Amerikaanse militairen helpen eva­cués om toegang te krijgen tot Hamid Karzai International Airport in Kaboel op 26 augustus.

ReconstructieBesluitvorming evacuaties

Al maanden werd gewaarschuwd voor een rampscenario in Afghanistan. Wanneer kwam Nederland in actie? Een reconstructie

Amerikaanse militairen helpen eva­cués om toegang te krijgen tot Hamid Karzai International Airport in Kaboel op 26 augustus.Beeld via Reuters

Nederland evacueerde 2500 mensen uit Afghanistan. Maar de voorbereidingen voor die evacuaties verliepen rommelig. Ministeries werkten langs elkaar heen, en lang bleef onduidelijk wie wel en wie niet in aanmerking kwam voor evacuatie. Een reconstructie van de politieke besluitvorming.

Gestrande Nederlanders en achtergebleven Afghanen zien op 26 augustus de laatste Nederlandse evacuatievlucht het vliegveld van Kaboel verlaten. In immense chaos heeft Nederland 2500 mensen weten te evacueren. Velen van hen hebben zich met oranje petjes en sjaals door grote mensenmassa’s gewerkt, om met kleine kinderen uitgedroogd het vliegtuig in te stappen.

Verantwoordelijke ministers zeggen zich in de dagen na de val van Kaboel, op 15 augustus, overvallen te hebben gevoeld door de snelle opmars van de Taliban. Ze zeiden niet te hebben kunnen voorzien dat er op grote schaal geëvacueerd zou moeten worden, dat ze niet konden weten hoe angstig de dagen zouden zijn die volgden. Maar vakbonden, veteranen en andere betrokken waarschuwden al maanden voor het scenario dat zich in augustus ontvouwde. Een reconstructie.

14 april 2021 – Tijd om thuis te komen

“Het is tijd voor de troepen om thuis te komen.” De Amerikaanse president Joe Biden zegt het op 14 april in een videoboodschap aan het Amerikaanse volk. Hij is de vierde president die het bevel voert over troepen in het land. “Ik wil deze verantwoordelijkheid niet doorgeven aan een vijfde”, declameert hij. Vanaf 1 mei trekken de Amerikanen zich terug. Op 11 september moeten alle militairen het land verlaten hebben.

Anne-Marie Snels is op dat moment net met pensioen, na acht jaar voorzitterschap van militaire vakbond AFMP. Ze maakt zich al langer zorgen over het lot van Afghanen die gewerkt hebben voor de Nederlandse militairen, en heeft daar meermaals contact over gezocht met defensieminister Ank Bijleveld (CDA). Tijdens die gesprekken waarschuwt Snels dat het land snel onveiliger wordt. “We moeten intensiever inzetten op het ophalen van mensen”, zegt ze in het voorjaar al meermaals tegen de minister. Daar zijn we mee bezig, krijgt ze te horen.

Snels intensiveert kort na Bidens speech het contact met de mensen in haar netwerk die zich ook bezig houden met het lot van lokaal Afghaans personeel.

Een van hen is politicoloog Sara de Jong, die in Engeland onderzoek doet naar het lot van Afghaanse en Iraakse staf tijdens en na de oorlogen in die landen. Ook heeft ze de Sulha Alliance opgericht, een stichting die zich inzet voor Afghanen die werkten voor de Britse troepen. De Jong ziet dat de Britten na de speech van Biden het programma om lokale staf in veiligheid te brengen versnellen. Ook de VS doen dat. Het valt haar op dat Nederland dat niet doet. Volgens defensie gebeurt op dat moment al het mogelijke al.

3 mei – De eerste Kamervragen

Begin mei neemt Snels meermaals contact op met het ministerie van defensie. Tevergeefs. Minister Bijleveld is voortdurend onbereikbaar en politieke assistentes helpen haar niet vooruit. Ze besluit de publiciteit op te zoeken. De oud-vakbondsvoorzitter is gewend om te polderen en compromissen te sluiten, maar daar is ze nu helemaal klaar mee. Niet het minst omdat ze het idee heeft dat Bijleveld ‘de boel besodemietert’. Ze krijgt namelijk geen duidelijkheid over de cijfers: hoeveel mensen heeft Nederland in dienst gehad? Hoeveel zijn er al hier?

Na een voorzetje van Snels publiceert de Volkskrant begin mei een bericht over het ‘wrede lot’ van Afghaanse tolken. Het bericht trekt de aandacht van D66-Kamerlid Salima Belhaj. Op haar initiatief stelt het kabinet in 2019 een speciale tolkenregeling in. Die maakt het mogelijk tolken te evacueren en asiel te verlenen. Op 3 mei stelt ze Kamervragen.

“Als het niet heel snel gaat, weten we één ding zeker: dan worden ze vermoord”, zegt voorzitter Jean Debie van de Vakbond voor burger en militair defensiepersoneel (VBM) ruim een week later in Trouw. Samen met voorzitter Ton van den Berg van vakbond AFMP roept hij het kabinet op om tolken zo snel mogelijk uit het land te halen, ‘desnoods met helikopters’. Tolken moeten op dat moment nog een lange procedure door, zien de vakbonden. Ook moeten ze met originele documenten op en neer naar de ambassade in Kaboel. Een reis die door de oprukkende Taliban steeds gevaarlijker wordt.

1 juni - ‘De tijd is bijna op’

Militairen, veteranen en tolken uit acht landen roepen hun regeringen en het Navo-hoofdkwartier op 1 juni op om Afghaans personeel zo snel mogelijk te evacueren. Ook twee Nederlandse militaire vakbonden, VBM en AFMP, zetten hun handtekening onder de brief, die ook naar demissionair premier Mark Rutte gaat.

Time is running out’, schrijven de zeventien organisaties precies 100 dagen voor de deadline van 11 september. De internationale troepen trekken zich zo snel terug, schrijven ze, dat er misschien nog maar dertig dagen over zijn om mensen weg te halen. ‘We vragen de Navo-lidstaten om lokaal burgerpersoneel onmiddellijk te evacueren.’

Diezelfde avond geeft defensieminister Bijleveld antwoord op Kamervragen van PvdA’er Kati Piri. Daarin verstrekt ze voor het eerst cijfers over de tolken. Sinds 2013 zijn er 68 tolken in Nederland aangekomen, schrijft ze, sommigen zitten nog in de asielprocedure. Wat ze daar niet bij meldt, is dat een deel van die 68 zelf de reis over land heeft gemaakt om hier asiel aan te vragen. Van de 287 ingediende aanvragen zijn er 101 afgewezen.

Wetenschapper De Jong, die dan nog achter haar computer zit, mailt diezelfde avond met Piri en Jasper van Dijk van de SP. Om 1 uur ’s nachts, omdat de Kamer op 2 juni debatteert over het onderwerp. ‘Hieronder een kort overzicht van de zaken die meteen in het oog springen’, schrijft ze.

Het valt haar op dat Nederland, naar eigen zeggen op verzoek van de Afghaanse overheid, een beëdigde vertaling eist van documenten. Andere landen stellen die eis niet. Verder ziet ze dat onder de 101 afgewezen tolken Afghanen zitten die behalve voor Nederland ook voor andere landen hebben gewerkt. Volgens het kabinet moeten ze daar asiel aanvragen. De Jong wijst er dan ook op dat de Nederlandse regering alleen tolken wil beschermen, terwijl de Verenigde Naties en de Europese Unie ervan uitgaan dat veel meer Afghanen die voor buitenlanders hebben gewerkt gevaar lopen, zoals beveiligers en fixers voor journalisten.

Achtergebleven spullen van geëvacueerde Afghanen op het vliegveld van Kaboel.  Beeld AFP
Achtergebleven spullen van geëvacueerde Afghanen op het vliegveld van Kaboel.Beeld AFP

2 juni – Een kritische Kamer

De afgelopen weken heeft Bijleveld in verschillende Kamerbrieven toegelicht dat de dreiging van de Taliban toeneemt. Deze woensdagmiddag 2 juni treft Bijleveld een kritische Kamer. De tijd dringt, geven Kamerleden aan. De tolken moeten zo snel mogelijk geëvacueerd worden, zeggen ze ook. Vooral nu de Nederlandse militairen over vier weken Afghanistan verlaten.

PvdA’er Piri trapt het debat af: “Wat ik mis bij de minister is een gevoel van urgentie”, zegt ze. “Laat het duidelijk zijn, het is onvergeeflijk als straks tolken en hun gezinnen worden vermoord omdat wij bezig waren met de bureaucratie.” Ook PVV’er Edgar Mulder wijst de minister erop dat Nederland verantwoordelijkheid moet nemen voor de tolken. “Die hebben namelijk geholpen om Nederlandse militairen in Afghanistan te beschermen. Nu kunnen wij die tolken beschermen tegen de Taliban.”

Het lijkt nu net of we nog maar vier weken hebben, sust de minister, “maar de ambassade blijft gewoon open”. Vliegen blijft altijd een mogelijkheid, zegt ze ook. “In die zin doen we het dus zo snel mogelijk.” Over tolken die zelf naar Kaboel moeten afreizen om geëvacueerd te worden, zegt Bijleveld dat het goed is om te realiseren “dat dit Afghanen zijn die gewend zijn aan de omstandigheden in hun land”. “Ze zijn het ook gewend om vermoord te worden”, reageert een geïrriteerde Belhaj buiten de microfoon.

Belhaj roept een appgroep in het leven met als naam de ‘Afghaanse tolkencoalitie’. Uitzonderlijk genoeg zijn alle partijen, behalve PVV, JA21 en Groep Van Haga, daarin vertegenwoordigd. In de appgroep peilt PvdA’er Piri of er een meerderheid is voor de motie die ze op 3 juni in stemming zal brengen. Die meerderheid is er.

In die motie roept de Kamer het kabinet op de Afghaanse tolken nog voor het vertrek van de Nederlandse militairen uit Afghanistan te evacueren. “Ik neem uw beroep gewoon heel serieus”, zegt minister Bijleveld als ze de motie bespreekt. Ze neemt de motie over, stemmen is niet meer nodig. Ze sluit af met: “Ik dacht: ik geef nog heel mooi aan dat de Kamer én het kabinet het eens zijn op dit punt.”

23 juni - Een vergeten groep tolken

Op 23 juni krijgt Jan Gras een telefoontje van het ministerie van defensie met de vraag of hij een tolk kan identificeren. De gepensioneerd advocaat-generaal werkte 3,5 jaar in Afghanistan voor de Europese politiemissie EUpol, en werd uitgezonden via het ministerie van buitenlandse zaken. Waarom belt het ministerie mij, vraagt hij zich in eerste instantie af. Dit is een tolk van de Europese politiemissie.

Op dat moment realiseert Gras zich dat een hele groep tolken uit het zicht is gebleven. De tolken van EUpol vallen niet onder de tolkenregeling uit 2019 en omdat ze in dienst waren van de Europese Unie is onduidelijk wie hun bescherming moet bieden. Defensie houdt vanaf dat moment wel contact met Gras over verzoek van EUpol-tolken. Ook politicoloog De Jong krijgt deze groep in het vizier: begin juli meldt een groep Afghanen aan haar dat ze de Nederlandse ambassade hebben geschreven dat ze gevaar lopen.

Of de politietolken onder de regeling uit 2019 vallen, wordt niet duidelijk uit openbare informatie. De Jong vraagt het ministerie van defensie wat de regels zijn, maar krijgt geen duidelijk antwoord. Op 24 juli mailt het ministerie van defensie in antwoord op vragen van deze krant dat de politietolken bescherming krijgen, mits zij kunnen bewijzen dat ze voor een Nederlander hebben gewerkt. Over andere medewerkers, als bij voorbeeld de beveiligers, schrijft het ministerie dat er sprake moet zijn van ‘hoogprofiel werkzaamheden’. Wat dat precies zijn, maakt het ministerie niet duidelijk.

9 juli - De Amerikanen gaan eerder weg

Het is 9 juli, de dag dat in Den Haag het zomerreces wordt ingeluid. Het is ook de dag dat de Amerikaanse president Biden bekendmaakt dat zijn troepen niet op 11 september, maar op 31 augustus al uit Afghanistan zullen vertrekken.

Terwijl de Taliban verder oprukken, appen Piri, Belhaj (D66) en Derk Boswijk (CDA) met elkaar vanaf hun vakantieadressen. Ze willen dat het proces om tolken te evacueren sneller gaat. Kan Nederland de tolken – in lijn met de op 8 juli aangenomen motie – niet alvast van een reisvisum voorzien, vragen ze aan de politiek assistent van Bijleveld. Daar gaan we niet over, krijgen de Kamerleden te horen. Ze moeten zich wenden tot buitenlandse zaken.

Buitenlandse zaken zegt het proces wel te willen versnellen, maar gaat weer niet over wie wel en wie niet naar Nederland mag komen. Daar gaat staatssecretaris Ankie Broekers-Knol van justitie en veiligheid over. Bellen ze met justitie en veiligheid, dan is het verhaal: reisvisa liggen niet bij ons, maar bij buitenlandse zaken. Ons ministerie heeft niemand ter plekke.

Pas op dat moment begint bij de Kamerleden te dagen dat niet alleen de tolken, maar ook ander stafpersoneel van de Nederlandse krijgsmacht groot gevaar kan lopen. Ze vragen een spoeddebat aan en stellen opnieuw vragen aan minister Bijleveld. Ook de EUpol-tolken brengen ze eind juli bij haar onder de aandacht. Belhaj begint aan een motie die het kabinet oproept om niet alleen tolken, maar ook ander personeel en anderen die gevaar lopen, te evacueren.

Een meisje uit Afghanistan loopt na aankomst op een vliegveld in België richting de bus die haar verder brengt naar haar verblijflocatie.   Beeld BELGA
Een meisje uit Afghanistan loopt na aankomst op een vliegveld in België richting de bus die haar verder brengt naar haar verblijflocatie.Beeld BELGA

10 augustus – Stuur die helikopters maar

Begin augustus vragen Afghanen de Nederlandse ambassade in groten getale om bescherming. Die verzoeken moeten allemaal geverifieerd worden door veteranen of oud-medewerkers van EUpol. De gepensioneerde Gras krijgt in die periode vijftig mailtjes binnen met verificatieverzoeken voor tolken die voor EUpol gewerkt zeggen te hebben.

Oud-vakbondsvoorzitter Snels krijgt steeds meer signalen dat het mis dreigt te gaan. Op 10 augustus zit ze bij tv-programma Op1 en roept ze daar minister Bijleveld op onmiddelijk een vliegtuig te sturen voor de evacuatie van Afghanen. Tevergeefs. Een dag na de uitzending maakt het kabinet bovendien wereldkundig dat het er weinig voor voelt om naast tolken ook andere Afghanen te evacueren. Ook niet als ze voor de krijgsmacht hebben gewerkt. De regering vreest ‘een niet-toelaatbare toename’ van asielaanvragen, aldus Bijleveld.

15 augustus - Kaboel is gevallen

Op zondag 15 augustus valt de Afghaanse hoofdstad Kaboel. Het Afghaanse personeel van de Nederlandse ambassade treft niet veel later een leeg kantoor aan. De plaatsvervangend ambassadeur is de nacht ervoor van zijn bed gelicht door de Amerikanen, zo luidt het verhaal van het ministerie van buitenlandse zaken. Tijd om lokaal stafpersoneel in te lichten, zou er niet zijn geweest vanwege een stoornis in het communicatiesysteem.

Maar een betrokkene hoort van Nederlandse bewakers een ander verhaal. De plaatsvervangend ambassadeur is weliswaar gewaarschuwd, maar maakte zelf de keus om te vertrekken. Tegen de zin in van de Nederlandse bewakers van de ambassade, die erop zouden hebben aangedrongen te blijven.

Ondertussen gaan de beoordelingen onverminderd door. Op zondagochtend krijgt een Afghaan die als beveiliger voor de Nederlanders werkte nog een afwijzing binnen. Datzelfde weekend blijkt een andere aanvraag in de spamfolder van het ministerie te zijn beland. Deze Afghanen nemen contact op met wetenschapper De Jong die hun gegevens doorstuurt naar het ministerie van buitenlandse zaken.

18 augustus - De evacuatie komt op gang

Drie dagen na de val van Kaboel komt ambassadeur Caecilia Wijgers, die in Nederland was toen de hoofdstad in handen viel van de Taliban, met een team en een groep militairen aan in Kaboel. Pas vanaf dat moment kan Nederland grootschalige evacuaties in goede banen leiden.

De mailbox van buitenlandse zaken stroomt ondertussen vol. Er zijn momenten dat het ministerie zeven mails per minuut binnenkrijgt. Afghanen die op de evacuatielijst staan, laten weten dat ze het ministerie niet kunnen bereiken. Mailtjes naar het zojuist in het leven geroepen mailadres kabul@minbuza.nl blijven onbeantwoord, het speciale telefoonnummer wordt niet opgenomen. Voor informatie wenden zij, maar ook de Afghanen die nog niet op de evacuatielijst staan, zich tot de Nederlanders die ze kennen. Maar ook die lukt het niet contact te leggen met de ambassade.

Afghanen die voor de val van Kaboel al klaar waren voor vertrek, hebben bovendien geen idee wat er gebeurd is met hun paspoorten, trouwakten en andere papieren die nog op de Nederlandse ambassade lagen toen die halsoverkop werd gesloten. Het duurt dagen voor ze bericht krijgen. Het Afghaanse personeel zorgt er uiteindelijk voor dat ze hun papieren terug krijgen.

Ook bij verschillende politici stromen de mails binnen. Onder Afghanen gaat rond dat een aantal van hen mensen op de evacuatielijsten krijgen. Via die Kamerleden kan het soms snel gaan. Drie broers die voorheen bewaker waren bij de Nederlandse krijgsmacht komen via een van die politici op de evacuatielijst te staan. Een paar uur later worden ze door de ambassade in Kaboel opgeroepen om naar het vliegveld te komen.

17 augustus – Het spoeddebat komt te laat

Terwijl beelden van wanhopige Afghanen die zich vastklampen aan opstijgende vliegtuigen de wereld over gaan, constateert een verslagen Tweede Kamer in Den Haag dat het eerder aangevraagde spoeddebat te laat komt. Laten we hier geen politiek debat van maken, maar kijken hoe de Afghanen te helpen, zegt een deel van de Kamer.

“De tijd voor politiek en beschouwingen is later”, aldus CDA’er Boswijk die contact onderhoudt met 200 Afghanen en Nederland die vastzitten in Afghanistan. Niet iedereen deelt zijn mening. “Schaamt u zich niet”, zegt SP’er Renske Leijten tegen de drie aanwezige bewindslieden Bijleveld (defensie), Sigrid Kaag (buitenlandse zaken) en Broekers-Knol (asiel). Ze wijst op Kamervragen die al bijna een maand op antwoorden wachten en op de twee moties over de evacuatie van de tolken en het verstrekken van reisvisa, die nog altijd niet zijn uitgevoerd.

De motie om tolken te evacueren wordt wel degelijk uitgevoerd, zegt Kaag. Is ze tevreden over de wijze waarop? Totaal niet. “Dat is ten dele omdat wij kampen met een verschrikkelijke onvoorziene situatie.” Voor wie dit had voorzien, zegt Kaag, is er een Nobelprijs. “Het zou onterecht zijn om de suggestie te wekken dat wij willens en wetens zouden willen vertragen. (...) We zijn overvallen.”

Aan het eind van het debat leest D66’er Belhaj een motie voor die ze morgen zal indienen. Het is een verzoek aan het kabinet om niet alleen tolken, maar ook andere Afghanen die voor de krijgsmacht hebben gewerkt naar Nederland te halen. Ook mensenrechtenactivisten, journalisten en anderen met een risicovol beroep moeten worden geëvacueerd. Er is al een meerderheid voor, geeft ze aan. “U kunt wat mij betreft vanmiddag beginnen met de uitvoering en de politieke richting van deze motie.”

18 augustus - Politieke onmin

De D66-motie om meer Afghanen te evacueren is van tevoren niet afgestemd met het ministerie van justitie en veiligheid, dat over de asielprocedure gaat. Tot frustratie van de VVD. Als ze hierin meegaat, zegt Broekers-Knol (VVD) in vertrouwen tegen een Kamerlid, krijgen alle geëvacueerde Afghanen direct asiel, ook de oorlogsmisdadigers. De politicus vindt het moeilijk te geloven, maar weet op dat moment niet dat alle asielzoekers altijd gescreend worden op oorlogsmisdaden.

D66-leider Kaag maakt zich achter de schermen wel hard voor de motie maar dat er onderling onmin is, willen de drie bewindslieden niet uitstralen. “Er is chaos in Kaboel”, zegt Kaag in het debat over de evacuatie, “maar er is geen chaos in de coördinatie tussen de verschillende ministeries.”

In hetzelfde debat verzucht minister Bijleveld dat de motie Belhaj al wordt uitgevoerd, maar als Broekers-Knol uitlegt hoe de uitvoering eruit zal zien – “Het kan niet zo zijn dat iedereen zonder enig verschil hier zomaar mag komen” – blijkt dat toch niet helemaal het geval.

De Kamer neemt de motie uiteindelijk toch aan en eist nog diezelfde dag een brief van het kabinet over hoe het denkt de motie uit te gaan voeren. Een kleine negen uur later komt die er. De boodschap: hij wordt naar letter en geest uitgevoerd. Het duurt dan nog 24 uur voor andere Afghanen dan tolken op de evacuatielijsten worden geplaatst.

26 augustus – de laatste vlucht vertrekt

Op 26 augustus vertrekt de laatste Nederlandse evacuatievlucht uit Kaboel, met aan boord de ambassadeur en haar team.

Met 32 vluchten zijn ruim 2500 mensen geëvacueerd uit Afghanistan, van wie ruim 1600 eindbestemming Nederland hadden. Hoeveel mensen zijn achtergelaten is onduidelijk.

Het gaat in ieder geval om ‘een grote groep’ Afghanen en Nederlanders, het ministerie heeft contact met zeker zeshonderd mensen die het wil helpen om het land te verlaten.

De evacués komen veelal uitgedroogd aan in Nederland, sommigen hebben meerdere ernstige verwondingen. Ze hebben zich door een mensenmassa heen moeten vechten, en konden de poort waar Nederlanders op hen wachtten, alleen bereiken door dwars door een open riool te gaan. Velen hebben jonge kinderen bij zich.

Verantwoording

Voor deze reconstructie sprak Trouw met Kamerleden, geëvacueerde Afghanen en Nederlanders die zich inzetten voor Afghaanse medewerkers van de missies. Alle namen zijn bekend bij de hoofdredactie. Ook werd gebruik gemaakt van openbare informatie, zoals Kamerdebatten, Kamervragen en briefen van de regering.

Lees ook:

Tussenpersonen, tolken en tuinmannen: na de oorlog zijn ze vaak de pineut

In vergelijking met andere landen is Nederland laat en streng als het aankomt op het beschermen van Afghanen die voor ons werkten. Niet voor het eerst in de geschiedenis lijkt lokaal personeel het sluitpost van de oorlogsinspanningen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden