Tien GebodenAstrid Sy

Astrid Sy: ‘Geschiedenis is fluïde, onderhevig aan verandering. Dat is precies wat ik er zo interessant aan vind.’

Astrid Sy Beeld Mark Kohn
Astrid SyBeeld Mark Kohn

Ze zou zonder pardon een zeeheld van z’n sokkel trekken, geen traan laten als Vladimir Poetin wordt omgelegd en vindt ‘mannetjes’ zoals Johan Derksen ‘om van te kotsen’. Verder verlangt historica, schrijfster en presentatrice Astrid Sy, tevens moeder van een peuter en een baby, vooral naar rust. ‘Wij gaan als zombies door het leven.’

Arjan Visser

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Als kind geloofde ik nog in een God die me zou helpen mijn sleutels terug te vinden, of in een God die ik beloofde voortaan mijn best te zullen doen als ik een fout had gemaakt, maar als je me nu vraagt waar ik in geloof, kom ik niet verder dan: in een energie, een oerkracht die je goddelijk zou kunnen noemen. Er zijn mensen voor wie het leven verschrikkelijk moeilijk is, voor wie de overtuiging dat het goede nog moet komen vaak de enige manier is om hun tijd op aarde te overleven. Ik kan het me veroorloven om niet te geloven, want ik heb het hartstikke goed. Ik denk na over wat ik mijn kinderen wil meegeven en doe mijn best om in harmonie te leven met de natuur en de mensen om me heen.

Soms vind ik het best een enge gedachte dat we doelloos op één van die miljarden bolletjes door een oneindig universum zweven… Het is toch raadselachtig dat de omstandigheden precies zó zijn dat we hier kunnen leven? Misschien ligt de zin van ons bestaan dáár wel in besloten: we moeten er voor zorgen dat het nog heel lang zo blijft, voor al de generaties die na ons komen.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Als bij ons in het dorp een standbeeld van een of andere zeeheld stond, dan zou ik zeggen: weg met dat ding. Zet ’m in een museum, met een uitleg erbij en klaar. Zwarte Piet: teleurstellend als je je in de privésfeer nog steeds zo uit wil dossen, maar in de publieke ruimte, tijdens een door de overheid gefinancierde intocht? Nee. Dat is echt not done. Geschiedenis is fluïde, onderhevig aan verandering. Niets is uit steen gehouwen. Dat is precies wat ik er zo interessant aan vind. De historiciteit van de geschiedenis is óók geschiedenis. Hoe kijken we, in een bepaalde periode, naar wat er is gebeurd? Wat is de context? Hoe zijn de interpretaties? Ik zeg niet dat je nooit meer een beeld voor iemand moet oprichten, maar als mensen het over honderd jaar aanstootgevend vinden, moeten ze het gewoon weer kunnen neerhalen. Weet je wat er op de plek stond waar nu het Holocaust Namenmonument staat? Het monument van Joodse Erkentelijkheid, voor ‘de beschermers der Nederlandse joden in de bezettingsjaren’. Het is nu herplaatst met een plaquette erbij waarop duidelijk wordt gemaakt dat 75 procent van de joden de Holocaust niet heeft overleefd en dat het dus wel meeviel met die bescherming. We zijn anders over die tijd gaan denken, we hebben naar elkaar geluisterd. Ik zie daar vooral progressie in.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Toen ik een jaar of vijftien was, ging ik kanoën met een vriendinnetje. Ineens riep zij keihard ‘Kankerzooi!’ Dat klonk zó lekker! Ik dacht: dat doe ik ook. Hebben we heerlijk zitten kankeren met z’n tweeën, in die kano. Sindsdien scheld ik me helemaal de pleuris. Echt netjes is het niet, maar het is nooit tegen iemand gericht. Dat komt misschien wel doordat ik daar zelf nare ervaringen mee heb. Aan het begin van de uitzending Andere Tijden: nacht over racisme (11 juli 2020, AV), heb ik de brief voorgelezen die ik aan koningin Beatrix had gestuurd, kort voordat ze op Koninginnedag in Leiden op bezoek zou komen. Ik was twaalf en ik mocht haar namens mijn school een bloemetje geven. In die brief somde ik op wat er zoal tegen me werd gezegd – ‘bruine aap’, ‘ga je wassen’, ‘terug naar het oerwoud’, ‘nigger’ – en ik vroeg de Koningin of ze iets tegen discriminatie kon doen. Het gekke is dat ik pas weer aan die brief moest denken toen we bezig waren met de voorbereidingen van die uitzending. Alsof het niet erg genoeg was geweest om te onthouden. Of had ik het verdrongen? Me geschaamd voor die woorden? Tijdens de opnamen kon ik die brief niet in één keer voorlezen; het was zó confronterend… wat er allemaal naar me werd geroepen, maar vooral ook hoe ik kennelijk het verdriet en de woede uit de weg was gegaan. Het was niet alleen naar en afschuwelijk, maar ook onbegrijpelijk. Zeker voor een meisje van twaalf. ‘Ik wil gewoon ik zijn’ schreef ik, ‘ik wil niet dat mensen mij vertellen dat ik anders ben. Ik hoop dat U mij begrijpt.’”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Uren, dagen, in mijn eentje, telefoon weg, beetje lezen, beetje wandelen, beetje niks doen, maakt niet uit op welke dag: ik vind het goddelijk. Rust! Om die reden zijn we ook uit Amsterdam vertrokken. Daar stond ik altijd ‘aan’. Hier, in het dorp, hangt een beetje dezelfde sfeer als bij ons familiehuis, een houten huisje aan de Finse kust. Deze zomer gaan we er weer een paar weken naartoe. Het is een unieke plek. Ik voel me daar altijd de beste versie van mezelf.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Laat ik beginnen met mijn moeder. Dochter van een Finse moeder en een Zweedse vader. Een bijzondere, gekke, grappige vrouw. Beetje chaotisch en ingewikkeld, maar ik heb me altijd bij haar geborgen geweten en ze heeft veel mooie tradities aan mij doorgegeven. We lijken op elkaar en kunnen daardoor ook goed botsen af en toe. Ik heb lang tegen haar opgekeken, gedacht dat ik aan een bepaalde standaard moest voldoen. Ze wil graag grip hebben op mijn leven. Dat is weleens benauwend, maar ik begrijp het wel: ik ben haar enig kind.

Ze leerde mijn vader kennen in Nouakchott, Mauritanië. Ze werden verliefd, zijn getrouwd en toen zij voor de Nederlandse ambassade in Dakar ging werken is hij met haar meeverhuisd. Ik werd geboren in Leiden, maar heb de eerste tweeënhalf jaar van mijn leven in Senegal gewoond. Toen het huwelijk van mijn ouders op de klippen liep, zijn we naar Nederland gegaan waar mijn moeder met haar jeugdliefde is getrouwd. Dat is mijn vader. Hij heeft me opgevoed. Hij heeft me geholpen als ik het zwaar had. Als ik een oppas nodig heb, staat hij in no time voor m’n deur. Hij was het ook die mij naar het vliegveld bracht om me uit te zwaaien toen ik voor het eerst terugging naar Senegal om mijn biologische vader te bezoeken.

Hij was twee keer naar Nederland gekomen. Op mijn tiende en op mijn zestiende. Tussendoor stuurde hij af en toe een brief en ik kreeg ook weleens een cadeautje voor mijn verjaardag. Dat was alles. Hij was inmiddels hertrouwd met een Française en ze hadden samen drie kinderen gekregen. Op mijn eenentwintigste besloot ik hen op te zoeken; ik moest proberen een band met broer en zusjes op te bouwen. Mijn vader is een lieve, goede man, maar beslist geen prater. Het lukte me niet om contact met hem te maken. Ik had vragen, ik was boos – waarom heb je zo weinig moeite voor me gedaan? – maar ik drong absoluut niet tot hem door. Van tevoren had ik allerlei fantasieën gehad over mijn familiegeschiedenis, ik zag voor me hoe we tot diep in de nacht met elkaar zouden praten over onze levens, maar ik begreep al snel dat dat onmogelijk was. We deelden niets. We bleven vreemden voor elkaar. Hij heeft me verwekt, maar is toch mijn vader niet. Er is maar één echte vader en dat is de man die mij heeft grootgebracht.

Op mijn elfde zijn mijn ouders uit elkaar gegaan. Het voelde een beetje als een opluchting omdat ik als kind wel had aangevoeld dat het niet zo goed meer ging tussen die twee, maar het was ook verwarrend. Hoewel hij nooit uit beeld is geweest – ik was de helft van de tijd bij hem – voelde het toch alsof ik voor een tweede keer een vader was kwijtgeraakt. Hij hertrouwde, kreeg een zoontje toen ik zestien was, kort daarna ging ik op kamers. Ik begon me af te vragen of ik er nog wel bij hoorde. Ik durfde daar heel lang niets over te zeggen. Mijn stiefmoeder heeft dat opgepikt en er bij hem op aangedrongen om met me te gaan praten. Inmiddels is alles glad gestreken, ook mijn ouders kunnen weer goed met elkaar opschieten. Toen ik onlangs een lezing moest houden in Kamp Vugt waren ze er allebei bij. Ze zijn allebei dol op hun kleinkinderen, staan altijd klaar om ons te helpen.

Ja, verlatingsangst is een thema in mijn leven geworden. Dat kon haast niet anders. Voor mij is het helemaal niet vanzelfsprekend dat iemand automatisch bij me blijft. Ik moet mijn best doen, ik moet lief zijn, ik moet me goed gedragen. Soms ben ik me er ineens heel erg van bewust dat ik een vreselijke pleaser ben. Als ik denk aan waar dat vandaan komt, kan ik nog weleens verdrietig worden, maar dat duurt nooit lang. Ik kan er toch niks aan veranderen. Dit zijn de dingen die bij me horen. Het is wat het is.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Tijdens mijn stage bij Yad Vashem in Jeruzalem zat ik alleen op een kamertje met allemaal dagboeken, foto’s, filmpjes, maar ook kinderschoentjes en andere spullen van Holocaust-slachtoffers om me heen. Ik had in het begin veel last van nachtmerries; vooral de verhalen over vermoorde kinderen grepen me verschrikkelijk aan. Ik voelde onmiddellijk een verantwoordelijkheid om door te geven wat zij nooit hebben kunnen vertellen. Dit is gebeurd. Dit is deze mensen aangedaan. We moeten die namen blijven noemen. We moeten de geschiedenis levend houden en proberen ervan te leren.

Als iedereen zich nu eens aan dit gebod zou kunnen houden… De basis is natuurlijk dat iedereen het recht heeft om te leven, maar tegelijkertijd lijkt het soms nodig om mensen – tirannen die een bevolking onderdrukken – uit te schakelen. Gevangennemen zou misschien beter zijn, maar ik zal je eerlijk zeggen dat ik er geen traan om zal laten als iemand zoals Vladimir Poetin wordt vermoord.”

VII Gij zult niet echtbreken

“We hebben twee jaar corona achter de rug en ik heb een baby van negen maanden! Kom me over een paar jaar nog maar eens vragen of ik weleens in de verleiding kom om een andere man te versieren. Ik denk trouwens dat het antwoord dan ook nee is. Ik ben dolgelukkig met Pim. Hij is mijn ideale man – hartstikke feministisch, totaal voor gelijkheid – maar er is één ding van hem dat ik minder goed begrijp. Hij vindt het, als voetballiefhebber, leuk om naar programma’s zoals Vandaag Inside te kijken en noemt de mannen-onder-elkaar humor van Johan Derksen en René van der Gijp wel ’interessant’ – al vindt hij zo’n Zwarte Piet-opmerking (‘Weten we zeker dat dat niet Akwasi is?’, in een uitzending van VI, juni 2020, AV) ook niet door de beugel kunnen.

Voor mij was de maat echt helemaal vol toen Derksen recent bekende dat hij een bewusteloze vrouw met een kaars had gepenetreerd. Ik vind het echt een walgelijk programma. Als je een keer een foutje maakt is dat helemaal niet erg, maar misbruik bekennen, terugkrabbelen, weglachen, zogenaamd onder druk van de ‘woke-beweging’ opstappen – ‘Je mag tegenwoordig ook niets meer zeggen’ boehoe – om vervolgens na twee weken gewoon weer op de stoep te staan omdat je niet zonder die aandacht kan? Bleh! Ik kots echt van dat soort mannetjes.”

VIII Gij zult niet stelen

“Als historicus probeer ik er voor te zorgen dat ik mijn verhaal op een ándere manier vertel. Plagiaat is een doodzonde in ons vak. Ik wil me laten inspireren, ergens op voortborduren. In Noem geen namen (historische jeugdroman, uitgegeven door Luitingh Sijthoff, april 2021, AV), heb ik het verhaal van de Amsterdamse crèche – waaruit tijdens de Tweede Wereldoorlog joodse kinderen werden gered – als historische achtergrond gebruikt. De hele setting klopt, maar voor mijn hoofdpersonages heb ik me vooral laten inspireren door de mensen die dit werkelijk hebben meegemaakt. Ik weet namelijk niet hoe Siniey Cohen-Kattenburg, die als 19-jarige leidster de levens van zoveel kinderen heeft gered, zich heeft gevoeld. Ik weet niet wat zich destijds in haar hoofd heeft afgespeeld. Dit is hoe ik me dat voorstel, ongeveer; het is mijn fantasie die ik op de werkelijkheid heb losgelaten.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Als kind heb ik mezelf verloochend. Ik wilde bij de witte meisjes horen en deed heel erg mijn best om zo min mogelijk ‘anders’ te zijn. Toen ik mijn halfzusjes in Senegal ontmoette en zag hoe ze helemaal geen probleem maakten van hun haar dat net zo kon pieken als het mijne, voelde ik voor het eerst een soort opluchting: het is helemaal niet raar, dit hoort gewoon bij mij. Langzaam maar zeker werd ook die kleur iets wat nu eenmaal bij me hoorde. De laatste jaren lijkt het voor anderen vooral een asset te zijn: vrouw, donker, check, goed om erbij te hebben. Ik vind het niet erg als mensen aanslaan op mijn achtergrond – ik ben heus geen getraumatiseerde zielenpoot of zo – maar voor pesten ben ik zwaar allergisch geworden en als ik het in mijn omgeving zie gebeuren, zal ik er altijd iets van zeggen. Ik houd mijn mond niet meer.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“O, maar ik ben de héle tijd aan het begeren wat van mijn naaste is! Het huis, de auto, de plantjes, maar vooral: de rust. Ik ben strontjaloers op mensen met iets oudere kinderen. Die zitten lekker met een wijntje in hun prachtige tuin, terwijl wij, met onze twee kleintjes, als zombies door het leven gaan. We zijn totaal sleep deprived! Ik heb nu nog het idee dat ze tot hun achttiende om drie uur ’s nachts wakker zullen worden, al zal het waarschijnlijk niet eens zo lang duren voordat ik me ga afvragen waar de tijd gebleven is…”

De brieven van Mia

Astrid Sy (Leiden, 1987) is een Nederlands historica en schrijfster. Sinds januari 2020 presenteert ze VPRO/NTR-programma Andere Tijden. Tot en met 25 juni is de muzikale familievoorstelling De brieven van Mia – van George & Eran Producties en Rose stories, naar het gelijknamige boek van Astrid Sy – te zien in diverse theaters. Voor de speellijst zie: www.debrievenvanmia.nl

Lees ook:

Volgens zangeres Merol is er geen cancelcultuur. ‘Het is nog steeds een mannenwereld’

Je hebt Merol, met een O, en Merel met een E. De artiest – die met een O – wil prikken, schuren en spraakmakend zijn, terwijl die met een E vaak onzeker is; een pleaser die wil dat iedereen van haar houdt. Op het podium versmelten ze voor een paar uur tot één en dezelfde halfgodin: ‘Kijk mij hier shinen! Ik voel me sexy, ik ben de baas.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden