Jodendom

2,5 miljoen voor opknappen Joodse begraafplaatsen

Op de Joodse begraafplaats Oostzeedijk in Rotterdam ligt een omgevallen boom.  Beeld Arie Kievit
Op de Joodse begraafplaats Oostzeedijk in Rotterdam ligt een omgevallen boom.Beeld Arie Kievit

Het Rijk telt 2,5 miljoen euro neer voor restauratie van Joodse begraafplaatsen. ‘Iedere grafsteen is een geschiedenisboek.’

Eric Brassem

Dit moet een van de minst bekende historische plekken in Rotterdam zijn: de Joodse begraafplaats Oostzeedijk, ingeklemd tussen flatgebouwen en een blinde muur. Lopend langs die muur, van een massagecentrum naar een bistro, ziet de passant niets van de dubbele rij grafstenen en het terrein, nog geen half voetbalveld groot. Alleen een bordje naast de afgesloten deur verraadt dat achter de muur een Joodse begraafplaats ligt – en dat al sinds 1696.

“Destijds was de begraafplaats gelegen op een schor in de Maas. In veel Nederlandse steden werden Joden begraven buiten de stadsgrenzen, op onbruikbaar land”, vertelt Eduard Huisman van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap. Het Nik is beheerder van de meeste van de ongeveer 250 Joodse begraafplaatsen die Nederland nog telt. “Aan de andere kant van de dijk lag nog een Joodse begraafplaats. Maar die is in de jaren vijftig geruimd.”

Daar zit veel Joodse pijn, vertelt Huisman. Niet lang na de Holocaust, waarin ongeveer 102.000 van de ruim 140.000 in Nederland verblijvende Joden werden omgebracht, zijn Joodse begraafplaatsen geruimd. Dat gebeurde tot ver in de jaren zeventig, van Gouda tot Wageningen, en van Hoorn tot Winschoten. Huisman: “Zonder rekening te houden met de emotionele en cultuurhistorische waarde.”

Grafrust

Volgens de Joodse wetten mogen begraafplaatsen niet geruimd worden. Een koninklijk besluit uit 1814 garandeerde het toen opgerichte Nik dat Nederland de Joodse grafrust zou respecteren, vertelt Huisman. De begraafplaats aan de Oostzeedijk bleef naoorlogse ontruiming bespaard, hoewel ze al sinds 1820 niet meer in gebruik was.

Het terrein was in 1696 aangekocht door Sefardische Joden: Joden die in de late zestiende eeuw uit het Iberische schiereiland werden verjaagd. Velen waren als handelslieden geland in Antwerpen. Toen die stad in de zeventiende eeuw verarmde, reisden deze veelal welgestelde Joodse handelaren verder naar het noorden. In de vroege achttiende eeuw voegden zich Asjkenazische Joden, uit Pruisen en andere delen van Oost- en Midden-Europa, zich bij de Joodse gemeenschap. Zij namen ook deze begraafplaats over.

De bekendste van de mensen die hier begraven zijn is de Joodse geleerde en opperrabbijn Breslau (zie kader). “Af en toe komen Joden uit het buitenland hier om diens graf te bezoeken”, vertelt Chris den Hoedt, voorzitter van de Joodse gemeente Rotterdam, die deze begraafplaats beheert.

Chris den Hoedt, voorzitter van de Joodse Gemeente Rotterdam (rechts), en Eduard Huisman, consul-beheerder Joodse begraafplaatsen voor het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (Nik). Beeld Arie Kievit
Chris den Hoedt, voorzitter van de Joodse Gemeente Rotterdam (rechts), en Eduard Huisman, consul-beheerder Joodse begraafplaatsen voor het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (Nik).Beeld Arie Kievit

Een begraafplaats vol geschiedenisboeken

De plek telt ongeveer tweehonderd matseva’s, grafzerken, met in het Hebreeuws de naam en de functie van degene die er begraven ligt. Iedere matseva is een geschiedenisboek, benadrukken Den Hoedt en Huisman. Veel leden van de familie Jacobson, welgesteld geworden in de handel met Nederlands-Indië, liggen hier begraven.

Matseva’s zijn ook tastbare illustraties van de Joodse rol in de Nederlandse geschiedenis. Neem de graven van ondernemers als lampenfabrikant Gerard Philips, boterhandelaar Simon van den Bergh die aan de wieg stond van Unilever, de familie Isaac (De Bijenkorf), of de grondlegger van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek, Eduard Meijers.

In het geval van theatermagnaat Abraham Tuschinski (1886-1942) vertelt juist het ontbreken van matseva’s een verhaal. Tuschinski reserveerde op de Joodse begraafplaats Toepad in Rotterdam een familiegraf. Maar alleen één zoon, die voor de oorlog overleed, ligt er begraven. Abraham Tuschinski werd in Auschwitz vermoord, ook de rest van de familie overleefde de Holocaust niet. Hun plekken op de begraafplaats zijn leeg gebleven.

Subsidie

Met 2,5 miljoen euro subsidie kunnen zeker tientallen Joodse begraafplaatsen een forse opknapbeurt krijgen. “De grootste herstel- en restauratieoperatie van Joods erfgoed ooit”, noemt demissionair minister Van Engelshoven het. Lichtend voorbeeld is de lang vergeten Joodse begraafplaats in ’s Heerenberg. Die is dit jaar praktisch uit het bos opgegraven, opgeknapt en van informatieborden voorzien.

Het Nik heeft lang gepleit voor de Rijkssteun, en zal de herstelwerkzaamheden op tientallen begraafplaatsen coördineren. In aanmerking komen ook begraafplaatsen die het Nik niet zelf beheert, zoals de Oostzeedijk, waarvoor de Rotterdamse Joodse gemeente verantwoordelijk is. “Een nieuwe ommuring, kappen van bomen, en die omgevallen boom daar verwijderen”, somt Den Hoedt op.

De Rotterdamse Joodse gemeente, met driehonderd leden, wil alle vier de Joodse begraafplaatsen in Rotterdam deels ontsluiten. Helemaal de poort opendoen zit er niet in, vanwege het risico op vernielingen of ongepast gedrag. Den Hoedt: “Het is zoeken naar de balans. Rondleidingen voor scholen of geïnteresseerd publiek zouden wel kunnen. Wij willen heel graag de verhalen die je op de begraafplaatsen vindt vertellen.”

Opperrabijn Arjeh Leib Breslau (1741-1809)

Geboren in Breslau (nu Wroclaw, Polen), werd hij eerst rabbijn in Berlijn en Emden, en in 1781 benoemd tot opperrabijn in Rotterdam. Hij was een internationaal vermaarde expert van de halacha, de Joodse wet. Zijn commentaren werden gebundeld in het boek Pne Arje (1790). Eén zaak waarin hij zijn gezag liet gelden haalde destijds de krant. Getrouwde Joodse vrouwen moeten volgens de Joodse wet hun haar bedekken in het openbaar. Nu geldt het als teken van orthodoxie als Joodse vrouwen een pruik dragen, maar destijds was gebruik van dit ‘hoofddeksel’ nieuwlichterij. De opperrabbijn legde een Rotterdamse vrouw die dat deed een boete op en dreigde haar te excommuniceren.

Lees ook:

Ruben Vis: Zonder je niet af van de gemeenschap

In tijden van corona vertellen meer of minder bekende Nederlanders over hun persoonlijke leefregel of inspirerende zin. Vandaag: Ruben Vis (54) algemeen secretaris van het Nik, het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap, een organisatie van 26 joodse gemeenten in Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden