Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen, gebruikt de bingo’s in zijn stad om in contact te komen met ‘het midden van de gematigdheid’.

ReportageNijmegen

Bingo! Het ouderwetse burgemeestersgedrag van Bruls slaat aan in het moderne Nijmegen

Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen, gebruikt de bingo’s in zijn stad om in contact te komen met ‘het midden van de gematigdheid’.Beeld Koen Verheijden

Burgemeester Hubert Bruls van Nijmegen staakt zijn pogingen om de gepolariseerde uitersten met elkaar te verbinden. Via de bingo kiest hij liever voor het gematigde midden.

Op weg naar wijkcentrum De Schakel sleept de burgemeester een grote witte plastic tas met zich mee, die strak staat van drie enorme legpuzzels. De Nijmeegse Stevens­kerk, de Valkhofkapel en de iconische Waalbrug zijn voor dit doel in duizend stukjes gedeeld. Hubert Bruls stalt de dozen uit op de prijzentafel, tussen de zeepjes, kaarsen, de sponshouder en de puntenslijper in de vorm van een neus.

Voor de deelnemers aan deze bingo is de aanwezigheid van de ‘bekende Nijmegenaar’ bijzonder, ze hebben niet voor niets vlaggetjes aan het systeemplafond bevestigd. Voor Bruls zelf minder. Met grote regelmaat woont hij ergens in zijn stad een bingo bij. Hij roept dan persoonlijk de nummers af en maakt voor en na het spel een praatje met de deelnemers. “Nooit tíjdens”, benadrukt hij. “Want bingo is een serieuze zaak.”

Voordat hij de digitale bingo gaat bedienen (de bol met balletjes is vervangen) legt hij het publiek nog uit waarom hij in De Schakel is. “In november vorig jaar heb ik de zogenaamde kinderlintjes mogen uitreiken aan kinderen die zich op een bijzondere manier inzetten voor de stad. Ik kwam toen in contact met Lizzy en Adama, die hier de bingo organiseren voor ouderen van de dagopvang, sámen met kinderen van de basisschool De Kleine Wereld. Ik kom op veel bingo’s, maar dit vond ik bijzonder, dit moest ik gewoon zien. Ik kom straks graag een praatje met u maken. Ik wil graag weten hoe het hier in de wijk gaat, ook met ú. Maar eerst aan het werk. We gaan om te beginnen voor een horizontaal rijtje.”

Bruls pakt het digibord en duwt voor het eerst op de knop.

Nummer 6! Ik herhaal: nummer 6.

Hubert Bruls (1966, CDA) heeft in de acht jaar dat hij burgemeester is de provincieplaats Nijmegen zien veranderen in een heel diverse stad. Van oorsprong een industriestad ontwikkelde de gemeente zich tot een internationale stad, dankzij de uitdijende Radboud Universiteit en innovatieve technologiebedrijven als NXP.

Hubert Bruls wordt aangesproken tijdens de bingo.Beeld Koen Verheijden

Hoewel Nijmegen uitdijt naar ruim 177.000 inwoners, blijven hun werelden klein. De Nijmegenaren leven in hun eigen bubbels, zegt Bruls, en ontmoeten elkaar niet. In de serie ‘De Kolping, een volkswijk in renovatie’ die afgelopen maanden op tv was, staat een volledig geïsoleerde buurt in de schijnwerpers.“Maar hetzelfde geldt voor de mensen die vanuit de bank naar deze serie kijken”, zegt Bruls. “Ook die komen hun eigen wereld niet uit.”

Nu is enige ‘verbubbeling’ van alle tijden, zegt Bruls, voetballers gaan minder snel met hockeyers in gesprek. Maar de netwerken zijn mede door sociale media strakker geworden, en in zichzelf gekeerd. Vroeger zaten de verschillende groepen samen in de kerkbank, de school of de politieke partij, maar ook die dwarsverbanden zijn weggevallen.

Daarnaast, of misschien wel daardoor, ziet Bruls nog iets dat hem zorgen baart. In 2012 vonden in Nijmegen 7 demonstraties plaats. In 2016 al 22, en afgelopen jaar waren het er 44. “Bijna wekelijks komen mensen vanuit de eigen belevingswereld, de bubbel, op voor een eigen ideaal, vaak luidkeels. We zijn heel goed in het geven van een eigen mening, minder goed om die mening met feiten te onderbouwen, en naar elkaar luisteren kunnen we al helemaal niet. Een dialoog, een gesprek tussen verschillende partijen, is er amper.”

Nummer 40! Nummer 40! Dat is een mooie leeftijd.

Die opdeling in groepen, in denken vanuit eigen netwerken van nationaliteiten en hoog- en laagopgeleiden, vindt Bruls een van de grote problemen van deze tijd, én deze stad. Maar daar heeft hij als burgemeester iets op gevonden: de bingo. “Over dat spelletje doen vooral de meeste hoogopgeleiden een beetje lacherig, maar dat is voor mij juist een motivatie de bingo als ‘verbinder’ te gebruiken. Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik als burgemeester juist niet moet proberen als bruggenbouwer de extremen met elkaar te verbinden, de kunst is juist actief het midden op te zoeken. Het midden van de gematigdheid.”

Bruls zegt erg geïnspireerd te zijn door filosoof Bart Brandsma, die een strategie tegen polarisatie heeft ontwikkeld. Bij polarisatie zijn er altijd twee uitersten, die er alle belang bij hebben steeds genoemd te worden. Ze vergroten hun mening, en die van hun tegenstander. Daardoor krijgen ze brandstof, waardoor de extremen in leven blijven en zelfs groter worden.

Bruls: “Je kunt ze beter laten voor wat ze zijn, en contact zoeken met de inwoners die niet verschijnen in het publieke debat, niet bij de interruptiemicrofoon staan of niet een over een positie beschikken waardoor ze hun woorden in de media krijgen. Die niets hebben met Twitter. De Amerikaanse president Richard Nixon had het over ‘the silent majority’. Met die mensen wil ik in contact komen.”

En dan hebben we nu nummer 11! Nummer 11!

De meerderheid van de mensen denkt niet gepolariseerd, denkt Bruls. Ze zijn meer genuanceerd en minder uitgesproken. “En daardoor gematigder. Dat wil niet zeggen dat ze geen sterke of duidelijke opvattingen hebben. Gematigd wil zeggen dat je iets vindt, maar óók oog en oor hebt voor de mening van de ander.”

Je bent misschien tegen de figuur van zwarte piet, geeft hij als voorbeeld, maar je begrijpt ook wel dat er mensen zijn die deze verschijning altijd leuk hebben gevonden en daarmee verder niets bedoelen. En omgekeerd: je vindt zwarte piet hartstikke mooi en vroeger als kind indrukwekkend, maar de tijden veranderen en als er zoveel mensen zijn die er slecht van slapen, kan er ook best iets veranderen. Zonder dat je het nou per se eens bent met die ander.

“Dát is gematigd. Er zit iets in van luisteren en accepteren. Dat is minder bijzonder dan het lijkt. De meerderheid van de mensen leeft zo. Wie alleen maar leeft met sterke meningen, wordt als vanzelf jihadstrijder. Maar ik ben juist op zoek naar die andere burger.”

Nummer 21! Nummer 21!

Die burgers vindt Bruls door deze bingo’s te bezoeken, al gebruikt hij die als metafoor: er zijn genoeg andere bijeenkomsten die diezelfde functie hebben. “Maar juist omdat bingo wordt weggelachen, vind ik dat genre extra leuk. Er zijn meer bingo’s in deze stad dan gele hesjes, maar raad eens waar de meeste aandacht naar uitgaat?”

'Nummer 4!'Beeld Koen Verheijden

Als burgemeester, merkt hij, wordt zijn agenda als vanzelf bepaald door burgers die zich roeren. “Maar als ik mijn autonomie wil behouden en wens te varen op mijn eigen moreel kompas, zal ik actief die zwijgende burger moeten opzoeken. Ik ga op zoek naar de ‘achterkant van het gelijk’, zoals Marcel van Dam dat zo mooi benoemde. Daar wordt niet gesproken over belangen, maar over wat als belangrijk wordt ervaren. Dat is echt wat anders. Dan blijkt ook dat iedereen hetzelfde wil. Iedereen wil respect, erkend worden en een rustig leven leiden. Als de overheid is verbonden met deze middengroep, hebben extremen geen kans.”

Gaat het spannend worden mensen? Nummer 68! Nummer 68!

Dat Bruls zich graag onder de bevolking begeeft, wil nog niet zeggen dat hij een van hen is. “Ik heb een rol te vervullen in deze stad, die van burgemeester. Dat wil ik laagdrempelig doen, maar ik blijf de burgemeester. Het is dus niet zo dat mensen mij als Hubert kunnen aanspreken. En ik loop ook niet in korte broek door de supermarkt.” Volgens Bruls kan hij het ook niet iedereen naar de zin maken. Hij is de overheid en levert regels die voor stabiliteit zorgen en een gelijke behandeling. Dat wringt met de menselijk maat.

Met dat gegeven worstelen sommige burgemeesters, zegt hij. “Het is ook een grote opgave. De samenleving is gaan ‘horizontaliseren’ waardoor de hiërarchische verhoudingen niet meer als vanzelfsprekend worden aanvaard. We leven in een poldercultuur, dus als er een conflict ontstaat, kan dat aardig oplopen. Maar er is óók behoefte aan een soort verticaliteit, noem het gezag. Een burgemeester moet in 2020 dat horizontale en het verticale op een kruispunt verbinden. Je moet goede maatjes zijn met alle burgers, en optreden wanneer het moet. Ik ben heel erg van de verbinding, van het gesprek. Maar jongens, als jullie het willen hebben, dan komt de sheriff.”

Zijn we er al, nee we zijn er nog niet. Nummer 31! Nummer 31!

Dat merkten de boeren die half december met hun tractoren het Keizer Karelplein in de stad blokkeerden. Overal in het land zorgden protesterende boeren voor verkeerschaos, Bruls was de enige burgemeester die er door resoluut optreden in slaagde de boeren spoorslags te laten vertrekken. “Ik zat midden in de gemeenteraadsvergadering toen de politie mij waarschuwde dat er boeren in aantocht waren. Ik dacht: rustig aan, eerst een agendapunt afwikkelen. Daarna ben ik naar het protest toegegaan. Dit was geen demonstratie maar een verkeersobstructie.”

Omdat Bruls geen jas aan had, leende hij een reflecterend jack van de politie en zo stapte hij op die boeren af. “We hadden niet van de voren afgesproken wat mijn boodschap zou zijn, maar dat hoeft ook niet: dit was helemaal mijn ding. Er werd midden op het verkeersplein gebarbecued en ik kreeg een hamburger aangeboden. Die heb ik afgeslagen. Mijn boodschap was: ik heb alle begrip voor hoe jullie je voelen, maar dit kan zo niet. Jullie moeten binnen een kwartier vertrekken.”

Vervolgens kwam er een boer naar Bruls toe die zei: maar dat is toch niet redelijk, binnen een kwartier? En toen kwamen Bruls’ inmiddels fameuze woorden: “Als jullie à la minute hier kunnen zijn, dan kun je ook à la minute gaan.” En ze zijn vertrokken.

Beeld Koen Verheijden

Nummer 39! Ik herhaal: 39!

Bruls zegt dat hij zelden zoveel reacties heeft gehad op een publiek optreden. “Terwijl dit niet voorbereid was. Ik dacht: gaan met die banaan, het was meer intuïtie dan boekenwijsheid. Veel mensen zeggen: eindelijk een bestuurder die zegt: stop hiermee. Stop met het blokkeren van de samenleving. Eindelijk eens iemand die zegt dat dit níet kan.”

Op dat kruispunt van verticaal en horizontaal liet Bruls zijn gezag spreken. Dat deed hij ook toen hij wilde dat iets wél kon, of beter gezegd, moest. Toen op Prinsjesdag 2015 het Centraal Orgaan opvang asielzoekers hem belde met de vraag of Nijmegen iets kon betekenen bij de opvang van de enorme stroom vluchtelingen in die maanden, zei Bruls zonder enige last of ruggespraak ‘ja’. “Die man van het Coa wist niet wat hij hoorde. Maar ik dacht: als we hier in de zomer zesduizend militairen kunnen opvangen voor de Vierdaagse, kunnen we ook vluchtelingen aan.” Laat er maar drieduizend komen, zei Bruls. Maar wel voor een periode van maximaal een half jaar.

“Het was binnen een dag geregeld, en ik heb dat snelle ‘ja’ ook kunnen uitleggen aan de Nijmeegse gemeenschap. Het was een fractie van een seconde. Ik dacht: Wir schaffen das, net als de door mij bewonderde Angela Merkel. Oder nicht. Maar dat zien we dan wel weer.”

We gaan naar de finale: 74! Nummer 74!

Maar hoe werkt dat dan, dat bijna ouderwetse burgemeestersgedrag in het moderne Nijmegen? “Ik weet het niet precies, maar mijn vrouw ving eens in de stad een gesprek op tussen twee winkeliers die voetbalrellen vreesden toen er een kampioensfeest van NEC zou plaatsvinden. Een van hen zei: ‘Die Bruls heeft het wel in de hand’. Dat is waar het om gaat. Als ze maar voelen dat Bruls er is, for better or worse. Ik heb ook mindere kwaliteiten dan anderen. Ik ben bijvoorbeeld te dominant. Maar ik heb een presence in de samenleving, en mensen voelen dat het geen kunstje is. Daarbij hoort dat je de norm benoemt en de streep durft te trekken. Met die houding krijg ik mensen mee die 180 graden anders denken.”

Omdat ze eigenlijk ook allemaal hetzelfde willen. Tenminste, in Bruls’ grote middengroep, die van de bingo.

Nummer 74. Ja, we hebben een winnaar, daar links achter in de zaal!

Mevrouw Anne Engelen (80) van de dagopvang en Meesie (6) van basisschool De Kleine Wereld hebben een horizontaal rijtje vol. Engelen kiest de puzzel van de Stevenstoren, Meesie een schaartje met poezieplaatjes.

Lees ook:

De burgemeester moet geen sheriff willen zijn

Als burgemeesters zich niet aan de wet houden, waarom zouden burgers dat dan wel doen? Jan Brouwer neemt afscheid als hoogleraar rechtswetenschap met een aanval op burgervaders met spierballen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden