WroetenJeroen van Bergeijk

Altijd dat eeuwige moeten! Een niet-perfecte tuin is toch ook prima?

De voorzitter van de Amsterdamse Bond van Volkstuinders was op de lokale omroep. Hij vertelde dat steeds meer ­Amsterdammers, zeker in deze onzekere tijden, een volkstuin willen. Vol trots liet hij zijn eigen tuin zien, vertelde hoe leuk het allemaal was, maar kwam ook met een waarschuwing aan aspirant-tuinders. Lange vakanties in het buitenland waren niet aan te raden. “Als je in mei of juni twee weken niet komt, dan heeft de tuin het eigenlijk al van je gewonnen. Dan is het heel veel werk om die achterstand in te lopen.”

Zo’n opmerking past in het nogal ste­vige verwachtingsmanagement dat de meeste volkstuinparken toepassen. Zij ervaren dat er nogal wat mensen zijn die uitsluitend aan een volkstuin beginnen om een plekje te hebben om op een mooie zomeravond te barbecueën of een glaasje witte wijn te ­drinken. En die komen er dan na een tijdje achter dat het tuinieren niet past in hun ­leven. Dat is jammer voor de mensen die jaren wachten op een tuintje en wel met hun vingers in de aarde willen zitten. Dus vandaar die waarschuwing. Maar wat mij stoorde, was dat de voorzitter het deed voorkomen alsof tuinieren een constant gevecht met de natuur behelst. Dat je altijd van alles moet – schoffelen, snoeien, winterklaar ­maken. Getverderrie.

Juist dat eeuwige – zelfopgelegde – ­moeten, staat het plezier van tuinieren wat mij betreft in de weg. Het kan ook anders.

Good-enough garden

Een tijdje geleden stond er een interview met de Britse psychiater Sue Stuart-Smith in The New Yorker. Stuart-Smith is de auteur van The Well Gardened Mind, dat dit voorjaar in het Nederlands verscheen onder de titel Tuinieren voor de geest. In het interview kwam het idee van de good-enough ­garden ter sprake, een concept dat is ­ontleend aan het werk van de beroemde ­Engelse pedagoog Donald Winnicott, die de theorie van de good-enough parent ontwikkelde. Kort door de bocht: wees als ouder aandachtig, maar niet perfect. Wees goed ­genoeg, en laat daarmee het kind liefdevol ondervinden wat teleurstelling is, dat het ­leven niet altijd rozengeur en maneschijn is. Stuart-Smith raadt ons aan een dergelijk ‘goed genoeg’-perspectief toe te passen op tuinieren. In het interview zegt ze: “Het is net als de goed-genoeg ouder – het gaat er meer over hoe jij je over je tuin voelt, dan hoe hij eruitziet. Misschien is jouw tuin een geweldige rommel, maar als jij daarvan houdt […] en je hebt er een diepe verstandhouding mee, dan is het een tuin die goed genoeg is”.

Wellicht een voor de hand liggend inzicht, ik werd er desalniettemin heel blij van. Omdat je tuin dus niet perfect hoeft te zijn. Sterker, het is juist beter als hij niet perfect is. Mijn eeuwige, vage schuldgevoel dat ik meestal liever een glaasje witte wijn drink dan het gras maai, of dat ik het allemaal verkeerd aanpak, verdween als sneeuw voor de zon. En belangrijker: ik kan in het voorjaar met een gerust hart op vakantie.

Jeroen van Bergeijk is journalist en heeft een volkstuin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden