Achter de schermenJan Kleinnijenhuis

Onderzoeksjournalist Jan Kleinnijenhuis is nog lang niet klaar met de Belastingdienst

Anderhalf jaar lang werkte onderzoeksjournalist Jan Kleinnijenhuis bijna dag en nacht aan de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst. Het leverde hem de titel Journalist van het Jaar 2019 op. Nog altijd krijgt hij wekelijks schrijnende e-mails van gedupeerden. ‘Hun leed is haast niet te bevatten.’

Honderden, misschien wel duizenden ouders die onterecht werden aangemerkt als fraudeur en in grote financiële problemen kwamen. De Belastingdienst die informatie achterhield voor de rechter en de Tweede Kamer. Topambtenaren die medewerkers ruim baan gaven bij hun onrechtmatige aanpak. Een staatssecretaris die moest aftreden. In 2019 was de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst maandenlang het gesprek van de dag. En het dossier is nog niet gesloten.

Heb je je gezin nog gezien afgelopen jaar?

“Niet zoveel als ik zou willen. Ik heb twee jonge kinderen van zes en drie jaar. ‘Ik ga even met collega’s bellen’, zei de jongste op een gegeven moment tegen me. Dat vond ik wel confronterend. Ik was er niet altijd als het moest. Wat dat betreft ben ik wel tekortgeschoten. Maar dit verhaal moest worden verteld.”

Wat raakte je zo in de toeslagaffaire dat je er vele vrije avonden en weekenden voor opofferde?

“De toeslagenaffaire gaat over gewone mensen zoals jij en ik. Mensen die, nota bene door de overheid, jarenlang ten onrechte als fraudeur zijn bestempeld. En die daardoor alles zijn kwijtgeraakt. Hun leed is haast niet te bevatten. We hebben verhalen gehoord van ouders die al vijf jaar onder het bestaansminimum leven. Die geen geld meer hebben om Sinterklaas te vieren. Of zelfs niet genoeg eten kunnen kopen. Dan wordt een onderwerp ineens heel tastbaar.”

Heb je er weleens wakker van gelegen?

“Een enkele keer. De verhalen van de ouders waren vooral een grote motivatiebron om door te gaan met het onderzoek. Ook als de Belastingdienst ons voor de zoveelste keer tegenwerkte. De mensen daar logen ons voor, beschuldigden ons valselijk, verweten ons dat we een hetze tegen ze zouden voeren. Terwijl wij alleen de feiten boven tafel probeerden te krijgen. Die houding vind ik nog steeds onbegrijpelijk. En stuitend. De overheid is van ons allemaal, die moet je gewoon kunnen bevragen.

De Belastingdienst geeft trouwens nog steeds geen volledige openheid van zaken. Zo weten we niet zeker of er honderden, duizenden of misschien tienduizenden gezinnen slachtoffer zijn geworden. Zelfs nu lukt het nauwelijks om gedupeerden op een normale manier te informeren. En ook de schadevergoedingen zijn nog niet rond. Het probleem is kortom niet opgelost, ons werk niet klaar. Ik blijf er dus over schrijven.”

Even terug. Hoe stuitte je op dit dossier?

“In de zomer van 2018 kreeg ik twee interne notities van de Belastingdienst in handen. Die gingen over een vermeende fraudezaak bij een gastouderbureau in Eindhoven, waar driehonderd ouders bij betrokken waren. Ze zouden onterecht kinderopvangtoeslag hebben ontvangen. Medewerkers kregen de instructie om ouders die bezwaar maakten af te wimpelen. Toen ik een rechtszaak hierover bijwoonde, ontdekte ik dat de Belastingdienst informatie achterhield. Daar heb ik een aantal artikelen over geschreven. Maar ik had steeds het gevoel dat ik niet het hele verhaal te horen kreeg. Waarom gebeurt dit? Wat voor explosieve feiten zitten er in het dossier, dat die koste wat kost moet worden toegedekt? Daar kreeg ik de vinger niet goed achter. Het bleef knagen. Mijn collega bij RTL Nieuws, Pieter Klein, die ook met het onderwerp bezig was, had hetzelfde gevoel. We besloten onze krachten te bundelen. Samen konden we de beerput steeds verder openbreken.”

Voor jullie onderzoek hebben jullie maandenlang eindeloos veel droge stukken doorgewerkt. Hoe houd je zoiets vol?

“Die vraag krijg ik wel vaker. Maar ik kan oprecht vrolijk worden van een beleidsnota of jaarverslag. In eerste instantie snap ik er soms weinig van. Het is dan de uitdaging om uit te vinden wat er eigenlijk staat. Als je blijft lezen en herlezen, ontdek je misschien informatie die anderen over het hoofd zien.”

Jullie speurwerk leidde afgelopen december tot het aftreden van staatssecretaris Menno Snel. Een overwinning?

“Ik weet nog dat ik die dag eens goed voor het debat ging zitten, benieuwd met welke antwoorden Snel zou komen. En toen trad hij af. Het voelde haast als een teleurstelling. Ik snap wel dat hij zijn politieke consequenties trok, maar daarmee is een oplossing voor de gedupeerden niet dichterbij. Sowieso is een politieke val nooit het doel van een journalist. Ik leg de feiten bloot. Die spreken wat mij betreft voor zich. Het is aan anderen om daar een oordeel over te vellen.”

Het vertrouwen van veel mensen in de overheid heeft door de toeslagenaffaire wel een flinke knauw gekregen.

“Dat snap ik, maar zelf voel ik dat niet zo. Integendeel, eigenlijk. Het is ons toch maar gelukt om de uitwassen boven water te halen. Met als gevolg dat de betrokken ouders eindelijk erkenning hebben gekregen en schadeloos worden gesteld. Het bewijst wat mij betreft dat het zelfcorrigerend vermogen van de democratie en de rechtsstaat werkt.”

Vind je het niet lastig om je eigen mening voor je te houden als je op zoveel onrecht stuit?

“Nee. Ik laat zien wat er gebeurt en trek dan weer verder, op zoek naar de volgende misstand.”

Wist je altijd dat je dit werk wilde doen?

“Na de middelbare school ging ik Algemene Economie studeren. Gaandeweg begon ik voor studentenblaadjes te schrijven. Daar had ik veel plezier in. Omdat ik niet bij de overheid of een bank wilde werken, besloot ik om ook de studie Journalistiek te gaan doen.”

Hoe belandde je vervolgens bij Trouw?

“Ik kom uit een echt Trouw-gezin – mijn ouders lazen de krant al zolang ik me kon herinneren. Vandaar dat ik graag stage wilde lopen bij Trouw. De redactie voelde direct vertrouwd. De sfeer was open, de mensen waren aardig. En ze namen me meteen serieus. Stagiairs bij andere kranten schreven nogal eens voor de prullenbak. Maar mijn eerste verhaal werd meteen gepubliceerd. Toen ik vervolgens de kans kreeg om verslaggever te worden, heb ik die met beide handen gegrepen.”

Dertien jaar later zit je er nog.

“Onderzoek doen kost heel veel tijd. Tijd die je niet aan ‘gewoon’ redactiewerk kunt besteden. Vanaf het begin heb ik daar alle ruimte voor gekregen. Zonder de steun van de hoofdredactie had ik met de toeslagenaffaire bijvoorbeeld niet zo ver kunnen komen. Wat dat betreft heb ik veel aan deze krant te danken.”

Pieter Klein en jij zijn voor jullie onderzoek uitgeroepen tot Journalist van het Jaar. De kroon op het werk?

“Ik kan niet goed tegen onrecht. Met mijn werk probeer ik een bijdrage te leveren aan het bestrijden daarvan. Natuurlijk ben ik er trots op dat dat met dit onderzoek in ieder geval deels is gelukt. De erkenning in de vorm van een prijs voelt goed. Maar, zoals Pieter en ik eerder hebben gezegd: die is vooral voor de gedupeerde ouders. Want uiteindelijk draait het natuurlijk om hen.”

Wie is Jan Kleinnijenhuis?

Jan Kleinnijenhuis (1980) studeerde Algemene Economie en Journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na stage te hebben gelopen bij Trouw kwam hij in 2007 bij de krant in dienst. Als financieel- en onderzoeksjournalist dook hij afgelopen jaren in verschillende internationale onderzoeksprojecten, zoals de LuxLeaks, de Panama Papers, de Paradise Papers en recent de Luanda Leaks. Vanaf de zomer van 2018 beet hij zich samen met zijn RTL-collega Pieter Klein vast in de toeslagenaffaire bij de belastingdienst (in dit dossier lees je alle verhalen terug). Voor hun gezamenlijke onderzoek en berichtgeving werden zij uitgeroepen tot Journalist van het jaar 2019. Eerder ontving Kleinnijenhuis met enkele andere Trouw-collega’s al twee keer De Loep, de prijs voor beste onderzoeksjournalistiek.

Welke keuzes worden er gemaakt bij het schrijven van artikelen en hoe pakken wij ons onderzoek aan? In Achter de Schermen vertellen journalisten van Trouw hoe ze te werk gaan.

Lees ook:
‘Vanuit Blauw nu toch een Ghana populatie aan het bekijken’. Zo onderzocht de Belastingdienst toeslagenfraude

Zelf had de Belastingdienst wel in de gaten hoe gevoelig het lag. Maar hij deed het toch: gegevens over (tweede) nationaliteit gebruiken om fraude op te sporen. Uit honderden vrijgegeven documenten reconstrueerde Jan Kleinnijenhuis hoe dat in zijn werk gaat.

‘Ik heb alles geprobeerd, maar de Belastingdienst luistert niet’

Al dertien jaar zit Jolanda Syed in de schulden, omdat zij volgens de fiscus onterecht kinderopvangtoeslag ontving. Nu, vijftien jaar later, is zij nog altijd niet van haar schuld af. Jan Kleinnijenhuis sprak met haar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden