Achter de schermenPieter Geenen

Zo brengt tekenaar Pieter Geenen stripfiguur Anton Dingeman elke dag tot leven

Striptekenaar Pieter Geenen heeft voor Trouw al zo’n 4000 afleveringen van De wereld van Anton Dingeman gemaakt. En hij is nog lang niet uitgetekend.

Als kind zat Pieter Geenen altijd te tekenen. Vooral ‘mennekes’, zoals ze in zijn thuisprovincie Brabant zeggen. Maar striptekenaar worden? Dat kwam niet in hem op. Zijn ouders – vader was bouwopzichter, moeder huisvrouw – wilden graag dat hij een vak leerde. Dus schreef hij zich in voor een opleiding tot tekenleraar. ‘Gelukkig’ werd hij daar afgewezen, zodat hij naar de kunstacademie kon. “Om tekenleraar te worden, moet je waarheidsgetrouw kunnen tekenen”, zegt hij. “Daar was ik nooit zo goed in. Veel liever zette ik de beelden op papier die in mijn eigen hoofd rondspookten.”

Je hebt jarenlang als illustrator gewerkt. Pas op je 45ste ben je met strips begonnen. Hoe kwam je daar zo bij?

“Ik had weleens een stripje voor een vriend gemaakt. Op een feestje stelde hij me vervolgens voor als ‘de beste striptekenaar van Nederland’. Misschien moet ik hier meer mee doen, dacht ik. Illustreren is leuk, maar je maakt wel altijd afbeeldingen bij de ideeën van iemand anders. Ik wilde mijn eigen verhaal vertellen; zelf toneelstukjes verzinnen en tekenen vind ik oneindig veel boeiender. Ik ben toen de boer opgegaan. Uiteindelijk wilde het vrouwenblad Santé het wel met me proberen. Voor hen maakte ik eens per maand een strip over het dagelijkse leven van twee vrouwen. Terugkijkend was dat misschien al een soort voorloper van Anton Dingeman.”

Wie is Pieter Geenen?

Pieter Geenen (1955) studeerde aan de kunstacademie in Den Bosch. Hij werkte jarenlang als freelance-illustrator. Vanaf 1994 heeft hij zich toegelegd op het tekenen van strips. In 2000 bedacht hij ‘De wereld van Anton Dingeman’, over het leven van de gewone Nederlandse man anno nu. De cartoon verscheen tot 2009 wekelijks in Trouw. Tegenwoordig staat de strip zes dagen per week in de krant en op onze website.

Hoe belandde je vervolgens bij Trouw?

“Ik heel veel belangstelling voor geschiedenis. Zo kwam ik aan het eind van de vorige eeuw op het idee om in een strip terug te blikken op de belangrijkste gebeurtenissen van de voorgaande honderd jaar. Trouw was meteen geïnteresseerd en plaatste ‘De geïllustreerde geschiedenis van de 20ste eeuw’ in 1999 wekelijks.”

Wanneer kwam Anton Dingeman om de hoek kijken?

“Toen de historische serie klaar was. Ik wilde graag verder met strips maken. Dus verzon ik een over het Nederland van nu. Extra leuk vond ik dat ik de wereld daarin helemaal naar mijn eigen hand kon zetten. Voor Anton Dingeman selecteer ik mijn eigen onderwerpen, deel ik mijn eigen mening. Ik kan er dus veel van wat ik denk, meemaak of ontdek in kwijt. Dat is nog elke dag leuk en verrassend. Ook voor mijzelf.”

Waarom kiest een tekenaar ervoor om de wereld door de ogen van een ambtenaar te laten zien?

“Ik heb veel meer op met de gewone man dan met een hoge pief. Verder was de keus vooral ook een praktische: een ambtenaar kan beroepsmatig op veel plekken komen. Anton is zo de perfecte toeschouwer van wat er in Nederland speelt.”

Je werkt al twintig jaar voor Trouw. Kennelijk pas jij bij de krant en de krant bij jou.

“De geest van Trouw is bespiegelend. Nuance viert hoogtij, bij makers én lezers. Daar voel ik me heel prettig bij. Met mijn strip probeer ik mensen immers ook aan het denken te zetten, maar dan met een grap. Voor een striptekenaar gebruik ik trouwens best veel tekst. Dat is voor Trouw-lezers gelukkig geen probleem, die lezen graag.”

Is het niet stressvol om zes dagen per week een deadline te hebben?

“Niet meer. De eerste jaren tekende ik eens per week Dingeman. Toen de redactie vroeg of ik dat niet dagelijks wilde gaan doen, brak het zweet me uit. Ik zei nee, uit angst dat ik niet kon leveren. Een jaar later kwam het verzoek weer. Ik dacht: ik probeer het tien weken, tot de verjaardag van mijn vrouw. Zeker in het begin heb ik er weleens slapeloze nachten van gehad. Maar alles went, dus ook een dagelijkse deadline. Ik lig er al lang niet meer wakker van.”

Ben je nooit bang dat de inspiratie een keer opdroogt?

“Er gebeurt elke dag wel iets in de wereld dat me opvalt of raakt. Als het idee niet meteen komt, ga ik een stukje fietsen of boodschappen doen. Bij de kassa komt het onderwerp dan vaak ineens op. Een enkele keer blijft het echt stil in mijn hoofd. Voor die gevallen heb ik altijd nog een plastic bakje op mijn werktafel met onuitgewerkte items voor je-weet-maar-nooit.”

Hoe ziet je werkdag eruit?

“Ik begin ‘s ochtends met het scannen van het online nieuws. Daarna neem ik drie kranten door: Trouw, de Volkskrant en De Telegraaf. Ik lees net zo lang tot ik een vonkje voel bij een bericht dat me verbaast of verontwaardigt, of waar ik om moet lachen. Vervolgens ga ik schetsen, gewoon met een balpen op drie of vier losse witte papiertjes. Dat doe ik trouwens allemaal staand, aan een hoge tafel, want als tekenaar zit ik al veel te veel. Als het scenario voor mijn gevoel klopt, verhuis ik naar mijn werktafel. Ik plak de losse papiertjes bovenaan mijn tekenbord. Daaronder teken ik dan de definitieve strip. Meestal kleur ik die met de hand in. Dat gaat net zo snel als op de computer en is wel zo leuk. Het tekenen en kleuren kost in totaal zo’n 2,5 uur. Het eindresultaat mail ik ‘s middags naar de redactie. De volgende dag begint het proces weer van vooraf aan.”

Je maakt regelmatig strips over religie en spiritualiteit. Doe je dat speciaal voor de lezers van Trouw?

“Een beetje misschien. Maar vooral ook omdat ik het interessante onderwerpen vind. Hoewel ik zelf niet geloof. Of misschien juist wel daarom. Ik vind het boeiend om te onderzoeken wat mensen die geloven drijft, hoe dat in hun hoofd werkt.”

Cartoonist kan anno 2020 een gevaarlijk beroep zijn. Pas je zelfcensuur toe als je over het geloof schrijft en tekent?

“Nee. Over de islam teken ik bijvoorbeeld wat ik wil. Al weet ik dat ik gedonder zou kunnen krijgen als ik een strip over Mohamed maakte. Overigens houd ik er niet van om op de man te spelen, of met opzet te kwetsen. Dat zal ik in mijn strips dus niet gauw doen. Maar ik schuw de discussie ook niet. Als ik onderwerpen al mijd, dan is het omdat ik ze te zwaar vind. Mijn blik op de wereld is een beetje ironisch, in elk plaatje probeer ik een grapje te stoppen. Daar past geen groot leed bij.”

Krijg je veel reacties op je strips?

“Lezers sturen me regelmatig een e-mail. Soms krijg ik ook handgeschreven brieven of kaarten. Dat is vast echt iets van Trouw-lezers. Verreweg de meeste reacties zijn positief. Natuurlijk hoor ik ook weleens een kritische noot. Laatst nog, toen ik twee citaten van Paulus uit verschillende bijbelboeken per ongeluk had omgedraaid. Daar wijst een lezer me dan op. En gelijk heeft hij. Ik heb hem voor zijn correctie bedankt. Er zijn ook mensen die al mijn strips uitknippen en in een plakboek bewaren. Zo bijzonder! Het geeft me het gevoel dat ik echt iets voor lezers beteken.”

‘De wereld van Anton Dingeman’ is dagelijks te lezen op pagina 2 van de papieren krant, of via deze link op onze website. Elke dag als eerste een nieuwe aflevering van Dingeman op je mobiel ontvangen? Abonneer je dan via onze app.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden