Klein Verslag Wim Boevink

Onuitwisbare beelden uit een kindertijd, hebben kinderen van nu dat nog?

Bij de kiosk in Leidsche Rijn Centrum kocht ik niet alleen zondagskranten. In het rek zag ik ook een pas verschenen stripalbum onder de titel ‘De laatste farao’ – een avontuur van Blake en Mortimer.

Blake en Mortimer!

U weet wel.

Tenminste als U uw stripklassiekers kent. De verhalen werden gecreëerd door de Belgische tekenaar Edgar P. Jacobs (1904-1987), die er in de jaren vijftig en zestig erg populair mee werd.

Geweldige tekenaar, die met Hergé samenwerkte aan de Kuifje-albums in die beroemde klare-lijnstijl die ook de Blake en Mortimer-reeks kenmerkt.

Het is nauwelijks doenlijk om de avonturen van de pijprokende Britse professor Philip Mortimer en zijn vriend kapitein Francis Blake, werkzaam bij MI5, hier samen te vatten, maar eigenlijk gaat het me om iets anders.

‘De laatste farao’ bevat een kort voorwoord dat niet aan jonge lezers lijkt te appelleren, maar aan oude, zoals ik: ‘Waarom staan de verhalen van E.P. Jacobs zo diep in ons geheugen gegrift? De beelden uit zijn verhalen komen steeds weer naar boven met dezelfde kracht als toen we ze voor het eerst lazen. (...) Dit oeuvre binnenstappen is op zoek gaan naar de bron die onze kinderjaren heeft gevoed.’

En iets van die bron moet me hebben geraakt daar in die kiosk, toen ik ‘De laatste farao’ zag en meteen kocht. Jacobs is allang gestorven, maar zijn werk werd door andere tekenaars voortgezet, met wisselend succes.

Aan het meest recente album heeft een heel team vier jaar gewerkt; het is prachtig tekenwerk met een onwaarschijnlijk verhaal, en de stijl wijkt erg af van die van Jacobs, maar dat geeft allemaal niet, want het album wil een vervolg geven aan twee vroege albums van Jacobs. Die albums maakten in mijn jeugd diepe indruk op mij: ‘Het Mysterie van de Grote Piramide 1 en 2’, oorspronkelijk verschenen aan het begin van de jaren vijftig.

Hoe schitterend en gevaarlijk is niet de egyptologie! Grafschenners zijn het, op wie de vloek van de farao rust.

Grafschennis

Onzinnig of niet, als jongetje van een jaar of twaalf was ik gefascineerd door zulke verhalen: van de expeditieleden die bij de blootlegging van de grafkamer van Toetanchamon betrokken waren, stierven er 22 voortijdig. Onder de doden was opdrachtgever Lord Carnarvon, maar niet de chef-archeoloog Howard Carter. Ik denk dat Jacobs, die zelf ook erg van archeologie hield, graag met dit thema speelde.

Ook bij Kuifje zinderde het, in het album ‘De sigaren van de farao’ (1955); daarin is zelfs een hele rij egyptologen in een grafkamer verdwenen en gemummificeerd – onder wie ene E.P. Jacobini. De tekenaar heeft zichzelf vereeuwigd op het omslag.

Meer grafschennis en vloek is trouwens te vinden in het Kuifje-album ‘De 7 Kristallen Bollen’, waarin het om het graf van een Inca-koning gaat – de huiveringwekkende Raskar Kapak, U weet wel, die mummie in de vitrine.

Ja, onuitwisbare beelden uit een kindertijd, uit stripalbums. Hebben kinderen van nu nog zulke beelden, nu de beeldenvloed uit schermen zo overdadig is dat het ene het andere alweer doet vervagen voordat er iets is gegrift?

‘Bij Horus, laat af!’ zou ik willen bezweren, de spreuk van de farao waarmee alles even stilgezet kon worden. 

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden