Klein Verslag Wim Boevink

De eeuwenoude paardenmarkten in Voorschoten en Elst zijn springlevend

Waarom van alle dieren alleen een paard benen heeft en een hoofd weet ik niet, maar mijn vriendin die werkt bij het Kien – het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland ­– schreef het toe aan de eeuwenoude status van het dier. Een goed en mooi paard was al voor koningen en ridders van groot belang en dat plaatste hem, het dier, in een hogere orde.

Ik begeleidde haar maandag naar een paardenmarkt in Elst in Gelderland, nadat we samen ruim een maand eerder de paardenmarkt in Voorschoten, bij Leiden, hadden bezocht.

Wat moest ik op een paardenmarkt? Wat moest ik op twéé paardenmarkten?

Wel, mijn vriendin wilde me graag laten zien hoe levendig deze eeuwenoude traditie is, hoe de markt mensen nog steeds verbindt en een grote gebeurtenis vormt voor de lokale gemeenschap, ook voor hen die geen paard komen kopen.

En hoe leuk het is om gewoon naar paarden te kijken.

Immaterieel erfgoed

Bovendien kon ik er getuige van zijn hoe de Voorschotense Paardendagen officieel werden bijgeschreven in de ‘Inventaris immaterieel erfgoed Nederland’. Want we liepen rond op wat in Voorschoten de 737ste jaarlijkse paardenmarkt was. Die in Elst, ook al opgenomen in de inventaris, is zelfs nog een paar jaar ouder.

Misschien moet hier eerst even verklaard worden wat immaterieel erfgoed eigenlijk is. Op die vraag antwoordt het Kien op zijn site wat stijfjes: ‘Cultuuruitingen die door erfgoedgemeenschappen worden beleefd als erfgoed en hen een gevoel van identiteit en continuïteit geven. Dit immaterieel erfgoed wordt steeds opnieuw vormgegeven in samenhang met maatschappelijke veranderingen en in interactie met de sociale omgeving en van generatie op generatie doorgegeven.’

Die tweede zin is natuurlijk tamelijk essentieel, denk aan Sinterklaas, maar ook paardenmarkten van nu zijn niet meer de paardenmarkten van vroeger.

Nog maar één paard

Om te beginnen waren ze – voor de grote mechanisatie van de landbouw – veel groter. Menig paardenmarkt, zoals die in Voorschoten, was al op sterven na dood. In 1958 was er op de markt nog maar één paard over, dat van groenteman Van der Mey. Die richtte een comité op om de paardenmarkt te redden, nu in de hobbysfeer, en zie, de zaak herleefde.

Wat nu nog wordt verhandeld zijn paarden voor de export, voor beweiding en voor de slacht, en dus vooral voor recreatie. Renpaarden hebben weer hun eigen circuits.

Maar ook het belang van dierenwelzijn is veel groter geworden; er is van alle kanten veel toezicht op de markten: van dierenartsen, van de Voedsel- en Warenautoriteit, van keuringsinstanties, van marktcomité’s en gemeenten.

Stonden de paarden vroeger van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat op de markt terwijl de handelaren dronken in de cafés zaten, nu staan de dieren alleen nog in de ochtenduren opgesteld.

De markt in Voorschoten, zag ik, is met zijn draverij, zijn ringsteken en zijn paardenmeisjes veel speelser dan die in Elst, die meer op een boerenmarkt lijkt, met stugge, hun prijzen fluisterende handelaren, sterke handen en noeste koppen. Maar levendig waren ze beide; de dorpen liepen er voor uit om zoveel edele dieren bijeen te zien.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden