NaschriftAnneMieke Bökkerink (1944-2021)

AnneMieke Bökkerink (1944-2021) leefde als een krachtige, kleine koningin

AnneMieke Bökkerink tuinierde graag. Beeld
AnneMieke Bökkerink tuinierde graag.

Een zo gewoon mogelijk leven. Dat was de ultieme wens van AnneMieke Bökkerink. Het werd niet alleen haar persoonlijke speerpunt, ze zette zich ook met veel daadkracht in voor mensen met een beperking.

‘Je moet niet benadrukken wat je niet kunt. Het is veel leuker om wat je wél kunt te ontwikkelen’. Hiermee inspireert de vastberaden AnneMieke niet alleen andere gehandicapten, maar ook beleidsmakers, ambtenaren en ministers. Ze wil mensen met een beperking uit het zorghoekje halen. Inclusie, daar draait alles om in haar leven.

AnneMieke is er vanwege haar lengte van nog geen meter aan gewend dat ze vaak in het middelpunt van de belangstelling staat. En dat zet ze strategisch in. Ze zegt niet snel ‘nee’ als ze voor tv-programma’s of lezingen wordt gevraagd. Interviewer Ischa Meijer dient ze fel van repliek als hij gehandicapten ridiculiseert. Het is mede haar verdienste dat het gehandicaptenbeleid verschuift van opvang in instellingen naar zelfstandig wonen met de nodige hulpmiddelen.

Voor haar is nooit de handicap van waarde, maar de manier waarop iemand met een beperking in het leven staat. Zelf doet ze dat op een vrolijke, innemende en eigenzinnige manier. Ze weet uitstekend wat ze wil, regelt zelf haar zaakjes (of organiseert hulp) en zet daarbij haar charme in. Die attitude zorgt ervoor dat ze de geuzennaam The Little Queen krijgt. Extra bijzonder vindt ze de ontmoetingen met prinses Juliana, die haar vraagt: “Heb ik u niet eerder ontmoet? Kent u mij nog?”

Broze gezondheid

AnneMieke is de derde in de rij van acht kinderen: vier dochters en vier zonen hebben Mia en Piet Bökkerink, die een florerend schildersbedrijf in Nijmegen bestierde. Aanvankelijk groeit ze normaal op, maar een stofwisselingsziekte zorgt ervoor dat Mieke, zoals ze altijd wordt genoemd, vanaf kleuterleeftijd niet doorgroeit. Artsen voorspellen dat ze niet lang meer te leven heeft.

AnneMieke Bökkerink als jong meisje, haar moeder leerde haar lezen. Beeld
AnneMieke Bökkerink als jong meisje, haar moeder leerde haar lezen.

Die eerste jaren is haar gezondheid zeer broos, ze ligt geregeld in het ziekenhuis. Haar ouders verwennen haar, maar behandelen haar niet anders dan de andere kinderen. Ze heeft haar eigen rol: als het gezin gaat sporten, is AnneMieke scheidsrechter. En knikkeren doen ze op tafel, dan kan zij ook meedoen. Nadat haar moeder haar vlot leert lezen, is het haar taak om de broers en zussen voor te lezen. Ze leest de lokale bieb nagenoeg leeg. En wanneer iets niet lukt bedenkt ze zelf een oplossing: zo zijn gewone poppen te zwaar om mee te spelen, dus maakt ze die van papier – met bijpassende kleertjes.

Op haar twaalfde is ze sterk genoeg om naar school te gaan. Doordat haar liefdevolle moeder haar thuis goed heeft onderwezen, stroomt ze door naar het gymnasium. Daar krijgt ze een hechte groep vriendinnen die haar van klas naar klas dragen. Eenmaal uit school binden ze haar wagentje achter hun fietsen en sjezen er hard mee door de stad.

Altijd goedgemutst

Nooit heeft ze moeite aansluiting te vinden, ze is altijd goedgemutst en zodra iemand met haar in gesprek gaat, vergeet die al snel haar beperking. Als student psychologie wil ze graag op kamers, maar zo’n studentenhuis vol trappen voldoet niet. Waarop haar vader een bungalowtje bouwt achter hun huis, wat gelijk de vaste feestplek wordt voor haar studievrienden. Ze geniet volop en als iedereen in het café gaat dansen, zit AnneMieke op de schouders en feest net zo hard mee.

AnneMieke Bökkerink in haar jonge jaren. Beeld
AnneMieke Bökkerink in haar jonge jaren.

Na haar studie gaat ze in 1974, met haar aangepaste Daf, aan de slag als ontwikkelingspsycholoog bij de Hendrik Willem Landstichting in Arnhem en vervult daarna leidinggevende functies bij de Stichting Werkenrode in Groesbeek, Woon- en Leefcentra Gehandicapten in Eindhoven en tot slot revalidatiecentrum de Adriaanstichting in Rotterdam. Daarnaast is ze in haar vrije tijd actief in legio besturen tot ze voorzitter wordt van de Nederlandse Gehandicaptenraad in 1985.

Haar succes zit ’m erin dat ze taaie dossiers en pittige gesprekken ingaat met een dosis charme en goede kennis van zaken. In een zaal vol opgewonden belangenbehartigers is ze op een ontwapenende manier aanscherpend én verbindend. En wanneer iemand niet goed luistert of haar niet begrijpt, wipt ze omhoog in haar stoel en heft vinnig haar vinger. Voor die toegewijde inzet wordt ze geridderd in de Orde van Oranje-Nassau – een kroon op haar werk.

Als ze niet werkt, dan kookt, tuiniert en reist ze graag. Ze spreekt meerdere talen en doorkruist Europa en delen van Azië en Afrika, waar ze zo’n bezienswaardigheid is dat ze eens moet vluchten voor een meute die haar ziet als kleine godin. Die reizen maakt ze veelal samen met goede vrienden. Attent en hartelijk als ze is, genieten zij op hun beurt van haar sublieme kookkunst, goede gesprekken en onvergetelijke feesten.

Nu leest ze Tolkien voor

Het gelukkigst is ze samen met haar grote liefde Gerard Raemaekers, die ze op haar 32ste ontmoet op een vormingsweekend. Gerard, altijd bezig met een actie in de socialistische politiek of het milieu, houdt aan een ziekte een hoge dwarslaesie over. AnneMieke helpt hem te wennen aan zijn nieuwe bestaan. Gerard brengt zijn temperamentvolle, altijd actieve vrouw tot rust. Haar hele leven blijft ze voorlezen, nu leest ze Tolkien aan Gerard voor en met kerstmis zijn sprookjes vaste prik. Ze verwennen hun neven, nichtjes en kinderen van vrienden met immense zakken snoep.

AnneMieke met haar man Gerard. Beeld
AnneMieke met haar man Gerard.

Nadat ze eerst het overlijden van haar twee broers Peter en Eric in een jaar tijd moet verwerken, overlijdt in 2007 ook nog Gerard. Ze is haar zielsmaat kwijt. Maar haar omgeving ziet het als een goed teken dat ze zich weer vastbijt in een project, dit keer een studie filosofie. Op een gegeven moment zet ze al haar bestuurlijke functies aan de kant en richt zich meer op haar tuin, de katten, muziek luisteren, lezen en koken. Tot het fysiek steeds moeilijker wordt.

Ze heeft zich altijd voorgenomen menswaardig te sterven en dat wordt haar laatste missie. Ze weet dat haar lichaam op is. De artsen dachten dat ze nog geen 7 jaar zou worden, het worden er bijna 77. Ze is in haar leven voor velen een voorbeeld in wilskracht en doorzettingsvermogen. Op liefdevolle wijze nemen geliefden afscheid van haar. Op haar rouwkaart staat: ‘Mijn leven is als een sprookje, nu is het voltooid’.

AnneMieke Bökkerink werd geboren op 14 september 1944 in Nijmegen en overleed op 23 juni 2021 in Utrecht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden