Column Rob Schouten

Ik kocht een pergola en tartte het lot

Het woord alleen al doet wonderen. Een boek of een verhaal met een pergola erin loopt zelden slecht af en wie er daadwerkelijk een heeft, moet wel een blijmoedig mens zijn, die onder zijn pergola kan zitten en tenminste niet dakloos is of ten prooi aan armoede. Het woord betekent iets als aanbouw en dat suggereert al meer dan men nodig heeft, luxe. Je zou het de meest positieve vorm van traliewerk kunnen noemen. Op mijn vijfenzestigste wilde ik ineens een pergola en dus toog ik naar een van de bouwmarkten waaraan ons mooie land zo rijk is.

De zaak was dat ik jaren geleden een bescheiden druif had geplant, die inmiddels de hele schuur was gaan overwoekeren. Zelfs in de onbereikbare nok zag ik kleine trosjes en ook de oude roos, met veel meer eerstgeboorterecht, was inmiddels doorschoten met de grote bladeren van de woekerdruif. Ik dacht aan het verhaal van Tantalus voor wie, zodra hij een druif wilde plukken, de takken terugweken, zodat hij er nooit bij kwam en eeuwig dorst en honger leed.

Zo verging het ook mij en daar moest een einde aan komen. Een pergola zou uitkomst bieden, daarop zou de druif zich immers gedisciplineerd kunnen vertakken en verbreden en ik zou eronder zitten als iemand op een renaissanceschilderij en zo nu en dan een druif van boven mijn hoofd plukken. Weliswaar las ik op internet dat je een druif nooit midden in de zomer moet verplanten, maar ik ben van mening dat het leven sterker is dan de leer en dat je sommige dingen gewoon moet proberen.

Een klusje waar ik danig gehavend uit kwam

Ik kocht twee pergola’s, spijkerde ze aan elkaar en begon de druif van zijn woekerplek te verwijderen. Dat was een klusje waar ik danig gehavend uit kwam, vanwege de vele rozen en hun doornen, maar het loonde; na drie uur sleepte ik de druif naar zijn nieuwe standplaats, groef een diep gat in de aarde en drapeerde de gulle plant over zijn nieuwe geraamte. Een kleine Ilja Gort, stelde ik mij voor, ze moest veel water en zon hebben, dan zou alles goed komen.

Daarna vertrok ik voor een paar uur om niet de hele tijd naar mijn nieuwe aanwinst te hoeven staren. Helaas, bij terugkeer zag ik reeds dat er iets mis was, de ranken leken fletser en treuriger, de druiven petieteriger. Ach, ze moet wennen, dacht ik nog, geef het tijd. Maar na drie dagen was de druif bruin ­geworden en leken haar vruchten op halfwassen krenten. Er zat niets anders op dan haar op de mestvaalt te gooien en van voren af aan te beginnen met een nieuwe druif.

Die kocht ik, wederom tegen het advies op internet – die ouwe zanik – in dat zei dat je niet bij warm weer moet planten, bij een van de vele tuincentra waaraan ons mooie land zo rijk is, en nu zit ik onder mijn pergola en pluk zo nu en dan een vrucht van het enige trosje dat mijn beginnende druif rijk is, terwijl ik een bijpassend boek lees, in dit geval ‘Lotte in Weimar’ van Thomas Mann over de ontnuchterende reünie van twee oude geliefden, want het zou een vergissing zijn om onder pergola’s boeken te lezen die ook nog eens alleen maar geluk brengen.

Dat is het lot tarten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden