Achter de schermenMarten van de Wier en Johan van Heerde

Hoe is het om verslag te doen van de coronacrisis? Twee redacteuren van de binnenlandredactie vertellen

Verslaggevers Marten van de Wier en Johan van Heerde van de binnenlandredactie schrijven al wekenlang over bijna maar één ding: de coronacrisis. Hoe lastig is dat als je thuis moet werken?

Op donderdag 12 maart — de datum dat Nederland grotendeels op slot ging — werkte zorgverslagggever Marten van de Wier aan een groot voorpagina-artikel voor de dag erna. Dat ging over het mogelijke aantal coronagevallen waar Nederland mee te maken zou kunnen krijgen, en of de genomen maatregelen streng genoeg waren. Het was het moment dat hij zich oprecht zorgen begon te maken over de omvang van de epidemie. “Voor het verhaal sprak ik onder andere met hoogleraar en epidemie-onderzoeker Yaneer Bar-Yam van het New England Complex Systems Institute in het Amerikaanse Cambridge”, vertelt hij. “Die stelde dat Nederland rekening moest houden met 60.000 patiënten binnen twee weken. Ik dacht: dit wordt veel erger dan iedereen tot nu toe heeft vermoed.”

Sinds die nu al historische dag schrijven hij en zijn zeventien collega’s van de binnenlandredactie heel veel over corona. Ook de redacteuren die zich normaal met andere onderwerpen bezighouden. Johan van Heerde bijvoorbeeld. Hij is een van twee ‘vrije’ verslaggevers op de binnenlandredactie en kan voor verschillende onderwerpen worden ingezet. Vóór de crisis maakte hij zelden verhalen over de zorg. Maar in een paar weken tijd is hij haast een corona-expert geworden. Hoe naar de aanleiding ook is, hij vindt het een unieke ervaring. “We zijn letterlijk geschiedenis aan het schrijven. Bijzonder om een bijdrage te kunnen leveren aan het documenteren daarvan.”

Coronateam

Net als veel andere Nederlanders, werkt de Trouwredactie sinds 12 maart zoveel mogelijk thuis. Op afstand maken zij de best mogelijke krant. Dat vraagt nogal wat van de redacteuren, die normaal gewend zijn om gedurende de dag veelvuldig bij elkaar langs te lopen en te overleggen. “Tot 23 maart hadden we nog een klein coronateam, dat het nieuws op de redactie coördineerde”, vertelt Van de Wier. “Daarna is ook dat opgebroken. Sindsdien spreken we elkaar alleen nog telefonisch en online.”

Voor de binnenlandredactie begint iedere werkdag met een vergadering. Normaal zijn normaal dat levendige bijeenkomsten, waar de ideeën over de tafel vliegen en mensen snel op elkaar reageren. Nu alle overleggen online plaatsvinden, werkt dat niet; dan wordt het al gauw een chaos. Dus geeft chef Janette Luichies de deelnemers (die allemaal inbellen en tegelijk op het beeldscherm te zien zijn) iedere ochtend één voor één het woord. “We delen dan om de beurt onze ideeën”, licht Van Heerde toe. “Over wat volgens ons het belangrijkste nieuws gaat worden en welke verhalen we zouden willen maken. Dat werkt verrassend goed, maar ik mis de interactie met mijn collega’s wel. Echt inhoudelijk met elkaar sparren is online ingewikkeld.”

Thuiswerken vraagt om extra creativiteit

Marten van de Wier was op 15 maart voor het laatst op pad voor een reportage bij de GGD in Dordrecht. Net als Johan van Heerde doet hij nu al zijn interviews telefonisch, of via een online beeldverbinding. “Gelukkig heb ik thuis een aparte werkkamer”, zegt Van de Wier, “want met een kindje van vijf zou dat anders wel heel lastig worden.”

Op zich is deze manier van werken hen niet vreemd — ook op de redactie bellen ze wat af. Toch vraagt het thuiswerken iets extra’s van hun creativiteit. “Voor een verhaal over thuiszorg in coronatijd sprak ik de directeur van Buurtzorg, Jos de Blok”, aldus Van Heerde. “Hun 15.000 medewerkers hebben lang niet genoeg beschermingsmateriaal tot hun beschikking. Vandaar dat Buurtzorg een filmpje voor ze maakte, waarin wordt getoond hoe je van drie velletjes keukenrol, een stukje ijzerdraad en een elastiekje zelf een mondkapje knutselt. Normaal zou ik naar een thuiszorgmedewerker toegaan om te kijken of dat in de praktijk werkt. Nu moest ik het doen met de video. Het is een uitdaging om dan toch een pakkend verhaal te schrijven, waarmee je lezers bij de kladden grijpt.”

Wegblijven bij de waan van de dag

Nu de crisis langer duurt en er inmiddels honderden krantenpagina’s met coronaverhalen zijn gevuld, zou je denken dat de ideeënstroom wel een beetje opdroogt. “Nee hoor”, verzekert Van de Wier. “Elke dag is er weer nieuws om vragen bij te stellen.” Hij en zijn collega’s krijgen ook veel input vanuit hun netwerk, van bijvoorbeeld artsen en wetenschappers. Voor Van Heerde komen de suggesties soms wel van heel dichtbij. “Mijn vriendin werkt in een ziekenhuis. Ik hoor dus uit eerste hand hoe het daar eraan toegaat. Bijvoorbeeld toen ze tenten voor de deur zetten om patiënten voor binnenkomst te screenen.”

Gevraagd naar wat de Trouwverslaggeving over corona onderscheidt van de berichtgeving in andere media, hoeven de redacteuren niet lang na te denken. “We besteden veel aandacht aan mensen die nu in de knel komen”, aldus Van de Wier. “Door het virus, of door de genomen maatregelen. Denk aan kwetsbare kinderen die uit beeld raken nu ze thuis zitten. Verder gaan we denk ik anders om met de dagelijkse stroom van cijfers over ziekenhuisopnames en sterfgevallen. Op zichzelf zeggen die namelijk niet zoveel. In plaats van ze sec te delen, verwerken we ze daarom liever in grotere verhalen, zodat we ze beter kunnen duiden. Zo proberen we weg te blijven van de waan van de dag. Dat hoort echt bij onze krant.”

“We zijn ook voorzichtig met het ventileren van meningen”, vult Van Heerde aan. “De ene wetenschapper vindt de genomen maatregelen te streng, de andere niet streng genoeg. We houden ons liever bij de feiten.”

‘We hadden het doemscenario eerder serieus moeten nemen’

Of hun werk er na corona anders uit zal zien? Niet wezenlijk, verwachten ze. Het journalistieke handwerk blijft tenslotte hetzelfde, vanwaaruit je dat ook doet. “Wel is het overleggen op afstand in een stroomversnelling geraakt”, concludeert Van Heerde. “Ik kan me dus voorstellen dat we straks nog flexibeler gaan werken. Meer thuis, als het zo uitkomt.”

Van de Wier heeft ook een inhoudelijk een les geleerd. “Al bij het begin van de crisis waren er onder andere artsen die voor dit doemscenario waarschuwden”, besluit hij. “Met de kennis van nu hadden we hen eerder serieus moeten nemen. Het blijft balanceren op een slappe koord, want je wilt niet onnodig paniek zaaien. Maar ik denk wel dat in het vervolg nog harder op zoek ga naar kritische geluiden. Ik hoop dat de coronacrisis me wat dat betreft scherper heeft gemaakt.”

•Taalwetenschapper Marten van de Wier (1982) volgde na zijn studie een master Journalistiek en Media. Sinds 2008 werkt hij als freelancejournalist voor Trouw. In 2018 kwam hij bij de krant in dienst. Op de redactie gezondheid & zorg (onderdeel van de redactie binnenland) houdt hij zich bezig met ziekenhuizen, curatieve zorg en medisch-ethische kwesties. Begin dit jaar maakte hij een serie over (on)voltooid leven.

•Johan van Heerde (1991) studeerde bedrijfseconomie en journalistiek. Voor hij in 2017 bij Trouw begon, werkte hij bij deTubantia en als freelancejournalist. Bij Trouw is hij één van twee vrije verslaggevers op de redactie binnenland: journalisten die, al naar gelang het nieuws daarom vraagt, op verschillende onderwerpen kunnen worden ingezet. In die rol probeert hij vooral ook oog te houden voor verhalen die buiten de Randstad spelen.

Welke keuzes worden er gemaakt bij het schrijven van artikelen en hoe pakken wij ons onderzoek aan? In Achter de Schermen vertellen journalisten van Trouw hoe ze te werk gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden