Leo Wijnbelt: ‘Wij kunnen niet zeggen: kom over drie maanden maar terug’.

InterviewDirecteur Voedselbanken Nederland

‘Armoede is een kruitvat dat op ontploffen staat’

Leo Wijnbelt: ‘Wij kunnen niet zeggen: kom over drie maanden maar terug’.Beeld Werry Crone

Als mensen die door de coronacrisis zijn getroffen straks blut zijn, dan wacht voedselbanken een hausse aan klanten, voorziet voorzitter Leo Wijnbelt. Hij vindt noodsteun terecht. ‘Je moet je voorbereiden op het scenario waarin alles misgaat.’

Het kantoorpand in Houten, uitvalsbasis voor Voedselbanken Nederland, is op deze woensdagmiddag uitgestorven. Maar schijn bedriegt, zegt Leo Wijnbelt, voorzitter van de organisatie die alle voedselbanken in het land coördineert.

Achter de schermen wordt hard gewerkt om een nieuwe groep klanten door de coronacrisis te helpen. “Toen de eerste coronagolf uitbrak, was het hier binnen twaalf uur crisis. Veel van onze vrijwilligers zijn senioren, die konden of wilden vanwege hun gezondheid liever geen voedsel meer uitdelen. Bovendien was er lang niet overal genoeg ruimte om anderhalve meter afstand te houden. En dus vielen er meteen zeventien voedselbanken uit, plus twee van de tien distributiecentra.”

Wijnbelt maakt in zijn tricot coltrui niet de indruk van een bestuurder; de functie bij de voedselbank is onbezoldigd en niet fulltime. Maar toen de coronacrisis kwam gooide hij het roer om. “Ik heb al mijn andere werkzaamheden meteen stilgelegd, zodat ik al mijn tijd hieraan kon besteden.”

Door corona groeide het aantal vaste klanten van de voedselbank in 2020 met zo’n 6 procent tot 94.000 mensen. Er waren vestigingen die daar ver boven zaten, met uitschieters tot 40 procent, en ook voedselbanken die niet meer klanten zagen komen.

De cijfers van het afgelopen jaar laten een behoorlijke stijging zien in het aantal voedselbankklanten. En u verwacht een nog grotere klap?

“Voor corona schatten we het aantal mensen dat honger heeft op 400.000 tot 500.000. De voedselbanken helpen ongeveer een derde. De rest bereikt ons niet, omdat ze ons niet kennen, zich schamen of omdat ze nét een te hoog inkomen hebben voor de voedselbank.

“Al voor de pandemie waren we bezig met de vraag hoe we die mensen toch kunnen bereiken. Met corona werd die ambitie een noodzaak. We bereiden ons nu voor op een stijging van 50 procent van het aantal klanten. Vooral in grote steden kan het hard gaan: mensen met een flexibel contract, met meerdere baantjes, die kunnen ons snel nodig hebben.

Die 50 procent groei is een verwachting, geen echte prognose. U heeft wel campagne gevoerd met dat percentage. Is het eerlijk om alleen op basis van een verwachting de noodklok te luiden?

“Het is goed ondernemerschap om je voor te bereiden op een scenario waarin alles mis gaat. Als het niet gebeurt, is het fijn: dan heb je weer ruimte over. We weten nu goed waar de knelpunten ontstaan en wat daar moet gebeuren als we in rap tempo moeten groeien.”

Tussen de verwachte 50 procent en de 8 procent groei die we in de cijfers terugzagen, zit nogal een verschil.

“We hebben altijd verwacht dat de toeloop in eerste instantie mee zou vallen. En we vermoeden nu dat de groei nog mee zal vallen, tenminste zolang de economische steunpakketten blijven komen en mensen hun eigen vermogen of hun pensioen opeten of leningen aangaan, wat het ergste scenario is. Maar dat kan allemaal snel veranderen.

“Daarom hebben we nu al gezegd: stel dat we in een vrij korte tijd 50 procent meer klanten krijgen, 19.000 extra gezinnen die eten nodig hebben, wat doen we dan? Bedenk: we geven noodhulp aan mensen. We kunnen dus niet zeggen: kom over drie maanden maar terug, dan hebben we onze zaken op orde.”

U trok ook bij de overheid aan de bel. Waarom?

“Het was een noodkreet. We hebben een inschatting gegeven van wat we in 2021-2022 aankunnen. We denken dat we dan nog steeds genoeg vrijwilligers kunnen werven. Ook het werven van financiële fondsen zal niet het grootste probleem geven; we zagen dat het aantal giften tijdens de coronacrisis niet afnam.

“Maar we kunnen slecht inschatten of we nog wel genoeg voedsel hebben om uit te delen als we veel meer klanten krijgen. Daarom hebben we gezegd: stel dat er echte calamiteiten komen en er is onvoldoende voedsel, dan is het aan de overheid om daar een oplossing voor te bedenken.”

Maar de overheid geeft geen voedsel, maar geld.

“De overheid zegt: we kunnen geen voedsel kopen. In andere EU-landen is het gebruikelijk dat overheden voedsel regelen voor voedselbanken. Daar geven de voedselbanken de overheid een boodschappenlijstje met de vraag: kun je dit voor ons inkopen?

“Hier heeft het Rijk niet de infrastructuur om dat te regelen, en al helemaal niet op korte termijn, zoals nodig is in een coronacrisis. Vandaar dat we nu met de overheid in gesprek zijn hoe de voedselbanken toch voedsel kunnen krijgen als er in de komende periode te weinig is om alle nieuwe klanten te helpen. We willen absoluut geen geld, maar voedsel van de overheid.”

Toen Trouw in december bekendmaakte dat de subsidies aan de voedselbanken niet gebruikt werden, waren de voedselbanken daar niet blij mee. Wat gebeurde er?

“Eén van de dingen waar we heel hard aan werken is onze reputatie, we proberen zo transparant mogelijk te zijn. Met succes: mensen vinden ons heel betrouwbaar.

“Het ongelukkige was dat veel mensen uitsluitend de ongelukkige kop van het artikel hadden gelezen, waardoor ze op het verkeerde been werden gezet. In het artikel zelf stond correct dat de subsidie uitsluitend in een noodsituatie gebruikt mocht worden en dat het geld anders terug moest naar de overheid.

null Beeld Werry Crone
Beeld Werry Crone

“Naast reputatieschade was het resultaat dat er tonnen minder aan donaties binnenkomen. En dat in de periode van Kerst, waarin we normaal heel actief zijn. Na de publicatie zijn we drie weken bezig geweest om grote donoren te bellen, uitleg te geven en hen ervan te overtuigen dat doneren nodig is. Dat waren geen korte gesprekken. Met veel donateurs hebben we wel anderhalf uur aan de lijn gehangen.”

Wat zei u tegen hen?

“Dat de 4 miljoen euro die het Rijk ons had toegezegd coronahulp betrof, waaraan voorwaarden verbonden waren. De afspraak was: als wat we van donateurs ophaalden ontoereikend was, mochten we de 4 miljoen rijkssubsidie aanspreken.

“Wij hebben ongeveer 6,5 miljoen opgehaald, onder meer met een publieksactie. Daar is nu nog 5 miljoen van over, omdat we anderhalf miljoen hebben gebruikt voor acute coronahulp. We zijn dus nooit aan de subsidie gekomen en die moet dus worden teruggegeven.

“Als we onze 5 miljoen euro niet voor corona hoeven uit te geven, zullen we dat geld hard nodig hebben om de verwachte toestroom van nieuwe klanten op te kunnen vangen. Het probleem, nogmaals, is niet het geld of vrijwilligers, maar voedsel. Daarvan vrezen we een tekort, als we in korte tijd veel meer klanten krijgen binnen.”

Hoe is het op de lange termijn gesteld met de voedselvoorziening van voedselbanken?

“De hele voedingssector moet in 2030 de helft minder voedsel verspillen. Dat de branche maatregelen neemt, merken we nu al: alle supermarkten verkopen al verse producten tegen bodemprijzen als die tegen de houdbaarheidsdatum aanzitten. Dan blijft er minder over voor ons. Dat zal in de komende jaren steeds vaker het geval zijn.”

“Er zijn ook minder nicheproducten. Vroeger probeerden voedselproducenten nog weleens wat: toetjes, nieuwe smaken. Die producten bleven vaak over, die konden we dan zo overnemen.

“Productieprocessen en vervoer, ze zijn allemaal ontzettend verbeterd. Dat is mooi, maar in totaal is er enkele tientallen procenten minder aanbod voor de voedselbanken op lokaal niveau.”

Is het model van de voedselbanken, waarin de bestrijding van voedselverspilling en van armoede hand-in-hand gaan wel houdbaar?

“Elke insider weet: helemaal zonder verspilling voedsel produceren, vervoeren en verkopen, dat gaat niet. Dus ook als de helft van de verspilling in 2030 is verdwenen blijft er nog wel wat over.”

“De politiek heeft nu meer oog voor ons probleem. We proberen samen te werken met het ministerie van landbouw, natuur en voedselkwaliteit. We kijken of we iets kunnen met de reststromen uit de voedingsindustrie: het kontje van de worst dat wordt afgesneden en weggegooid, de 200 miljoen broden die we niet gebruiken.

“Van die voedingswaren kunnen best wat andere producten worden gemaakt die ook naar de voedselbanken kunnen. Het zou een goed businessmodel kunnen zijn voor een sociale onderneming die al het rendement terug stopt in de eigen zaak. Daar doen we, met steun van het ministerie, onderzoek naar.”

De politiek is u de laatste tijd goed gezind. Heeft u dat verbaasd?

“Het heeft me niet echt verbaasd, maar tijdens corona is er wel wat veranderd. Jarenlang was men bang om over het begrotingstekort van 3 procent heen te gaan, nu is het ineens een stuk gemakkelijker om geld te stoppen in armoedebestrijding. Zonder corona zou dat niet gebeurd zijn. Al moeten we nog zien hoe het na de verkiezingen gaat.”

“Armoede is een kruitvat dat op ontploffen staat, dus er valt de komende tijd wel echt iets te kiezen. Wat voor soort samenleving willen we zijn? Ik denk dat we de mogelijkheid hebben om de grotendeels onzichtbare kloven in de samenleving te dichten. We staan op een tweesprong, we kunnen de samenleving nu anders structureren.”

Lees ook:

Oprichters voedselbank zien het ‘succes’ met lede ogen aan: ‘Het is volledig uit de hand gelopen’

Van een klein uitgiftepunt voor de armen van Rotterdam groeide de voedselbank uit tot een instituut met 172 vestigingen en duizenden klanten. Maar oprichters Sjaak en Clara Sies zien het met lede ogen aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden