Bussink vermoedt dat Uittiens nabestaanden geen partij waren in die controverse. “Ik heb daarover niks gehoord van zijn familieleden. Als die discussie ooit heeft gespeeld, zou dat vast wel doorgegeven zijn.”

Sinds 2019 ligt voor Uittiens voormalige woning aan de Dahliastraat in Deventer een struikelsteen die de verzetsman eert. “Ook kent Deventer een Hendrik Uittienstraat in een nog te bouwen nieuwbouwwijk. Maar daar wordt hij gememoreerd als natuuronderzoeker, niet als verzetsman”, vertelt Bussink. Geïnteresseerde toekomstige bewoners kunnen van dat onderdeel van Uittiens leven kennisnemen in de biografie. Bussink: “Ik denk er zelfs over om een bundel samen te stellen met Uittiens artikelen die nog steeds de moeite van het lezen waard zijn”.

Botanicus in oorlogstijd, Leven en werk van Hendrik Uittien, Michiel Bussink, KNNV Uitgeverij, 224 blz. € 24,95

Lees de illegale Trouw

Wilt u edities van de illegale Trouw lezen? Kijk op trouw.nl/illegaletrouw

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden