ReportageMeelopen op de ic

Bedden tellen op het MUMC+ in Maastricht: ‘Wij zitten voor ons gevoel al anderhalf jaar in een code zwart’

Esther Peters, directeur capaciteitsmanagement van het MUMC+  (rechts) overlegt met collega's. Op de schermen de bezette bedden. Beeld Roger Dohmen
Esther Peters, directeur capaciteitsmanagement van het MUMC+ (rechts) overlegt met collega's. Op de schermen de bezette bedden.Beeld Roger Dohmen

Nog nooit was het zo belangrijk om precies te weten hoeveel patiënten een ziekenhuis nog aankan. Esther Peters en haar team houden het bij, vanuit de ‘verkeerstoren’ van het Maastricht UMC+. Slot van een tweeluik.

Marten van de Wier

Esther Peters, directeur capaciteitsmanagement, neemt deel aan een online-crisisoverleg met directeuren en voorzitters van vakgroepen van het Maastricht UMC+. Negen hoofdjes, de meeste boven witte jassen, staan op het scherm in haar kantoor. Een veelvoud is niet in beeld. “De vraag is hoelang we nog kunnen uitplaatsen naar andere regio’s”, zegt ze tegen het scherm, terwijl ze naar voren buigt. “Dat is koffiedik kijken.”

Het ziekenhuis bereidt zich voor. Op een groei van de ic van 39 naar 47 bedden. Op verdere toename van patiënten op de covid-verpleegafdelingen. Op het schrappen van steeds meer urgente, planbare zorg. En op het eventuele landelijk uitroepen van fase 3, waarin artsen moeten kiezen welke acute patiënt nog een ic-bed krijgt. Iedere afdeling heeft deze week zijn noodplan opgesteld.

Op dit moment liggen er tachtig covid-patiënten in Maastricht, van wie zestien op de ic. Landelijk gaat het om ruim 2700 patiënten, van wie 617 op de ic.

Het ziekenhuis is een vliegveld

De afdeling capaciteitsmanagement, waar Peters directeur van is, heeft tijdens de pandemie een belangrijke rol: zij en haar collega’s houden bij hoeveel plek er is voor nieuwe patiënten. Aan de muur van het kantoor hangt een illustratie van het ziekenhuis als een vliegveld. Haar afdeling, dat is de verkeerstoren.

Peters en haar medewerkers volgen tot op de patiënt wie arriveert en wie er waarschijnlijk het ziekenhuis verlaat deze dag. Het is te zien op grote schermen in de kantoortuin: cirkel- en staafdiagrammen met rood, blauw en oranje.

Met die informatie kunnen ze ’s ochtends voorspellen hoe de dag ongeveer zal verlopen. Het team van Peters zorgt ervoor dat de schaarse capaciteit in het ziekenhuis zo goed mogelijk wordt benut. De verwachting dat een bed in de loop van de dag vrijkomt, kan betekenen dat een hartoperatie door kan gaan.

Normaal zes, nu nog hooguit twee hartoperaties per dag

Dat is van belang voor cardiothoracaal (hart- en long-)chirurgen Jos Maessen en Patrique Segers. Hun patiënten moeten na operatie naar de intensive care, en die ruimte is er vaak niet. Waar ze normaal zo’n zes operaties kunnen uitvoeren per dag, zijn dat er de laatste dagen hooguit twee.

“We komen alleen nog toe aan onze patiënten die meteen of binnen twee weken geholpen moeten worden, 40 procent van het totaal”, zegt Maessen. Andere patiënten kunnen normaal binnen drie maanden terecht. Nu moeten ze tot wel meer dan een jaar wachten. De wachtlijst is gegroeid van 120 tot 270.

Daarop staan bijvoorbeeld mensen die een meer ingrijpende operatie nodig hebben, zoals een nieuwe hartklep én een omleiding. Zo’n patiënt ligt na de operatie soms meerdere dagen op de ic, en in die tijd kan ook een aantal anderen geholpen worden. “Naast de urgentie weegt dat mee in de selectie van patiënten”, zegt Maessen.

‘Regelmatig moet je met lood in de schoenen naar een patiënt’

Iedere ochtend bespreken ze met collega’s van andere disciplines hoeveel ruimte er is. “Regelmatig moet je met lood in de schoenen naar een patiënt die al hier is, om uit te leggen dat de operatie toch niet doorgaat”, zegt Maessen. “Ik vind dat vreselijk. Vorig jaar is dat 350 keer voorgekomen, op een totaal van 1000 operaties.”

Soms komt een hartpatiënt van wie de operatie is uitgesteld later alsnog op de ic, bijvoorbeeld na een reanimatie. “Het is de vraag of zo’n patiënt ooit nog geopereerd kan worden”, zegt Segers. “Wij zitten voor ons gevoel al anderhalf jaar in een code zwart. Wij moeten continu keuzes maken tussen patiënten die we niet willen maken.”

Maar als het tot een echte ‘code zwart’ of fase 3 komt, dan gaat er ook een streep door de operaties die Segers en Maessen nu nog wel uitvoeren. Maessen schudt zijn hoofd. “Ik moet er niet aan denken.”

Esther Peters vertelt over de plannen voor fase 3 of ‘code zwart’.  Beeld Roger Dohmen
Esther Peters vertelt over de plannen voor fase 3 of ‘code zwart’.Beeld Roger Dohmen

Op de vijfde verdieping is Esther Peters klaar met haar online vergadering. Met haar collega’s buigt ze zich nu over hun plan voor fase 3. Patiënten die niet meer op de ic terecht kunnen, krijgen een ander bed in het ziekenhuis. In een stroomschema met zwarte en grijze blokken is te zien dat ze op verpleegafdelingen worden verzorgd, tot er een ic-plek vrijkomt, of tot ze overlijden.

Maar ook die verpleegafdelingen hebben een maximale capaciteit. Op dit moment is in Maastricht plek voor zo’n 360 patiënten, covid- en niet-covid-patiënten samen. Maar als het ziekteverzuim stijgt, daalt de capaciteit. Peters: “De vraag is: hoe lang houdt het zorgpersoneel dit vol?”

Hoe werkt in code zwart het kiezen tussen patiënten?

“Het komt niet vaak voor dat ik aan iets werk waarvan ik hoop dat ik het voor niks gedaan heb. Nu wel”, zegt anesthesioloog-intensivist Nathalie van Dijk. Ze is betrokken bij de triageplannen van het MUMC+. Daarin staat hoe besloten wordt welke patiënten naar de intensive care mogen, als er te weinig plek is op de ic en fase 3 door minister De Jonge is afgekondigd.

Alle ziekenhuizen volgen een landelijk protocol. Eerst spelen medische overwegingen een rol: patiënten met een lage overlevingskans of een korte levensverwachting vallen af.

Zijn er nog steeds teveel patiënten, dan krijgt een triageteam van drie artsen de taak te kiezen. Zij zijn een dienst lang vrijgeroosterd voor deze taak en komen bij elkaar zodra er een ic-bed vrijkomt. Waarschijnlijk zullen ze regelmatig meerdere bedden tegelijk verdelen.

Er zijn twintig artsen klaargestoomd voor die taak. De meeste artsen willen de keuze maken op basis van de dossiers, zonder de patiënt te zien. Maar als ze de patiënten willen ontmoeten, mag dat.

De criteria zijn landelijk bepaald. Patiënten met een 20 procent hogere overlevingskans gaan voor. Daarna komen patiënten die het ic-bed waarschijnlijk korter nodig hebben. Daarna de jongere generaties. In laatste instantie wordt geloot via een computersysteem.

“Of iemand bijvoorbeeld een vrouw is met jonge kinderen of een alleenstaande man: dat mag niet meewegen”, zegt Van Dijk. Alle besluiten worden onderbouwd, vastgelegd en achteraf door collega’s gecontroleerd.

Lees ook:

Even ademhalen, dan weer rennen op de ic in Maastricht. ‘Als wij vol liggen, ligt heel Limburg vol’

Nederland komt de komende dagen gevaarlijk dicht bij zijn maximale ic-capaciteit. Het gaat ten koste van verpleegkundigen en patiënten, weten ze op afdeling D3. ‘Het is echt heavy.’ Lees hier deel 1 van het tweeluik vanuit het UMC in Maastricht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden