Achter de schermenJoop Bouma

Onderzoeksjournalist Joop Bouma: Als het ergens wringt, wordt het voor mij interessant

Met zijn omvangrijke onderzoeken legde redacteur Joop Bouma afgelopen dertig jaar verschillende misstanden bloot. Bijvoorbeeld in de tabaksindustrie en de wereld van de medische implantaten. ‘Ik wil onze lezers zo goed mogelijk informeren.’

Spannende confrontaties en grote onthullingen: dat is het beeld dat veel mensen van onderzoeksjournalistiek hebben. “Als je mazzel hebt, eindigt een project daarmee”, zegt Joop Bouma. “Maar daaraan is dan vaak maanden of zelfs jaren uitzoekwerk voorafgegaan. Je wilt niet weten hoeveel dagen ik in eenzaamheid op mijn werkkamer heb doorgebracht. Omringd door stapels papier die soms zo hoog werden, dat ik er nauwelijks nog overheen kon kijken.”

Dan moet je wel heel gedreven zijn.

“Ik ben geen hemelbestormer die de wereld wil veranderen, als je dat soms denkt. Maar ik voel wel een zekere drang om misstanden aan het licht te brengen. Ik leg de feiten bloot. Vervolgens mag de lezer daar zelf conclusies uit trekken.”

Wat maakt jou een goede onderzoeksjournalist?

“Voor de duidelijkheid: ik ben een gewone verslaggever, die óók onderzoek doet. Dat geldt trouwens voor iedere journalist; niemand in ons vak neemt klakkeloos iets voor waar aan. Mijn onderzoeken duren vaak wel uitzonderlijk lang. Daarvoor moet je geduld hebben en een doorzetter zijn. Lezen, verzamelen, graven, doorvragen; na al die jaren heb ik daar nog altijd plezier in. Ik blijf zoeken tot ik de onderste steen boven heb en er een interessant artikel over kan maken. Als journalisten worden we overstelpt met persberichten en goedbedoelde tips. Maar de beste verhalen gaan over de dingen die mensen ons niet willen vertellen.”

Hoe weet je: in dit thema ga ik me vastbijten?

“Veel onderwerpen waarover ik heb geschreven, zijn wat ik noem ‘chronisch actueel’. Daar bedoel ik mee dat ze blijvende impact hebben. En dat er steeds weer nieuwe feiten opduiken. Denk aan het asbestdossier of aan de duistere praktijken van de tabakslobby. Daarover zijn we nog lang niet uitgepraat.”

Hoe ga je te werk?

“Ik pel als het ware de lagen van een ui om steeds dichter bij de kern te komen. Dat doe ik door eindeloos informatie te verzamelen en mensen te spreken. Om gevoelige overheidsgegevens boven tafel te krijgen, moet ik vaak een beroep doen op de Wet Openbaarheid van Bestuur, een zogenoemd Wob-verzoek. Als het goed is, passen alle feiten uiteindelijk als een puzzel in elkaar. Dat is het moment om de verantwoordelijken op te zoeken en met de data te confronteren.”

Spannend!

“Let wel: je gaat de confrontatie pas aan als je zeker weet hoe het zit. Dan kunnen de ‘daders’ dus niet meer om de feiten heen. Maar de zenuwen blijven, zelfs na al die jaren. De nacht voor een publicatie in de krant, lig ik soms met buikpijn te draaien in bed. Altijd is er weer de twijfel of ik wel zorgvuldig genoeg ben geweest.”

Joop BoumaBeeld Werry Crone

Heb je je weleens bedreigd gevoeld?

“Heel lang geleden, toen ik nog voor de Leeuwarder Courant werkte. Ik had een stuk geschreven over een malafide garagehouder, die in versleten banden nieuwe profielen sneed. Levensgevaarlijk natuurlijk. De man was niet van mijn stukken gediend en probeerde me te intimideren. Bijvoorbeeld door ‘s avonds met afgeplakte kentekenplaten langs mijn huis te rijden. Gelukkig is er niks echt naars gebeurd. 

“Bij Trouw heb ik zoiets nooit meer meegemaakt. Ik heb zelfs geen advocaat aan mijn broek gehad. Dat gaat in het buitenland trouwens vaak wel anders. Ik weet nog dat ik op een internationale bijeenkomst in Washington was met allemaal onderzoeksjournalisten. Op de vraag wie van ons weleens fysiek was bedreigd of beschoten, staken een stuk of acht hun hand op. Merendeels uit landen waar de persvrijheid niet zo vanzelfsprekend is als hier. Toch blijven zij hun werk doen, omdat ze het belangrijk vinden om de waarheid te onthullen.”

Asbestrokenimplantatenbestrijdingsmiddelen, de farmaceutische industrie: bijna al je grote onderzoeksprojecten gingen over gezondheid.

“Het is niet zozeer het thema gezondheid dat me boeit, als wel de manier waarop die sector is georganiseerd. De zorg kent ontzettend veel regels. Tegelijk proberen bedrijven die erin actief zijn zoveel mogelijk geld te verdienen. Daarvoor zoeken ze voortdurend de grenzen van de wet op. Waar dat gaat wringen, wordt het voor mij interessant.”

Journalist Joop Bouma (Leeuwarden, 1954) werkt sinds 1987 bij Trouw, de laatste zeven jaar als redacteur bij de redactie duurzaamheid & natuur. Hij beet zich meerdere keren vast in grote journalistieke onderzoeken, onder andere naar asbest, de tabakslobby en misstanden in de farmaceutische industrie. Over die laatste twee onderwerpen bracht hij ook verschillende boeken uit (‘Het rookgordijn’, ‘De sjoemelsigaret’ en ‘Slikken’). Begin 2019 werd hij samen met Radar-collega Jet Schouten verkozen tot Journalist van het jaar. Zij kregen die prijs voor hun publicaties over slechte controle op medische implantaten, de implant files.

Welke onthulling heeft je het meest geschokt?

“Toch wel die over de tabakslobby. Sinds de jaren ‘50, toen onderzoekers voor het eerst een relatie legden tussen roken en longkanker, heeft de tabaksindustrie twijfel gezaaid over de gevaren van roken. En de gevolgen gebagatelliseerd. Uit financieel eigenbelang gaf de overheid de tabakslobby decennialang vrij spel. Met als gevolg een laks en halfslachtig anti-rookbeleid en duizenden doden per jaar.”

Begin 2019 won je voor de ‘implant files’ samen met Jet Schouten van Radar de prijs voor Journalist van het jaar. Wat maakte dat onderzoek zo bijzonder?

“Jet had een manderijnennetje laten registreren als medisch implantaat tegen verzakkingen in de buik. Het was verbazingwekkend hoe makkelijk dat ging. Ze had het vermoeden dat er wereldwijd veel meer mis was met implantaten en vroeg me of ik het onderwerp wilde aankaarten bij ICIJ, het internationale collectief van onderzoeksjournalisten waar ik lid van ben. Daar waren ze direct enthousiast. Uiteindelijk hebben meer dan 250 journalisten uit ruim veertig landen onderzoek naar implantaten gedaan. Zelf heb ik samen met redacteur zorg Marco Visser een aantal artikelen gepubliceerd over onder meer pacemakers met haperende batterijen en schouderprotheses met scheurtjes.”

Je onderzoekt altijd uitwassen van de maatschappij. Ben je in de loop van de jaren niet cynisch geworden?

“Gelukkig niet. Al die wantoestanden houden het vuurtje in mij juist brandend.”

Hoe combineer je je onderzoeken met je reguliere werk als redacteur bij duurzaamheid & natuur?

“Die twee naast elkaar doen, gaat niet. Dus als ik met een onderzoeksproject bezig ben, moet de hoofdredactie me daarvoor willen vrijmaken. En moeten mijn collega’s bij de groenredactie harder werken. Bij een kleine redactie als van Trouw — we zijn maar half zo groot als bijvoorbeeld die van De Volkskrant of NRC — is onderzoeksjournalistiek ingewikkeld. Fantastisch dus, dat ik daar toch meerdere keren langdurig de ruimte voor heb gekregen. Het onderzoek naar de implant files duurde bijvoorbeeld bijna twee jaar.”

Vind je dat Nederlandse kranten genoeg in onderzoek investeren?

“Nee. Gelukkig zijn er nog altijd goede voorbeelden van onderzoeksjournalistiek. Neem alle onthullingen over de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst. Zonder redacteur Jan Kleinnijenhuis en zijn RTL-collega Pieter Klein was die zaak nooit aan het licht gekomen. Zij verdienen echt alle lof voor hun vasthoudendheid. Maar over het algemeen is er steeds minder tijd en geld om echt de diepte in te gaan. Ik zou daarom voorstander zijn van een soort fonds van Trouwlezers, waarmee we grootschalige onderzoeksprojecten kunnen financieren. Zodat we ook in de toekomst misstanden aan de kaak kunnen blijven stellen. “

Zelf ga je in juni met pensioen. Vrees je het beruchte zwarte gat?

“Ik werk gemiddeld vijftig, zestig uur per week. Het lijkt me niet gezond om daar ineens mee te stoppen. Ik blijf dus lekker werken, maar dan aan mijn eigen projecten, los van de waan van de dag. Dat lijkt me na dertig jaar bij de krant eerlijk gezegd heel prettig. Al ga ik het contact met mijn fantastische collega’s wel missen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden