Sociaal psycholoog en etiquettespecialist Beatrijs Ritsema.Beeld Jorgen Caris

Achter de schermenBeatrijs Ritsema

Beatrijs Ritsema is nog lang niet klaar met Moderne Manieren: ‘Ik antwoord iedereen die schrijft’

Op 14 september 2002 verscheen Moderne Manieren voor het eerst in Trouw. Sindsdien beantwoordde Beatrijs Ritsema in haar wekelijkse adviesrubriek meer dan 2.500 vragen over alledaagse etiquettekwesties. Van cadeaudilemma’s tot ruzie om de erfenis: Beatrijs weet altijd raad.

Moet je deelnemen aan een vrijgezellenfeest?

Kun je iemand vragen om op een terras niet te roken?

Is het normaal om een persoonlijke ziektegeschiedenis in een groepsapp te delen?

Zijn rode nagels op een begrafenis ongepast?

Wat als (stief)kinderen buiten de omgangsregeling onverwacht komen aanwaaien?

Een liefdesrelatie op het werk, mag dat?

Het zijn zomaar een paar vragen die sociaal psycholoog Beatrijs Ritsema de afgelopen maanden behandelde in haar rubriek Moderne Manieren. Al meer dan zeventien jaar geeft ze in Trouw wekelijks advies over omgang met buren, collega’s, vrienden, familie en kinderen. Dan zijn alle mogelijke kwesties wel een keer aan bod gekomen, zou je denken. Maar na meer dan 900 afleveringen hebben mensen nog altijd behoefte aan haar raad en daad. Dat blijkt wel uit de constante stroom e-mails die ze ontvangt: gemiddeld tussen de twintig en veertig per week. Die beantwoordt ze allemaal — ja, echt állemaal — persoonlijk. Een deel van de vragen belandt in de krant.

Hoe kwam je op het idee voor Moderne Manieren?

“Van 1990 tot 1995 woonde ik met mijn man in de Verenigde Staten. In de krant The Washington Post ontdekte ik de rubriek ‘Miss Manners’. Journalist Judith Martin geeft daarin al sinds 1978 advies over sociale omgangsvormen. Zoiets zou ik ook in Nederland willen doen, dacht ik. Geen enkele krant hier had toentertijd een persoonlijke adviesrubriek. Eenmaal terug ben ik met mijn idee de boer opgegaan. HP De Tijd, waar ik als freelancer voor werkte, voelde er wel wat voor. Zo begon ik met mijn eigen vragenrubriek, die toen trouwens nog ‘Het leven zelf’ heette. Na twee jaar ben ik overgestapt naar Trouw. De belangrijkste reden daarvoor was dat je bij een krant directer contact hebt met je lezers. Dat is voor een rubriek als deze natuurlijk heel belangrijk.”

Was die meteen een succes?

“Eigenlijk wel. In het begin waren er wel lezers die vonden dat zo’n ‘Lieve Lita’-rubriek niet in een serieuze krant paste. Maar die kritiek verstomde snel. De eerste jaren kreeg ik veel handgeschreven brieven, nu zijn dat er misschien nog drie per jaar. Tegenwoordig gaat alles natuurlijk per e-mail. Ik krijg vragen van mensen van alle leeftijden. Zelfs af en toe van kinderen. Vrouwen reageren ongeveer twee keer zo vaak als mannen. Iedereen die schrijft, krijgt een persoonlijk antwoord.”

Dat kost vast veel tijd.

“Valt mee. Sommige kwesties komen steeds weer terug. Dan kan ik mensen snel doorverwijzen naar mijn website, beatrijs.com. Daar vind je alle vragen die ik ooit heb behandeld.”

Over welke onderwerpen krijg je de meeste vragen?

“Cadeaus, problemen in vriendschappen, kritiek geven en ontvangen, geldconflicten.”

Zijn die thema’s in de loop van de tijd veranderd?

“Niet echt. Vijftien jaar geleden waren er natuurlijk geen vragen over sociale media, want die bestonden toen nog niet. Maar in de basis blijven de problemen — en taboes — over hoe je met elkaar omgaat hetzelfde.”

Wat maakt jou een geschikte vraagbaak?

“Behalve journalist ben ik ook sociaal psycholoog. Ik heb altijd interesse gehad in zeden en gebruiken. Je staat er misschien niet bij stil, maar veel conflicten zijn het directe gevolg van de waarden en normen die we elkaar – en onszelf – opleggen, en de gewoontes die daaruit voortkomen. In mijn rubriek probeer ik mensen daar op een aardige manier bewust van te maken.”

Heb je altijd direct een antwoord klaar?

“Meestal wel. En anders komt dat wel tijdens het schrijven. Voor specifieke vragen over historische etiquette, bijvoorbeeld aanspreekvormen voor hoogwaardigheidsbekleders, raadpleeg ik de ‘Dikke Ditz’. Dat is een boek van etiquettekoningin Reinildis van Ditzhuyzen over hoe het eigenlijk hoort. Zo vroeg een man eens of hij links of rechts van een vrouw moet lopen. Zoiets moet ik dan echt even opzoeken.”

En?

“Het mag allebei. Volgens de klassieke regels kiest de heer de buitenkant, dus de straatzijde, waar de auto’s rijden. Op die manier vormt hij een bescherming tegen het langskomende verkeer en neemt hij opspattende waterplassen voor zijn rekening.”

Bij wie ga je zelf te rade als je een omgangsprobleem hebt?

“Bij mijn man of een goede vriendin. Net als iedereen eigenlijk.”

Je ontvangt wekelijks meer vragen dan in de krantenrubriek passen. Hoe maak je een selectie?

“Het belangrijkste is dat de kwesties herkenbaar moeten zijn voor een breed publiek. Die herkenbaarheid verklaart ook deels het succes: het zijn dingen waar iedereen weleens mee te maken krijgt. Verder zorg ik voor een leuke mix van onderwerpen en houd ik rekening met het seizoen. Van zware, ingewikkelde vragen, bijvoorbeeld over mishandeling of misbruik, blijf ik bewust weg. Ik ben tenslotte geen therapeut. Schrijvers van dat soort vragen adviseer ik dan ook om professionele hulp te zoeken.”

Is het niet lastig om na al die jaren steeds met iets nieuws op de proppen te komen?

“Nee. De thema’s zijn weliswaar vaak hetzelfde, maar iedere situatie is uniek. Dat houdt het leuk voor mij en maakt lezers telkens weer nieuwsgierig naar het antwoord. Mensen denken soms dat ik vragen zelf verzin. Dat is dus echt niet zo. Wat weleens gebeurt, is dat ik iemand hoor praten over een interessant dilemma. Dan vraag ik diegene dat aan mij te mailen, zodat ik het in mijn rubriek kan gebruiken.”

Laten vragenstellers je weten of ze je advies daadwerkelijk hebben opgevolgd?

“Zelden. Dat hoeft ook niet. Het contact is eenmalig, schrijvers blijven anoniem en ik verleen geen nazorg. Dat zijn de regels van het spel. Ik wil ook niet dat vragenstellers zich verplicht voelen mijn advies uit te voeren. Het is tenslotte maar een mening. Of ze daar iets mee doen, moeten ze vooral zelf weten.”

En geven lezers commentaar op je antwoorden?

“Dat gebeurt vaker. Ze schrijven dan dat ze het volmondig of juist helemaal niet met me eens zijn. Of ze delen hun eigen ervaringen in een vergelijkbare situatie. Die reacties plaats ik dan bij de betreffende vraag op mijn website.”

Wat is je gouden omgangstip?

“Plaats mensen niet bij voorbaat in een bepaald hokje. Als iemand voordringt in de rij bij de supermarkt, worden we vaak meteen boos. Wat een respectloze egoïst! We zien ondeugdelijk gedrag van een ander als boze opzet, en tekenend voor iemands karakter. Maar misschien is de werkelijkheid wel anders en heeft de voordringer je niet gezien. Of is hij er gewoon met z’n gedachten niet bij. Als iedereen met een open blik naar de wereld keek en zijn of haar oordeel even opschortte, hadden we veel minder conflicten.”

Het klinkt alsof je nog lang niet bent uitgeschreven over omgangsvormen.

“De Amerikaanse Miss Manners, Judith Martin, is inmiddels 81 en geeft nog wekelijks advies in de krant. Voorlopig kan ik dus vooruit.”

Heeft u vragen over de omgang met buren, collega’s, familie, vrienden en kinderen? Mail ze naar beste@beatrijs.com. Het archief met alle vragen uit Moderne Manieren is terug te vinden op beatrijs.com.

Journalist Beatrijs Ritsema (Tunis, 1954) studeerde psychologie aan de Universiteit Leiden. Ze bracht verschillende boeken uit, waaronder Ter harte. Een leidraad voor de liefde (2005) en Het Grote Etiquetteboek (2010). In mei 2020 verschijnt haar nieuwste boek, Moderne Etiquette.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden