Burenruzie Dianne Hoogstrate

Het woord ‘normaal’ heb ik uit mijn vocabulaire geschrapt

Beeld Brechtje Rood

Al vanaf mijn adolescentie lees en herlees ik op z’n tijd de heerlijke boeken van Raymond Chandler. Ik heb een zwak voor Philip Marlowe, stoer en weekhartig, een altijd spitsvondige en onbevreesde private eye. 

De dialogen zijn fantastisch. Nadat zijn opdrachtgever heeft gezegd, “I don’t like your manners”, antwoordt Marlowe, heel ad rem met “I’m not selling”.

Een antwoord als dat vergeet je niet meer. Ik heb in de loop der jaren vaker collega’s tegen boze cliënten iets dergelijks horen zeggen. ‘Zo kunt u zich niet gedragen’, of ‘Uw manieren kunnen echt niet’. Ik houd dan mijn hart vast. Want wat als de desbetreffende persoon Chandler gelezen heeft en laconiek zegt: ‘Dat hoeft ook niet, ik bied mijn manieren niet te koop aan’. Dan sta je als bemiddelaar mooi met de mond vol tanden en dat wil je toch voorkomen.

Maar wat dan wel te zeggen tegen mensen die, in de hitte van hun woede, naar buurtbemiddeling bellen om verhaal te halen bij iemand die zich van geen kwaad bewust is? Want het is een spanningsveld. Een mens kan boos zijn, zich een keer laten gaan, en het is niet onze taak om de norm te definiëren. Maar toch. Er zijn grenzen aan wat je op een kille maandagochtend wilt accepteren.

Gevatte reactie

Ik doe mijn best. Zo heb ik bijvoorbeeld het woord ‘normaal’ uit mijn vocabulaire geschrapt. Blijkt dat de meeste mensen er, gek genoeg, niet op zitten te wachten dat ik, vanuit mijn welzijnsbolwerk, eenzijdig bepaal wat wel of niet normaal is. In de loop van de jaren ben ik ‘normaal’ gaan vervangen door ‘vriendelijk’. Ik zeg bijvoorbeeld: “Natuurlijk hoor ik dat u heel boos bent, maar ik ben niet uw buurman. Kunnen wij dit gesprek vriendelijk met elkaar voeren?” Heel vaak verzacht dat de toon.

Maar niet altijd. Niet bij de mevrouw die ik op dit moment aan de lijn heb. En ook niet bij de meneer die mij, toen ik aangaf dat we wel willen bemiddelen maar niet als belangenbehartiger op willen treden, een ‘ lauwe, zoutloze kut’ noemde. Vaak loop ik, met de telefoon in mijn hand, rondjes wanneer ik een zaak aanhoor. Zo ook nu. Met aan de andere kant de mevrouw die zegt: “Natuurlijk moet u vriendelijk zijn. Dat is uw werk. Maar het is niet mijn werk. Ik kan praten zoals ik wil.”

Ik kijk, terwijl ze doorpraat, uit het raam. Daar gaat hij. Sigaret in de mondhoek, gleufhoed, versleten lange regenjas. De hoek om, een duistere zaak oplossen of zwijgend whisky drinken in een droeve kroeg. Hij kijkt niet naar mij. Geen tip voor een gevatte reactie, niet eens een bemoedigende knipoog.

Ik sta er alleen voor. Geeft niet. ‘Trouble is my business.’

Dianne Hoogstrate bemiddelt bij buurtconflicten op Walcheren, in opdracht van gemeenten, politie en corporaties. In een serie columns schreef zij daarover. Dit is de laatste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden