Achter de schermenEindredacteur Teun Lagas

Een foutloze krant? Die bestaat niet, zegt eindredacteur Teun Lagas

Twee keer werd hij uitgeloot voor de studie journalistiek. Dat weerhield Teun Lagas er niet van om zijn droom na te jagen; hij moest en zou het vak in. Deze zomer werkt hij 45 jaar bij Trouw, de laatste vier jaar als eindredacteur. ‘Elk artikel checken we minimaal twee keer.’

Een eindredacteur van de dagkrant werkt van drie uur ’s middags tot een uur of elf ’s avonds. Dan ‘zakt’ de (papieren) krant, zoals dat in het jargon heet, en kan de drukker aan de slag. “Het is vaak een race tot de deadline”, vertelt eindredacteur Teun Lagas. “Bijvoorbeeld als er in de loop van de avond nieuwsberichten binnenkomen die nog een plekje in de krant verdienen. Dan moeten we een pagina plotseling omgooien. Op zo’n moment piekt de adrenaline. Lekker, ik werk graag tegen de klok.”

Toch zit er ook een nadeel aan dat hectische avondwerk. Als hij middenin de nacht thuiskomt, kan Teun de slaap niet meteen vatten. “Dan ga ik een uurtje lezen of een beetje tv kijken. Aan het begin van een week met avonddiensten slaap ik meestal rond één uur. Aan het eind is dat vaak opgeschoven naar twee uur of half drie. Mijn vriendin klaagt gelukkig nooit over mijn werktijden. Ze heeft jarenlang gevaren en vliegt nu, dus ze werkt zelf nog onregelmatiger dan ik.”

Eindredacteuren, dat zijn toch de lettervreters die schrijffouten uit artikelen halen?

“Dat doen we zeker. Maar er komt veel meer bij kijken. We zorgen ervoor dat artikelen correct, passend en zo mooi mogelijk in de krant of app, of op de website komen. Behalve spelling en grammatica checken we ook of de feiten kloppen: namen, cijfers, data. Bovendien moet de strekking van een verhaal duidelijk zijn. Als je een zin of een passage op verschillende manieren kunt uitleggen, trek ik bij de schrijver aan de bel. Verder kort ik teksten vaak in. Zo nodig pas ik ook zinnen of alinea’s aan, zodat ze beter lopen. En niet onbelangrijk: als eindredacteuren maken we de koppen en de intro’s — de vetgedrukte stukjes boven een artikel. Daarmee proberen we lezers het verhaal in te trekken. Tot slot overleggen we veel met de vormgevers en maken we de fotobijschriften.”

Haal je elke dag onjuistheden uit de krant?

“Ja, altijd wel een paar. Overigens neem ik het de schrijvers zelden kwalijk. Ik heb zelf jarenlang als verslaggever gewerkt, onder andere op de Haagse redactie. Ik weet dus goed hoe lastig het kan zijn om onder tijdsdruk een stuk te produceren. Dan sluipt er wel eens een slordigheidje in.”

Je hoort vaak dat jonge mensen steeds slechter spellen. Merken jullie dat bij de eindredactie ook?

“Niet echt. Sommige journalisten maken zelden fouten, bij anderen weet ik dat wat alerter moet zijn. Dat heeft weinig met leeftijd te maken.”

Journalist Teun Lagas (1954) werkt sinds augustus 1975 bij Trouw, waar hij na de middelbare school begon als leerling-journalist. Gedurende zijn loopbaan vervulde hij tal van functies bij de krant. Zo zat hij ruim dertig jaar op de politieke redactie in Den Haag en reisde hij als defensieverslaggever meerdere keren naar oorlogsgebieden. Sinds januari 2016 maakt hij onderdeel uit van de eindredactie. De ene week werkt hij aan de dagkrant, de andere week aan De Verdieping.

Hoe ga je te werk?

“We zijn altijd met een team van eindredacteuren. Zodra een artikel klaar is en de auteur het in het computersysteem zet, gaan wij ermee aan de slag. Eerst checken we de basisdingen. Is alles correct geschreven? Is er nergens een woord weggevallen? Verder gebruik ik vooral mijn gezonde verstand. Als iets onlogisch lijkt, zoek ik het op of vraag ik het na. Bijvoorbeeld als ergens ‘miljoen’ staat, terwijl ik denk dat het ‘miljard’ moet zijn. Voor de zekerheid wordt ieder stuk trouwens door minimaal twee eindredacteuren bekeken.”

Ondanks dat staat er bijna dagelijks een correctie of rectificatie in de krant. Vaak zelfs meer dan één.

“Dat is de frustratie van de eindredacteur: we hebben allemaal onze blinde vlekken. Ik weet zeker dat we, in de 45 jaar dat ik hier werk, nog nooit een volledig foutloze krant hebben afgeleverd. Het blijft mensenwerk.

“Hoofdredacteur Cees van der Laan noemde eindredacteuren eens de keepers van de krant . Er is volgens hem wel één belangrijk verschil met doelmannen. Als die met een mooie redding een doelpunt of een nederlaag voorkomen, zijn ze de held. Dat geldt niet voor eindredacteuren. Want de missers die zij tegenhouden, zie je niet. Ze krijgen het dus alleen te horen als er foutje door is geglipt. Van collega’s én lezers.”

Zo bezien is eindredacteur eigenlijk best een ondankbaar beroep.

“Gelukkig ervaar ik dat helemaal niet zo. Integendeel, ik ben het werk de afgelopen jaren alleen maar leuker gaan vinden. Het is heel dynamisch; geen dienst is hetzelfde. Elke dag proberen we de krant zo goed en zo mooi mogelijk in elkaar te puzzelen. Dat geeft veel voldoening. Verder heb ik er plezier in om met veel verschillende redacteuren samen te werken. Het is heel anders dan toen ik zelf nog veel schreef, want dat is toch vooral een eenzame bezigheid.”

Doe je dat nu helemaal niet meer?

“Ik lever alleen nog een bijdrage aan het dagelijkse commentaar in de krant: de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.”

Mis je het schrijven niet?

“Dat heb ik veertig jaar met veel liefde gedaan. In die tijd heb ik zoveel indrukwekkende dingen meegemaakt, van bezoeken aan de blauwhelmen in voormalig Joegoslavië en Afghanistan tot de moord op Pim Fortuyn. Het is heel interessant om nu vanuit een ander perspectief aan de krant te kunnen werken.”

Wat is er in al die jaren veranderd?

“Trouw was en is een kwaliteitskrant, maar de inhoud is wel wat vrolijker geworden. Minder zwaar, met meer ruimte voor menselijke verhalen. Diverser, ook. Dat zie je bijvoorbeeld aan het feit dat er naast religie steeds meer aandacht is gekomen voor filosofie.”

Heeft de digitale revolutie het karakter van de krant veranderd?

“In essentie niet. Het grootste gevolg daarvan is dat het werk nooit klaar is. Vroeger had je even een adempauze als de krant naar de drukker ging. Nu gaat het nieuws altijd door. Dat maakt het er voor verslaggevers niet makkelijker op.”

Een belangrijk onderdeel van het werk als eindredacteur is het verzinnen van goede koppen. Hoe leer je dat?

“Daar is geen cursus voor. Het moet in je zitten om een beetje als een reclamemaker te denken. Een goede kop trekt de aandacht, maakt je nieuwsgierig en dekt de lading van het artikel. Soms verzin ik de beste kop als ik nog maar een paar regels van een stuk heb gelezen. Mijn eerste associatie is dan meteen raak. Hoe meer je over een onderwerp weet, hoe lastiger het vaak wordt. Dan verzand je al snel in nuances. Dat komt de kracht van een kop niet ten goede.”

Je bent inmiddels 65. Hoe lang ga je nog door?

“In ieder geval tot mijn pensioengerechtigde leeftijd, misschien wel langer. Eindredactie kun je prima tot op hoge leeftijd doen. Voorlopig vind ik het werk in ieder geval nog veel te leuk om ermee te stoppen.”

Welke keuzes worden er gemaakt bij het schrijven van artikelen en hoe pakken wij ons onderzoek aan? In Achter de Schermen vertellen journalisten van Trouw hoe ze te werk gaan. Er is ook een Achter de Schermen podcast, die is hier te vinden. Of open hem via iTunesSpotify of Google Podcasts.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden