po Polsku (op z’n Pools)Jaap Robben

Marek moet naar de tandarts. In Polen

Zonder gedag te zeggen waren ze vertrokken. Wanneer ook hun gereedschap weg was, wist ik dat ze een paar dagen wegbleven. Nu lag alles er nog. Ik sloot de buitendeuren af en trok de stekkers uit de stopcontacten.

Omdat we bladerdeeg nodig ­hadden, fietste ik naar de supermarkt. Ons zoontje zat achterop. Hij herkende meteen de zwarte bus op de parkeerplaats. Patryk en Tomasz zaten op de bumper en aten allebei een worst. Hun werkschoenen hadden ze verwisseld voor sokken met slippers. Iedereen droeg een zachte broek. We groetten ­elkaar.

In de opening van de schuifdeur dronk Wojtek een blik bier. Nu ik ze hier zag, leken ze nieuw. Het viel me weer op hoe grauw en vermoeid hun gezichten ­waren. Er ontstond een gesprek van glimlachjes. Patryk brak een stuk van zijn worst af en reikte het ons zoontje aan. Iedereen keek opgewekt toe hoe hij hhhmmm-hhhmmm die roze stomp wegkauwde. “Deze hebben wij nooit”, zei hij met een licht verwijtje in zijn stem.

Marek kwam door de schuif­deuren van de supermarkt met een plastic boodschappentas, Iwan slofte achter hem aan en kriebelde ons zoontje in zijn nek. “Jetzt Feierabend?”, vroeg ik. Er werd gezucht. Er moesten vanavond nog twee slaapkamers worden gewit. En Patryk ging met Tomasz ergens een bad­kamer betegelen. “Dann fahren wir nach hause.” Ik had het niet meteen door. Maar nach hause betekent Polen, veertienhonderd kilometer van hier. “Morgenfrüh um sieben Uhr da.” Iwan had morgen de doop van een kleinzoon. Patryk en Wojtek ­reden mee om even bij hun ­gezinnen te zijn. Marek bleef langer, hij moest maandag naar de tandarts. “Waarom gaat hij niet hier?”

Viele Geld”, zei Iwan. Marek moest er namelijk vier dagen achter elkaar heen. “Vier ­Tagen?

Op verzoek van Iwan opende Marek zijn mond. Ik gebaarde dat dat niet hoefde, voelde me een soort veeboer die een paard keurt. Om ons heen reden mensen met boodschappenkarretjes. En Marek stond daar met zijn mond open. Iedereen moedigde me aan om naar binnen te kijken. Dus keek ik. En ik begreep het. Die vier dagen leken me zelfs nog aan de krappe kant. ­Iedereen grinnikte, Marek ­gelukkig het luidst.

Maar als ze vannacht naar huis reden… eigenlijk hadden ze ­beloofd om woensdag alles af te hebben. Donderdag worden de nieuwe kozijnen gezet. Dat leek me sowieso al krap, maar nu haalden ze dat dus nooit. Schijnbaar hoorde Iwan mijn gedachte. “Monntag Acht Uhr wieder hier.

Aber...”, stamelde ik.

Morgenabend fahren wir ­zurück.”

“Rijden jullie voor één dag naar huis?” Tegelijk was ik opgelucht dat ze alles op tijd zouden afmaken. Ik zei dat ze dan maandag in ieder geval een paar uur moesten gaan slapen. “Komm um zwölf”, stelde ik voor. Iwan bood negen uur. Ik zei elf. “Halb zehn”, kwam hij me tegemoet. Het bleek zijn finale-bod. Ik moest een klap op zijn hand geven. Elk niet gewerkt uur, was voor hen een zinloos uur.

De echte en volledige namen van de Poolse klussers zijn bekend bij de redactie. 

Schrijver Jaap Robben zoekt in dit feuilleton contact met de Poolse klussers in zijn woonboerderij net over de Duitse grens.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden