Klein verslagWim Boevink

Ze zijn met zoveel, dit zorgend leger, en ze zijn gewoon onder ons

Naar de #frontberichten gekeken, naar de verpleegkundigen, de artsen, de verloskundigen, de geestelijk verzorgers, de rouw­auto-chauffeurs, kortom naar de mensen die we nu helden noemen, de mensen met de vitale beroepen.

Vlogs, uitgezonden op tv, waarin ze iets vertellen over hun dag, hun belevenissen. Florence Nightingales zijn het.

Het land is een lazaret.

Ze redderen met gewonden, onder moeilijke omstandigheden. De vijand is een onzichtbaar en minuscuul. Ze zijn hun eigen ­leven niet zeker.

Als kijker, ver van het front, zijn er diverse momenten om te breken. Als ze roodgevlekt van alle maskers en veiligheidsbrillen uit hun ploegendienst ­komen.

Als ze stokkend vertellen over iemand die overlijdt zonder een laatste aanraking. Als ze verhalen hoe ver ze moeten rijden naar crematoria, omdat de dichtstbijzijnde vol liggen.

Vanaf mijn hoge kleine balkon kijk ik neer op haar achterterras. Er is daar zon. Zo kunnen we even praten. Voldoende afstand. Ze is herstellend, maar hoest nog wat.

Een zwaar weekend achter de rug, met koorts, met onbedaarlijke, uitputtende hoestbuien. Ze strijkt met haar beide handen over haar bovenlijf. “Ik kon mijn beide longen voelen.” Maar testen willen ze haar nog niet.

Ze zou graag weten of ze corona heeft gehad. Of ze nu ‘een baksteen in de muur’ is. Ze hoest in haar elleboog. Kort en droog.

Het is alomtegenwoordig.

Radio 1 is een doorlopend corona-spreekuur. We ­leven tussen cijfers en curves, tussen aantallen doden, aantallen besmettingen, aantallen ic-bedden. Elke middag de tussenstand van het RIVM.

En door het hele land rauwe, droge handen van het wassen.

Op #frontberichten een zichzelf filmende vuilnisophaler, die vraagt of we de handgrepen van de vuilcontainers willen schoonmaken, want ‘we willen jullie niet besmetten’.

En daar is in haar uniform Lysanne, kapitein in het leger, die nu werkt in het Actiecentrum Overplaatsingen, dat de distributie van patiënten door het hele land coördineert.

En weer een klein breukje bij Ais-ling, zestien jaar. Ze vult vakken bij ­Albert Heijn, Ze wil extra shifts draaien, ze wil er alles aan doen om de schappen gevuld te houden, maar ‘willen jullie dan alsjeblieft niet meer hamsteren en anderhalve meter afstand houden’.

Ze zou mijn dochter kunnen zijn, deze kleine soldaat, meer kind dan volwassene, in dat ineens zo dunne lichtblauwe jasje. Er staat altijd wel iemand in het pad waar ze werkt.

“Ik heb vandaag voor het eerst een klant durven aanspreken van ja, sorry u staat te dichtbij.”

Frontlinie.

Hier schieten ze met scherp.

En daar is Edwin, ambulancechauffeur. Een patiënt, een vrouw, wordt van huis opgehaald, hoge koorts, zeer benauwd. Haar gezin staat voor het raam: een man, ook ziek, en een klein kind. Hij heeft in die gezichten iets gezien, dat maakt dat hij nu stokt in zijn verhaal.

En daar is de huisarts, die nu zelf coronapatiënt is. “Je hoopt maar één ding: dat je zo snel mogelijk beter wordt om weer te kunnen helpen.”

Ze zijn met zoveel, dit zorgend leger, en ze zijn gewoon onder ons.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden