ColumnRob Schouten

Ik ben weg, het was me een eer en een genoegen

U kent ze wel, die mensen die op een feest opeens zijn verdwenen. Of zoals het in ‘Poëzie van het weggaan’ van Philip Larkin heet: 

Je hoort soms uit de vijfde hand,
bij wijze van grafschrift:
Hij gooide alles overboord, verdween gewoon. 

Zo iemand ben ik. Terwijl de afscheidsgeluiden om mij heen de laatste weken steeds luider werden, tot exit-interviews met grote koppen van mijzelf in de krant aan toe, deed ik hier of mijn neus bloedde; gewoon doorschrijven tot het eindstreepje, dacht ik.

Toen het ergens midden vorig jaar duidelijk werd dat ik met deze columns zou stoppen, dacht ik een moment (in het Engels van Dylan Thomas dit keer): ‘Do not go gentle into that good night’. 

Ga in die goede nacht niet al te licht.
de oude dag moet laaien en weerstaan:
Raas, raas tegen het sterven van het licht.

Maar nee, zo zit ik niet in elkaar. Het zou me wat wezen om tegen het eind opeens met grote stemverheffing te gaan spreken, met deuren te gaan slaan. Er is in een van Beethovens strijkkwartetten, het zogeheten ‘Harfenquartett’, een passage waarin het Haydn-achtige gebabbel van de strijkers opeens aanzwelt tot formidabele emoties. Prachtig, meeslepend. Maar ik ben het niet. Misschien in mijn gedichten die ik ’s avonds schrijf, maar niet in mijn columns, ’s ochtends, als de dag nog vol goede moed en verstand moet beginnen.

Want zo schreef ik ze: uit bed, ontbijt, column. Meestal om tien uur klaar. Vaak moest ik aan mijn vader denken die zijn preken ook ’s ochtends vroeg schreef, vlak voor hij ermee de kansel opklom. Kakelvers spul: 

Laten wij vroeg naar de wijngaarden gaan
en zien of de wijnstok uitbot (Hooglied 7:12). 

Geen sterveling al op de been, die me iets kon influisteren, alleen ik zelf.

Helemaal in het begin werd er op de krant tegen me gezegd, bel eens met een redacteur, misschien heeft-ie een leuk onderwerp voor je. Goed plan, knikte ik. Ik heb het nooit gedaan. Gaandeweg leerde ik om mij heen en in mijzelf te kijken. Zag mijn dochters opgroeien, kocht een tuin met huisje in Frankrijk, bestudeerde Tweede Kamerleden, speelde quatremains, verzamelde Dinky Toys en treintjes, beoefende de genealogie, twijfelde over mijn fiets en mijn zaligheid.

Columns zijn niet alleen kolommen in kranten maar ook zuiltjes in je persoonlijke leven, ze houden de boel overeind. Ben benieuwd hoe het zonder die structuur en focus zal gaan. Wie weet komen er nieuwe inzichten aangefladderd want er gebeurt altijd van alles, ook als je het niet een twee drie in de gaten hebt en zo niet, dan heb je altijd je brein nog met al die verrassende schakelingen. Het is een kwestie van jezelf melken.

Er komt geen afscheidsfeest waarop ik ongemerkt kan verdwijnen, want het is coronatijd. Allicht later in het jaar iets voor u lezers, want zonder u had ik hier niet gestaan, al zít ik momenteel, aan mijn bureau, op 20 april 2020 om 8.21 uur. U hoort er nog van.

Maar nu ben ik weg, 

stappen over weelderige wegen,
mij buigen in ’t vooronder
met een behagelijke stoppelbaard

om het gedicht van Larkin verder te citeren. Het was me een eer en een genoegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden