null Beeld

Achter de schermenBart Zuidervaart

Chef politiek Bart Zuidervaart over de formatie: Het record uit 2017 staat op 225 dagen, het zou me niets verbazen als dat sneuvelt

Drie maanden na de verkiezingen is een nieuw kabinet nog ver weg. Zelden was de wie-met-wiepuzzel zó ingewikkeld, zegt chef van de redactie politiek in Den Haag Bart Zuidervaart over de formatie. ‘Een voor de hand liggende coalitie ontbreekt.’ Zondag 20 juni brengt Trouw een extra Digitale Editie over het formatieproces die door hem is samengesteld.

Van de ‘functie elders’ in de verkenningsnotitie onder de arm van Kajsa Ollongren tot het explosieve memo van Pieter Omtzigt en zijn vertrek uit de CDA-fractie, de formatie volgend op de verkiezingen van half maart verloopt ongekend chaotisch. Een vierde kabinet onder leiding van Mark Rutte zou hem volgend jaar de langstzittende minister-president kunnen maken, maar de komst daarvan is allerminst zeker. Chef politiek Bart Zuidervaart, die samen met zes collega’s de Haagse redactie bemant, bereidt zich voor op een lange en hete formatiezomer. “Het record uit 2017 staat op 225 dagen, het zou me niets verbazen als dat sneuvelt.”

Je werkt bijna tien jaar op de Haagse redactie. Wat zijn je herinneringen aan de formaties van 2012 en 2017?

“Toen ik in Den Haag aantrad in 2012 was het kabinet-Rutte II net geïnstalleerd. De formatie stelde weinig voor. In een week of zes waren Mark Rutte (VVD) en Diederik Samsom (PvdA) het eens, ik had er niet veel aan gemist. In 2017 verliep de formatie traag en stroperig, maar waren er wél duidelijke opties. Vooral onder leiding van informateur Herman Tjeenk Willink zijn alle varianten op tafel gekomen en stuk voor stuk afgestreept tot er twee overbleven. Toen onderhandelingen met GroenLinks voor de tweede keer spaak liepen, was een meerderheidscombinatie alleen nog mogelijk met VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie. De Tina-coalitie werd die genoemd, there is no alternative.”

Wat is er nu anders?

“Een voor de hand liggende coalitie ontbreekt. Er is nooit een combinatie besproken waarbij je het gevoel had: die zou het weleens kunnen worden – vlak na de verkiezingen niet en nu, drie maanden later, nog steeds niet.

In maart was de teneur nog: we moeten opschieten, midden in de coronacrisis kan het land niet te lang wachten op een nieuw kabinet. Die druk is er nu af. De besmettingscijfers dalen, er is ruimte voor versoepelingen, we zien licht aan het eind van de tunnel. De noodzaak om vaart te maken met de formatie is niet meer zo groot.”

Als je één moment zou moeten kiezen dat deze formatie kenmerkt, welk zou dat zijn?

“Alle crises van de afgelopen maanden zijn te herleiden tot de beruchte ‘positie Omtzigt, functie elders’-passage in de verkenningsnotitie die op straat kwam te liggen. Je kunt je afvragen hoe het gelopen zou zijn als Ollongren geen corona had gekregen en niet in lichte paniek het Binnenhof had moeten verlaten. Eerst was er de constatering dat kennelijk over CDA-Kamerlid Omtzigt gesproken was in de formatie. Toen de ontkenning van Rutte dat hij dat had gedaan, waar hij op moest terugkomen. Daar vloeide de openbaarmaking uit voort van de ministerraad-notulen, waaruit duidelijk werd dat er veel breder gesproken is over het ‘sensibiliseren’ van Kamerleden. En ook het vertrek van Omtzigt uit het CDA, na de gelekte memo, zou je kunnen zien als een vervolgstap. Op het Binnenhof gaan er in crisissituaties vaker dingen mis, maar het sneeuwbaleffect van wat begon als knullig toeval is in dit geval enorm geweest.”

‘Als Rutte en Kaag echt een radicale wijziging willen, met een andere verhouding tot het parlement, kiezen ze voor een minderheidskabinet’, schreef je in een van je columns. Zie je zo’n minderheidskabinet er komen?

“‘Formeren is elimineren’, luidt een Haags cliché. Het ligt voor de hand eerst een vijf-partijencoalitie over links te proberen, met GroenLinks, PvdA, D66, CDA en VVD, al is het maar om er uiteindelijk een streep door te kunnen zetten. Rutte wil niet met een ‘linkse wolk’ van partijen aan tafel, maar het is onwaarschijnlijk dat PvdA en GroenLinks elkaar loslaten. Pas als die optie afvalt komt een minderheidskabinet in beeld. Gert-Jan Segers was heel stellig toen hij begin april zei niet meer met Rutte te willen regeren en dat is hem niet in dank afgenomen. Hij lijkt daar weer voorzichtig op terug te komen. Maar tegen de tijd dat de ChristenUnie weer aanschuift, zitten we vermoedelijk in het najaar, op z’n vroegst.”

De formatiecrisis is in zekere zin een CDA-crisis geworden. Heeft dat je verbaasd?

“CDA heeft met de mislukte leiderschapswissel en de verloren verkiezingen een desastreus jaar achter de rug. Er waren al langere tijd fricties. Bij Pieter Omtzigt was veel onvrede over de manier waarop hij behandeld werd. Hij is een van degenen die in de toeslagenaffaire de onderste steen boven kregen, maar voelde zich niet gesteund en is in de campagne nauwelijks ingezet. ‘Er is duidelijk een vooropgezet plan en ik pas er niet in’, zei hij daarover. Zijn vertrek is dramatisch voor de partij, maar geen verrassende stap. Er zullen CDA’ers zijn die hun partijlidmaatschap opzeggen, maar het lijkt erop dat leden van statuur de partij trouw blijven. De vraag die het CDA nu moet beantwoorden is of de partij nog geloofwaardig kan deelnemen aan een nieuw kabinet. Over minder dan een jaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen. CDA-leider Wopke Hoekstra zal een nieuwe klap willen voorkomen, maar dan moet op enig moment wel het herstel worden ingezet.”

Je twitterde een tekening van een doolhof om het formatieproces te illustreren. Is er een uitgang?

“Het CDA zou er verstandig aan doen een stap terug te doen en de tijd te nemen om te hergroeperen. Maar voor Hoekstra is oppositie voeren in de Tweede Kamer als een van de veertien partijen niet iets waar hij zich erg op verheugt, en regeren zonder het CDA is voor Rutte weinig aantrekkelijk.

Informateur Mariëtte Hamer doet als Ser-voorzitter niet veel anders dan polderen, maar ook zij worstelt met de wie-met-wievraag. Partijen zullen vroeg of laat met elkaar aan tafel moeten om te onderzoeken: kan dit werken? Dat is nog steeds niet gebeurd.”

De wandelgangen zijn belangrijk voor de parlementair journalist. En juist daar was het door corona de afgelopen maanden opvallend rustig.

“Veel mensen werkten thuis, dat maakte het lastiger om contacten te onderhouden, bellen is anders dan elkaar in het voorbijgaan even aanschieten. Tegelijkertijd was het nieuws eenzijdiger: je had de verkiezingen, de formatie, en daarnaast de coronagerelateerde kwesties – andere onderwerpen waren er nauwelijks. Dat gaat na verloop van tijd vervelen. Nu het aantal coronagevallen daalt, zie je op het Binnenhof hetzelfde gebeuren als in parken en op pleinen overal in het land: er wordt meer samengeklit, coronaregels verslappen. Politici zijn wat dat betreft net mensen.”

De Tweede Kamer kreeg 59 nieuwe Kamerleden. Ken je ze al allemaal?

“Om eerlijk te zijn niet zo goed als zou moeten. Normaal gesproken heb je een maand of drie na de verkiezingen een goed beeld van wie bij welke partij hoort. Nu kijken we elkaar soms tijdens debatten vragend aan, omdat we geen idee hebben wie er aan het woord is. Maar we werken hard aan een inhaalslag.”

Er klinkt een luide roep om een andere Haagse bestuursstijl, met meer dualisme. Gaat ook de rol van de pers veranderen?

“Parlementair journalisten wordt vaak verweten te klef, te aardig te zijn. Dat is onterecht. We leunen niet mee, we vormen niet één grote vriendenclub met politici, zoals buitenstaanders soms denken. In vergelijking met twintig jaar geleden is de afstand tot politici eerder groter dan kleiner geworden, al is het maar omdat ze worden omringd door een leger spindoctors en voorlichters.

Wat ons ook wordt aangewreven is dat grote onthullingen, zoals die in de toeslagenaffaire, door mensen van buiten worden gedaan. Dat is wel iets wat me bezighoudt. Als kleine parlementaire redactie hol je van links naar rechts om alles te volgen, voor een helikopterblik is geen tijd. Iemand met de handen vrij heeft de tijd om afstand te nemen en de diepte in te gaan, en kijkt onbevangener de wereld in.”

Er zijn ook meer kanalen te bedienen.

“De internetredactie wil nieuws zo snel mogelijk online hebben, maar ook de krant moet gevuld. Het is drukker geworden. De avond van de verkiezingsuitslag wordt voorbereid als een militaire operatie. Dan weet je dat rond half 10 de uitslagen komen, en er een uur later zes tot zeven getikte pagina’s klaar moeten liggen voor de krant. Maar op bijvoorbeeld het verloop van een debat is moeilijk te anticiperen. Gelukkig hebben we een ervaren ploeg, die goed op elkaar is ingespeeld.”

Wat zie je als de meerwaarde van de Editie?

“De Editie is een aantrekkelijke tussenvorm tussen internet en papier waar ik erg in geloof. Het is een digitaal product waarbij je toch het papiergevoel houdt. Als je online artikelen leest, gaat soms de context verloren. De editie heeft de structuur wel, biedt de voordelen van doorverwijslinks en geanimeerd beeld, maar ademt toch een beetje krant.”

Bart Zuidervaart (1978) studeerde journalistiek aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. In 2000 ging hij bij Trouw aan de slag, eerst op de internetredactie en later op de binnenlandredactie. Hij was onder andere verslaggever voor de regio’s Den Haag en Rotterdam en voor de Nederlandse Antillen. In 2012 stapte hij over naar de politieke redactie, waar hij in maart 2015 chef van werd. Samen met Willem de Haan publiceerde hij het boek De Schipholbrand, Reconstructie van een tragedie.

Welke keuzes worden er gemaakt bij het schrijven van artikelen en hoe pakken wij ons onderzoek aan? In Achter de Schermen vertellen journalisten van Trouw hoe ze te werk gaan. Er is ook een Achter de Schermen podcast, die is hier te vinden. Of open hem via iTunes, Spotify of Google Podcasts.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden