Beeld Trouw

Klein Verslag Wim Boevink

Maanlanding op de kamer bij de priester

Waar-was-je-momenten zijn momenten die doorgaans tot ons collectieve geheugen behoren. Ze markeren een betekenisvolle, historische gebeurtenis en eenmaal bevroren in de tijd zetten ze ook het bijbehorend dagelijks bestaan even stil.

De brenger van die momenten was de televisie. Bij de aanslag op de torens in 2001 was ik nietsvermoedend thuis in Utrecht en werd vanaf haar werk door mijn vrouw gebeld om onmiddellijk de televisie aan te zetten.

De wk-finale van 1974 zag ik op een hooggeplaatst televisietoestel in de kantine van een camping op het Joegoslavische eiland Krk, ellendig genoeg temidden van Duitse campinggasten.

En bij de nachtelijke maanlanding in 1969, deze week vijftig jaar geleden, bevond ik me als vijftienjarige knaap in pyjama op de kamer van een priester op het Klein-Seminarie in Apeldoorn.

De geestelijke heette Lex Querelle (foto) en hij doceerde natuurkunde. De kamer was zijn woonkamer, in de hoek stond een tv, zwart-wit nog toen. Bij alles wat we nu weten over geestelijken en jonge jongens wil ik meteen zeggen dat me van meneer Querelle geen slechte berichten bekend zijn.

Meneer Querelle woonde met andere priesterdocenten (we noemden ze de Heren) in het voorhuis van het seminarie, wij – de leerlingen – sliepen in onze chambrettes onder het hoge dak van de tweede verdieping.

De grootste kamer in het voorhuis, met hoge, smalle ramen, was die van rector en latere hulpbisschop Jan Niënhaus, die naar later bekend werd, meerdere jongens misbruikte. Ikzelf ben regelmatig alleen met hem op zijn kamer geweest en herinner me zijn glimmende hoofd, zijn sigarenlucht, zijn bruingerookte gebit.

Bij een gesprek over seksuele relaties tussen jongens – ik had hem over een vriendschap tussen twee leerlingen verteld – stelde hij een vraag die me bevreemdde en die ik vasthield in mijn dagboek: „Gaat het gepaard met wrijving en verstijving van de geslachtsdelen en met uitspattingen?”’

Hij was een sterke man, fysiek, en kneep je graag in de nek. Wij, leerlingen, wisten dat hij graag met je stoeide. Maar ik had geluk; aan mij heeft hij zich niet vergrepen.

In het voorhuis kwam je als leerling doorgaans niet, tenzij op afspraak. In het voorhuis woonde ook een monument van priesterlijke geleerdheid in de persoon van de hoogbejaarde monseigneur Vroom, een classicus, die we in de wandelgangen ‘Pius’ noemden, en van wie werd gezegd dat hij de gedichten van Guido Gezelle in het Latijn had vertaald – met behoud van hun metrum.

De uitnodiging voor de nacht van de maanlanding was dan ook bijzonder en ik was met enkele anderen uitverkoren, waarom weet ik niet. Het kon niet mijn liefde voor de natuurkunde zijn geweest.

Het vertrek was nogal donker en bruin, met hier en daar een schemerlamp. Querelle zat in een fauteuil en rookte sigaren. (Ze rookten allemaal sigaar.) Uit de televisie kwamen de stemmen van Henk Terlingen en Chriet Titulaer. En die van de astronauten.

De mistige beelden die later kwamen en de kleine stap en de grote sprong vervulden ons met magie, net als de scherpe kleurenfoto’s die in Life zouden verschijnen. Zoveel verlichting in dat donkerbruine instituut.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden