ReportageUtrecht

Boa’s merken: in de tweede lockdown zijn de lontjes korter dan ooit

Boa’s Hans van Werven en Marilène Rietveld tijdens hun surveillanceronde in de binnenstad van Utrecht.Beeld Bram Petraeus

De tweede lockdown zorgt op straat voor onbegrip, frustraties en soms agressie. Trouw ging een avond mee met twee boa’s in de binnenstad van Utrecht. ‘Het geduld van de mensen raakt op.’

Met tot spleetjes geknepen ogen tuurt ze het donker in. Dan stapt Marilène Rietveld resoluut het fietspad op. De ene arm van de boa zwiept de lucht in, de ander strekt ze met vlakke hand voor zich uit. Ze  berispt de gestopte bestuurder. “Met een brommer mag je hier niet op het fietspad rijden hé? Ik ga je een bekeuring geven.” Tegensputterend wijst de in het zwart gehulde jongen naar de vierkante bak achterop zijn voertuig. “Je moet snel een bestelling afleveren?”, zo verduidelijkt Rietveld zijn gemompel. “Dit hoeft niet lang te duren. Heb je een identiteitsbewijs bij je?”

De jonge voedselbezorger is de enige die de 21-jarige handhaver en haar collega Hans van Werven (48) vanavond op de bon zullen slingeren in de binnenstad van Utrecht. Zogeheten ‘coronaboetes’ delen de buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s) dit keer niet uit. Gek, vinden ze zelf, want de surveillanceronde van acht tot tien uur in de avond is juist vaak extra hectisch sinds het ingaan van de nieuwste virusmaatregelen.

“De kroegen zijn weer dicht”, legt Rietveld uit. Ze is gehuld in een steekwerend vest van tweeënhalve kilo, een bodycam, handboeien en portofoon bungelen aan haar riem. “Supermarkten mogen na achten geen alcohol meer verkopen en ook op straat wordt bier drinken niet langer gedoogd.” Met die inperking van vrijheden rekken mensen de grenzen op, merkt ze, op zoek naar vertier. Vorig weekend schreven haar Utrechtse collega’s pakweg zestig officiële waarschuwingen uit, en zes boetes. “En ook op een donderdagavond als deze, traditioneel studentenstapavond, komen mensen nu toch stiekem bij elkaar.”

De blonde boa met zachtroze gelnagels snapt dat best. “Corona beheerst ons leven al zo lang en het einde is nog niet in zicht. Het geduld raakt op. Maar de tweede lockdown maakt ons werk wel lastiger.” Op straat stuit Rietveld op onbegrip, frustratie en soms woede. “De lontjes zijn korter dan kort. Ik ben blij dat nu is afgesproken dat de regels in heel Nederland op dezelfde manier worden gehandhaafd, er geen regionale verschillen meer zijn. Dat helpt. Groepsvorming en openbaar alcoholgebruik zijn op dit moment de prioriteiten van de boa’s. Andere taken krijgen minder aandacht.”

Bij de fontein tussen Utrecht Centraal en Hoog Catharijne stappen de twee handhavers op kliekjes samenklittende jeugd af. “Kunnen jullie anderhalve meter afstand van elkaar houden?”, vragen ze een viertal dat sjekkies rolt tussen een verzameling winkeltasjes. “Dat is niet alleen belangrijk voor jullie eigen veiligheid, maar ook voor de gezondheid van anderen.” Die boodschap moet het duo vanavond tientallen keren herhalen.

“Mevrouw, mevrouw”. Een tiener verzet zich verderop tegen het gekregen standje. “En Grapperhaus dan? Die hield toch ook geen afstand tijdens zijn bruiloft? Dan hoef ik het ook niet.” Terwijl het groepje rokers weer dichter bij elkaar kruipt op de achtergrond, verzamelen zich negen jongens rond de boa’s. “U spreekt ons alleen aan omdat wij buitenlanders zijn”, roept de een. “Dit is racistisch”, schreeuwt een ander. Van Werven schudt zijn hoofd. “We zijn allemaal mensen.”

Hoezeer de jochies hem ook uitdagen, de boomlange boa met grijze haardos blijft rustig. “Ik snap de frustraties. In plaats van meteen een prentje uit te delen, doe ik sinds corona nog meer mijn best me in te leven in de ander.” Laatst barstte een uitbater van een restaurant met een verboden uitstalling plots in huilen uit bij Van Werven. “Dat soort situaties vind ik het moeilijkst. Agressie niet.”

Zijn handboeien heeft de boa nog nooit hoeven gebruiken, gaat hij verder. De handhaver is dan ook kritisch op het voornemen van minister Grapperhaus van justitie en veiligheid om in januari te starten met een proef waarin boa’s een wapenstok krijgen. “Ik heb m’n postuur mee en kan me goed redden met mijn kwebbeltje. Als je mensen op de juiste manier benadert, kom je met een gesprek veel verder dan een wapen.”

Bovendien stuitten de boa’s misschien op meer agressie, Van Werven merkt ook dat mensen sinds de pandemie meer respect hebben voor hem. “Ze weten nu dat we wel degelijk iets kunnen, boetes mogen uitschrijven. Het woord ‘melkertbaan’ heb ik al lang niet meer gehoord.” Plots trekt een jongen met koptelefoon de aandacht van Van Werven. Triomfantelijk draait de student zijn bierflesje om. Op het etiket prijkt ‘0,0%’. “Ik heb niks gezegd!” De boa zwaait hem lachend na.

Lees ook:

Boa’s komen in opstand: ‘Zonder pepperspray staan we erbij als gekke henkie’

De buitengewoon opsporingsambtenaren, oftewel boa’s, protesteren vandaag tegen het geweld tegen hen. De handhavers willen wapens. 

‘Corona heeft dit vrijgevochten volkje getemd, iedereen houdt braaf afstand’

Het is de taak van de boa om het verbod op samenklonteren zonder anderhalve meter afstand te handhaven. Enkel bij excessen zullen ze boetes uitdelen, stellen Mounier en Soeris. Maar vooralsnog hebben de twee Haagse boa’s nog bar weinig te handhaven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden