null Beeld

Achter de schermenOnderzoeksjournalist Maarten van Gestel

Maarten van Gestel dook in de wereld van de pedofilie: ‘We moeten het onderwerp bespreekbaar maken’

Onderzoeksjournalist Maarten van Gestel dook in de wereld van de pedofilie. Hij schreef er verschillende stukken over, voor de krant en de website van Trouw.

Het begon – zoals de meeste verhalen – met een vraag: hoe is het om in een wereld vol pedojagers en complottheorieën rond te lopen met pedofiele gevoelens? Die overpeinzing hield Trouw-journalist Maarten van Gestel in de herfst van 2020 bezig. Wat doet het met de naar schatting 80.000 tot 240.000 pedofiele Nederlanders als ze het gevoel hebben opgejaagd te worden? Hoe beïnvloedt dat hun dagelijkse leven? En waarom krijgen zij in de media geen gezicht?

Om daar achter te komen, dook Van Gestel ruim een maand lang in de door taboes omgeven wereld van de pedofilie. Het lukte hem hem om vier pedofielen te spreken: drie mannen en een vrouw, in leeftijd variërend van midden twintig tot eind vijftig. Eigenlijk heel gewone mensen, met huizen, banen en vrienden, ontdekte hij, nadat hij ze persoonlijk had ontmoet. Behalve dan dat ze zich aangetrokken voelen tot (heel) jonge jongens en meisjes. “De grootste openbaring vond ik dat ze alle vier faliekant tegen seks met kinderen zijn. En ook tegen kinderporno. Voor ik aan dit artikel begon, had ik me niet gerealiseerd dat zoiets kon.”

Maarten van Gestel

Voor hij een master Journalistiek afrondde, haalde Maarten van Gestel (1995) zijn propedeuse aan de Filmacademie en zijn bachelor filosofie. Hij werkte ruim anderhalve jaar als journalist voor De Volkskrant, voor hij in september 2020 naar Trouw overstapte. Daar maakt hij als onderzoeksjournalist onderdeel uit van verschillende redacties.

Even terug. Hoe ben je met deze mensen in contact gekomen?

“In eerste instantie heb ik gemaild naar de meest bekende – en beruchte – pedofiel van Nederland, Marthijn Uittenbogaard, jarenlang bestuurder van de inmiddels verboden pedovereniging Martijn. Zijn overtuigingen zijn nog steeds extreem. Dat kinderen zelf kunnen beslissen of ze seks met een volwassene willen, bijvoorbeeld. Daar wilde ik geen podium aan geven. Maar hij heeft me wel op het spoor gezet van de mensen die ik uiteindelijk heb geïnterviewd: Ben, Jan, Gabriël en Evi. Dat zijn overigens niet hun echte namen. Geen van hen durfde die te gebruiken, uit angst om bijvoorbeeld vriendschappen of hun werk te verliezen.”

Waarom wilden ze dan toch meewerken?

“Het zijn vier pedofielen die al langer proberen om, via gastlezingen en interviews, hun kant van het verhaal te laten zien. Vooral om te benadrukken dat de meeste pedofielen niet naar hun gevoelens handelen. Dat was voor mij een eyeopener. Voor veel mensen staat het woord pedofiel gelijk aan misbruikpleger. Maar negen op de tien pedofielen raakt kinderen nooit op een onpasselijke manier aan, vertelde een van de deskundigen die ik voor het artikel raadpleegde. Uiteindelijk is dat de rode draad geworden.”

Wat is je het meest bijgebleven van de persoonlijke verhalen?

“Pas toen ik de mensen in levende lijve ontmoette, realiseerde ik me hoe een grote rol angst in hun leven speelt. We spraken elkaar op de redactie. Met name Evi was heel bang dat onze afspraak een valstrik was. Dat er in het gebouw pedojagers op haar wachtten, en dat het mijn eigenlijke doel was om haar te ontmaskeren. Haar angst heeft veel indruk op me gemaakt.”

Bijzonder trouwens, dat je ook een vrouw met pedofiele gevoelens hebt ontmoet.

“Ja, die gevoelens komen dus niet exclusief bij mannen voor. De deskundigen die ik sprak hebben vooral mannen in behandeling. Maar, zeiden ze, dat komt deels doordat bovenmatige interesse in kinderen bij mannen eerder als ongepast wordt gezien. Anders gezegd: als we een vrouw met een kind zien knuffelen, denken we minder snel dat ze een seksueel roofdier is. In de wetenschappelijke literatuur zijn er volgens een van de deskundigen echter aanwijzingen dat pedofilie onder vrouwen bijna even vaak voorkomt als onder mannen.”

In je artikel in de krant komt vooral Ben aan het woord. Waarom?

“Hij is de oudste van de vier en misschien ook het verst in zijn persoonlijke ontwikkeling. Ondanks dat hij – net als de anderen – geen relatie heeft, geeft hij zijn leven een negen. Hij laat zien dat je gelukkig kunt zijn, zonder iets met pedofiele gevoelens te doen. Dat vind ik een hoopvolle boodschap. De portretten van de andere drie zijn online te lezen, net als een achtergrondstuk met negen vragen over pedofilie, die ik aan de deskundigen heb gesteld.”

Alle vier zeggen de geïnterviewden dat ze nooit ongepast contact met kinderen hebben gehad. Maar dat kun je niet checken.

“Klopt. Dat is het lastige. Ik ben zo zorgvuldig geweest als ik kon. Trouw hanteert strikte regels over anonieme bronnen: die publiceren we niet. De echte namen van de geïnterviewden zijn dus bij de redactie bekend. Tenminste, van Ben, Jan en Gabriël. Evi was zo bang dat ze haar naam onder geen beding wilde geven. Ik had haar bijdrage al uit mijn stuk geschrapt, toen we bedachten dat onze hoofdredacteur haar ter verificatie kon ontmoeten en bevragen. Zo is het uiteindelijk gegaan.”

Je bent een maand bijna fulltime met deze productie bezig geweest. Waarom kostte die zoveel tijd?

“Ik moest echt een vertrouwensband met de mensen opbouwen voor ze hun verhalen en namen wilden delen. Ik ben ook mee geweest naar de fotoshoots, waar ze uiteraard onherkenbaar zijn gefotografeerd. Verder heb ik feitelijk meerdere verhalen geschreven, een lang stuk voor in De Verdieping en verschillende artikelen voor online.”

Kon je daar zomaar weken voor vrijmaken?

“Als onderzoeksjournalist heb ik de mogelijkheid om langer in één onderwerp te duiken, mede omdat mijn functie deels wordt betaald uit het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Dat is een grote luxe.”

Heb je door het schrijven van dit verhaal meer compassie gekregen voor mensen met pedofiele gevoelens?

“Dat geloof ik wel. Na het maken van deze stukken zou ik denk ik minder schrikken als een vriend me over dit soort gevoelens zou vertellen. De seksuoloog de ik interviewde omschrijft pedofilie als een aangeboren handicap. Zo ervaren de geïnterviewden het ook. Het is niet makkelijk om te leven met onvervulde verlangens, geheimen en eenzaamheid.”

Veel lezers hebben wellicht moeite met dat standpunt.

“Het onderwerp roept veel weerstand, afschuw en vooral ook walging op. Heel begrijpelijk. Zeker voor lezers die zelf kinderen hebben. Maar die emoties kunnen een rationeel oordeel in de weg staan. Zelf kunnen deze mensen er niets aan doen dat ze dit soort gevoelens hebben. Het is volgens mij dus beter om een manier te vinden om als samenleving met ze om te gaan, en het onderwerp in ieder geval bespreekbaar te maken. Met mijn stukken wil ik laten zien dat er ook een andere kant aan het verhaal zit.”

Correctie

In een eerdere versie van dit artikel stond dat Marthijn Uittenbogaard oprichter was van van de inmiddels verboden pedovereniging. Dat klopt niet, hij was jarenlang bestuurder

Welke keuzes worden er gemaakt bij het schrijven van artikelen en hoe pakken wij ons onderzoek aan? In Achter de Schermen vertellen journalisten van Trouw hoe ze te werk gaan. Er is ook een Achter de Schermen podcast, die is hier te vinden. Of open hem via iTunesSpotify of Google Podcasts.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden