Beeld Trouw

Column Rob Schouten

Een lek in de waterleiding, dus op naar de buren

Vrijwel onmiddellijk werd ik gestraft voor het lichtzinnig gezwatel in mijn column van vorige week, waarin ik verre vriendschap hoger stelde dan goed nabuurschap. Ik zat nog niet op de bank in mijn Ardense huisje of ik hoorde een gedempt geruis. Het moest wel uit de kelder komen. Mijn kelder wens je je ergste vijanden niet toe, het is een donker en vochtig hol, waar je nauwelijks rechtop kunt staan, ik heb er dan ook een stevig luik bovenop geplaatst dat nu evenwel open moest. En inderdaad, het water stond een meter hoog. Een overstroming, maar hoe kon dat? Het was bij mijn weten kurkdroog geweest de laatste weken. Dan moest het, nog erger, een lek in de waterleiding zijn, maar waar?

In een volledig overstroomde kelder is het moeilijk zoeken naar stromend water, zoveel kan ik er als waterbeunhaas wel over zeggen. En kennelijk had de dompelpomp, die geacht wordt het water op peil te houden en bij een overstroming weg te pompen het land in, het ook begeven. Ik trok mijn kleren uit, daalde af in de spelonk, waadde door het smerige water en slaagde erin de hoofdkraan uit te zetten, zodat ik nu ook niet meer naar de wc kon gaan of een douche nemen.

Goede raad was buur

Hoe nu verder? Goede raad was duur of liever gezegd: goede raad was buur. Kleintjes liep ik naar de buren om tegen beter weten in te vragen of het tijdens mijn afwezigheid misschien had gehoosd. Nee, maar de buurman wilde wel even komen kijken en in de tussentijd kon ik gerust bij hem water tappen voor een kop thee en als ik wilde douchen of naar de wc...

Even later kwam de goede man met een dompelpomp aanzetten die hij nog in de schuur had liggen. Zelf had hij geen kelder laat staan een blank staande oubliëtte zoals ik, dus ik kon ‘m voorlopig lenen om van mijn wateroverlast, die paradoxaal genoeg betekende dat ik geen water meer ter beschikking had, af te komen. Oh, hoe bitter beweende ik nu mijn keuze om niet de verzekering van Veolia, in Nederland een busbedrijf, maar hier in Noord-Frankrijk het waterleidingbedrijf, te nemen. Die verzekering beloofde bij een ‘fuite’, een lekkage, direct te komen opdraven met emmer en waterpomptang.

Nu moest ik er met hangende pootjes naartoe – ze zitten naast de vuilstortplaats, zei mijn buurvrouw me, terwijl ze me een kopje koffie inschonk voor de schrik. Ik dacht aan de gele hesjes die zich tegenhet establishment keerden, aan de Franse haan, die tot woede der dorpsbewoners van de stadse jonkers op vakantie op het platteland niet mag kraaien, en aan de film Strawdogs, waar de vreemdelingen die in het dorp komen wonen op gruwelijke manier worden weggepest, en ik telde mijn zegeningen.

Zonder mijn buren zou ik nu nog steeds verdwaasd ronddolen in de onwelriekende dras onder mijn woning. En mijn beste en verste vrienden, met wie ik altijd als ik ze zie zulke heerlijke gesprekken voer over cultuur en politiek overal ter wereld? Die zaten alweer op hun volgende terrasje in Praag of Florence te lurken aan hun cappuccino, ver van dompelpompen en waterleidingbedrijven, en hadden het, ja eigenlijk nergens over.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden