Column Rob Schouten

Ik ben opgevoed met Armageddon, het eind der tijden als een enorme veldslag

Is het eigenlijk erg als de mens ten ondergaat aan zijn eigen kosmische avontuur? Welnee, er zijn nog miljoenen andere ­planeten. Milieuactivisten roepen dat er geen Planeet B is maar dat is natuurlijk onzin, er zijn planeten tot en met Z en nog veel verder, zij het misschien niet voor ons mensen. En dan, is het erg als er een, in kosmische zin handjevol individuen uitdooft op een asfaltpropje in het heelal? Wij zijn een kruimel op de rok van het heelal, dichtte Lucebert, al verbeelden we ons kroon van de schepping of de evolutie te zijn. Dachten de dino’s dat ook toen ze uitstierven: zonde van al onze kostbare energie? Hebben wij er meer energie in gestoken dan andere tijdelijke wezens, zijn onze mythen, onze steden en dorpen, Bach en Rembrandt, meer waard dan de vleugelslag van een archeopteryx?

Deze en soortgelijke gedachten verstoorden mijn weekend na een onschuldig ogend bezoek samen met mijn vriendin aan café Schiller, art déco aan het Amsterdamse Rembrandtplein, afgelopen vrijdagavond. Daar troffen we de de natuurkundige en filosoof André Klukhuhn, die er zijn tweewekelijkse maaltje kwam nuttigen.

We kwamen over de stikstofcrisis te spreken en hij vond het allemaal peanuts en vergeefse opwinding, want er stond ons iets veel ergers te wachten waar we niks tegen konden uitrichten: de permafrost verdween, de ijslagen van de wereld smolten in rap tempo en omdat het wit dat de zon weerkaatste verdween zou het almaar sneller gaan en op Groenland en in Siberië zouden enorme hoeveelheden oud en nieuw methaangas vrijkomen die het leven gingen vernietigen.

Spaak in het wiel

Niks aan te doen. Ik had al wel gelezen over dit omineuze scenario, in bladen als National Geographic, maar als je vrienden het zeggen telt het een stuk zwaarder. Het hemd is nu eenmaal nader dan de rok (van het universum). Ik werd er een beetje stilletjes van, wat moesten we met deze kennis? Ik ben opgevoed met de gedachte aan Armageddon, de koningen uit het Oosten zullen optrekken tegen de koningen van het Westen. Het eind der tijden als een enorme veldslag.

Dat was om een of andere reden nog te overzien, je zou als het ware een spaak in het wiel kunnen steken door een appel op redelijkheid te doen en vrede te stichten, maar methaangas... Wist ik eigenlijk wel wat het was, methaangas, en wat het voor werking had? Moest ik het opzoeken op het internet?

Maar nee, ik moest vooral niet in deze gedachten blijven hangen, die kosmisch gesproken trouwens ook niks waard waren, en gelukkig werd er aangebeld. De krantenjongen met zijn welgemeende nieuwjaarswens. Welke krant ook alweer? De Echo, Amsterdams stadsblaadje. Las ik nooit, maar moest ik daarom niks geven?

Ik opende mijn beurs en gooide mijn laatste cash geld in de handen van de krantenjongen, want dat stond ook op het punt van verdwijnen: contant geld. En even later luisterde ik weer naar de rustgevende muzak van een televisieprogramma voor kinderen vol bomen en weidelandschappen en waar een dapper jochie eigenlijk vrij probleemloos zijn vriendje, de haas die in een val gelopen was, redde.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden