Ontdekking

Archeologen ontdekken een waardevolle slavenbegraafplaats op Sint-Eustatius

De slavenbegraafplaats op Sint Eustatius kan veel informatie opleveren over de werkomstandigheden en herkomst van de slaafgemaakten. Beeld Secar
De slavenbegraafplaats op Sint Eustatius kan veel informatie opleveren over de werkomstandigheden en herkomst van de slaafgemaakten.Beeld Secar

Klein eiland, grote vondst. Op Sint-Eustatius, ooit van economisch wereldbelang, hebben archeologen een slavenbegraafplaats ontdekt die ons veel kan vertellen over het leven van de slaafgemaakten op het eiland.

Het vliegveld van Sint-Eustatius trekt de laatste tijd ongewoon veel voetverkeer. Staatssecretaris Raymond Knops (Koninkrijksrelaties) kwam maandag langs, en een team van twaalf archeologische specialisten uit Nederland, de Verenigde Staten, Duitsland en Finland is aan het graven naast de landingsbaan.

De archeologen zijn daar gestuit op een slavenbegraafplaats, nabij de Golden Rock-plantage. Naar schatting liggen er rond de zeventig slaafgemaakten begraven, aan de rand van een vermoedelijke nederzetting waar in de achttiende en negentiende eeuw de slaven woonden. Tot nog toe zijn er 32 skeletten opgegraven.

“Dit is een heel belangrijke vondst”, legt projectleider Ruud Stelten uit. Het eiland, slechts 21 vierkante kilometer groot, was vanaf de achttiende eeuw een overslag- en doorvoerhaven van wereldbelang voor producten als suiker, cacao, tabak en ruwe katoen. Stelten: “Eind achttiende eeuw kwamen er drieduizend schepen per jaar langs. Het eiland telde tweehonderd pakhuizen, en was van belang voor de hele Atlantische wereld.”

De goederen werden geproduceerd door Afrikaanse slaafgemaakten op de plantages in de hele regio. Sint-Eustatius, nu een Nederlandse gemeente, werd in 1636 voor het eerst gekoloniseerd door Nederlanders. Tot 1816, toen het definitief in Nederlandse handen kwam, wisselde het bestuur van het eiland voortdurend tussen Fransen, Britten en Nederlanders. Vandaar ook de internationale archeologische belangstelling voor de vondst.

Informatie over de leefomstandigheden

Stelten: “Onze archeologische specialisten onderzoeken de lichamelijke resten, wat veel informatie kan opleveren over de leefomstandigheden van de slaven. Er bestaat maar één soortgelijke archeologische vindplaats van deze omvang in de Cariben, op Barbados. Dat is nu een van de belangrijkste referentiepunten voor archeologische informatie over slaafgemaakten in het Caribisch gebied. Die informatie kunnen we nu vergelijken en aanvullen.”

Alles wat we tot nu toe wisten van die slaafgemaakten, komt van wat witte plantage-eigenaren, reizigers en bewindvoerders over hen optekenden, vertelt Stelten. “Die historische bronnen schetsen vaak een te rooskleurig beeld over de slavernij, dat slaafgemaakten vaak goed behandeld werden, wat meestal helemaal niet het geval was.”

Door de resten van de slaafgemaakten te onderzoeken, kunnen onderzoekers meer onbevooroordeelde informatie verzamelen over hun leven. “Uit slijtage van de botten kunnen we bijvoorbeeld afleiden dat ze veel herhaalde bewegingen moesten maken. Die blessures moeten veel pijn en ongemak hebben veroorzaakt.”

Botonderzoek levert informatie op over voeding en eventuele ziekten. Beeld Secar
Botonderzoek levert informatie op over voeding en eventuele ziekten.Beeld Secar

In het archeologisch team zit een specialist die eiwitonderzoek doet, waaruit af te leiden valt of ze leden aan bepaalde ziektes. Bot-analyse kan ook uitwijzen welke voeding de slaven kregen. DNA- en isotopenonderzoek door het team moet nadere informatie opleveren over de precieze Afrikaanse herkomst van de slaafgemaakten, en wanneer zij op Sint Eustatius arriveerden.

“Heel interessant is dat we in de gebitten van twee lichamen gevijlde tanden hebben aangetroffen”, vertelt Stelten. “Dat was een typisch West-Afrikaans gebruik. Omdat plantage-eigenaren dat verboden bij hun slaven, is het een sterke aanwijzing dat deze twee behoorden tot de eerste generatie slaafgemaakten.”

Gevijlde voortanden zijn een aanwijzing dat de begravene rechtstreeks uit West-Afrika moet zijn gehaald door slavenhandelaren. Beeld Secar
Gevijlde voortanden zijn een aanwijzing dat de begravene rechtstreeks uit West-Afrika moet zijn gehaald door slavenhandelaren.Beeld Secar

Stelten en zijn team werken onder de vlag van een lokaal archeologisch instituut, St. Eustatius Center for Archaeological Research (Secar), met subsidie van de lokale overheid. Het is de bedoeling dat de vondsten op den duur hun weg vinden naar het Sint Eustatius Museum in Oranjestad.

De archeologen hopen hun bevindingen te kunnen vergelijken met wat tot nog toe bekend was geworden van een soortgelijke begraafplaats op Barbados. Beeld Segar
De archeologen hopen hun bevindingen te kunnen vergelijken met wat tot nog toe bekend was geworden van een soortgelijke begraafplaats op Barbados.Beeld Segar

Stelten: “In de graven liggen objecten die in geld uitgedrukt weinig waarde hebben, maar symbolisch gezien van grote waarde zijn – bijvoorbeeld glazen kralen en schelpen, waarvan we de precieze betekenis nog niet weten. Ook hebben we een tabakspijp als grafgift aangetroffen, met slijtageplekken waar de eigenaar de pijpenkop vasthield met zijn duim en wijsvinger. Zoiets brengt het verleden heel dichtbij.”

Lees ook:

Hoe maak je een tentoonstelling over een beladen onderwerp als slavernij?

Het Rijksmuseum zette een zeer divers team aan het werk, om het onderwerp slavernij van alle kanten te belichten. ‘Ik raad iedereen aan het ongemak vooral niet uit de weg te gaan’, zegt Valika Smeulders, hoofd geschiedenis van het Rijksmuseum.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden