ColumnRob Schouten

Opeens kreeg ik het Spaans benauwd bij de gedachte aan reïncarnatie

‘Kronkels’ noemde Simon Carmiggelt, grootvader aller Nederlandse columnisten, zijn stukjes. Ook bij mij kronkelen de gedachten nogal eens alle kanten op. Zo had ik eigenlijk geschiedenis willen studeren, of filosofie. Het werd neerlandistiek en nu schrijf ik stukjes. En klus ik bij voor wat meer historisch besef en grotere wijsheid.

De afgelopen dagen liep ik, misschien wel zonder reden maar toch ook tamelijk onontkoombaar, rond met het nodige historisch relativisme. Dat steekt vanzelf de kop op als het nieuws weer eens iets bijzonders te melden heeft, zoals dat over het coronavirus, dat ik in zekere zin bestrijd met gedachten aan de vroegere pestepidemieën, of de uitbraak van polio begin vorige eeuw.

We denken misschien dat we iets bijzonders meemaken, maar alles is al eens gebeurd. De gedachte dat we in bijzondere tijden leven, met meer rampspoed dan ooit maar ook met technologische ontwikkelingen die twee of drie keer zo snel gaan als voorheen, dat we op een keerpunt in de geschiedenis staan, noemen ze chronocentrisme. Chronocentrisme betekent dat je denkt dat jouw eigen tijd uitzonderlijk is, beter of opmerkelijker dan alle andere, vroegere tijden. Het is verwant aan het ‘uitverkoren volk-syndroom’. Sceptici verwijzen dit soort gedachten naar het rijk der collectieve egoïsmen. Er is niks bijzonders aan deze tijd, of het moest zijn dat alle tijden bijzonder zijn.

Er zijn er zelfs die onze tijd juist minder groots vinden, de grote uitvindingen zijn immers allemaal al gedaan, het wiel, de zwaartekracht, de relativiteitstheorie; wij teren daar slechts een beetje op. Om aan te geven hoe pril wij eigenlijk nog zijn zeggen ze niet dat we in 2020, of twintigtwintig leven, zoals tijdgenoten zeggen, maar in 02020, ten teken dat er nog een lange tijd valt te gaan.

Hoogstens zou ik als kakkerlak een ouwe ziel hebben

Hier kronkelden mijn gedachten ineens een andere kant op. Mensen beweren weleens dat je een oude ziel hebt, prima, maar dat betekent ook dat die ziel tijdloos is, en wat als hij nog zolang verder moet? Opeens kreeg ik het Spaans benauwd bij de gedachte aan reïncarnatie. Stel dat ik, om welke reden dan ook, in mijn volgend leven een ellendig bestaan ga lijden, als pauper of als kakkerlak bijvoorbeeld, of dat ik, wie weet, als wuivend riet mijn plaats op aarde zou moeten weten. Dat wens ik niet. Maar mijn ik van nu zou er dan niet meer zijn, dus waar maakte ik me druk om? Hoogstens zou ik als kakkerlak een ouwe ziel hebben. Maar ook als ik nu al weet dat ik me te zijner tijd mijn huidige ik niet zal herinneren, wil ik dat niet. ‘Je’ mocht dan wel interessante, verschillende levens lijden, maar waar bleef jijzelf dan, met al je eigenaardigheden en gedachtenkronkels? Wat stelde het allemaal voor?

En trouwens, ik herinner me weliswaar niks van vorige levens, maar wie weet of dat in een volgend leven niet heel anders zou zijn, en ik vol pijn en verdriet terug moet kijken op mijn leven als Rob Schouten?

Ik voelde me kortom als Nebukadnessar, die een onbegrijpelijke droom kreeg. Onrustig kronkelend. Misschien had ik theologie moeten studeren.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden