Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ecologe Louise Vet is #1 in de Duurzame 100: De soortenrijkdom van Nederland redden moet nóg sneller

Groen

Esther Bijlo en Joop Bouma

Louise Vet, nummer 1 in de Duurzame 100 van 2018 © Maartje Geels
Duurzame 100

De soortenrijkdom van Nederland redden. Dat is de missie van ecologe Louise Vet. Zo belangrijk, vindt de jury, dat haar Deltaplan Biodiversiteit haar dit jaar naar de nummer 1 katapulteerde.

Hoe het is met dat Deltaplan Biodiversiteit? Nou, het gaat de goede kant op. Maar het is er nog niet. Voor de zomer van 2018 zou er een tekst liggen, toen werd het september, inmiddels is eind ­oktober het streven. ­Louise Vet (1954) kiest haar woorden ­zorgvuldig, het proces achter gesloten deuren is fragiel. “Het ligt heel gevoelig.” Wie doorvraagt, stuit op half ­afgemaakte zinnen, aarzelingen, onuitgesproken twijfel.

Lees verder na de advertentie

Dat deltaplan is wel de reden waarom na de scores van de jury de ecologe op nummer 1 is beland in de Duurzame 100 van 2018. Voor het eerst zitten wetenschappers en natuurorganisaties aan tafel om mét boeren, met supermarkten, met het agrarisch bedrijfsleven en met banken een plan te maken waarmee de biodiversiteit, de soortenrijkdom, in het Nederlandse landschap wordt hersteld. Deze bijzondere ­dialoog is voor een belangrijk deel Vets verdienste. De 64-jarige directeur van het Nederlands Instituut voor Ecologie NIOO-KNAW wil zich niet alleen met de wetenschap ­bezighouden, ze wil de ecologie van Nederland ook ­daadwerkelijk een stukje beter maken.

Er moeten concrete plannen uit het overleg komen waar iedereen zich aan committeert

“Zonder samenwerking met alle betrokkenen, zoals ­bedrijven en banken, is verandering een illusie”, stelt Vet in haar ruime, lichte werkkamer in Wageningen. “Als je uit principe niet met al die partijen praat, dan bereik je niets”, verantwoordt ze de keuze om iedereen aan tafel te vragen. Maar gemakkelijk is het niet. “De vergaderingen zijn vaak bij de Rabobank in Utrecht. Als ik dan terugreis, denk ik ook weleens …” Vet breekt haar zin af met een zucht, ze spreekt haar gedachten niet uit. Ze neemt haar rol als onafhankelijk voorzitter serieus.

Dat er wat moet gebeuren, daar is iedereen in dat gezelschap van overtuigd, constateert Vet. “Het ‘wat’ is duidelijk, het ‘hoe’ nog niet.” Het is geen vrijblijvend praatgezelschap. Er moeten concrete plannen uit komen waar iedereen zich aan committeert. En met maatstaven om de biodiversiteit en het herstel van landschap te kunnen meten.

Een lastige kwestie is: wie gaat het betalen. “Moet in sommige veenweidegebieden de waterstand omhoog? Over dat soort maatregelen gaat het. Je moet eigenlijk de kaart van Nederland erbij pakken en aanwijzen: daar zouden we niet moeten gaan beweiden, daar doen we plas-en-dras, daar akkerbouw. Het is geen one size fits all, per gebied is een andere aanpak nodig en zijn er ook andere belanghebbenden. Moeten we dan boeren gaan uitkopen? Misschien, maar ik denk liever aan andere gewassen of werkwijzen waarbij boeren meer gaan verdienen. Hoe gaat de Rabobank met de financiering om? Dat weet ik niet. Dat moet nog duidelijk worden.”

De Groene Revolutie, met de grote rol van kunstmest en be­strij­dings­mid­de­len, kan niet zo doorgaan

Louise Vet

Worsteling

Vet stelt zichzelf vragen terwijl ze erover praat. Ze worstelt met haar missie, maar is ook vastberaden en niet van plan een kamp te kiezen, niet tegen de boeren, of tegen de efficiëntie en schaalvergroting aan de overkant van de weg, of tegen de machtige supermarkten. “Boeren zitten in een fuik: ze zijn leningen aangegaan en moeten alsmaar meer produceren. Dat verdienmodel moet anders. En consumenten moeten gaan betalen voor de waarden waar we nu niet voor betalen, zoals de vogels, een gezonde bodem, schoon water. De Groene Revolutie, met de grote rol van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, kan niet zo doorgaan.”

Ze wijst op het monomane bodemgebruik in Nederland. “Wij hebben heel veel verschillende landschappen, maar wat hebben we gedaan? We hebben waardevolle landschapselementen vernield. Heggen, groenstroken tussen landerijen zijn verdwenen, terwijl die zo ongelooflijk ­belangrijk zijn voor insecten, vogels, vleermuizen, kleine zoogdieren. De biodiversiteit heeft een functie, ook voor de landbouw. Daarnaast hebben we nog maar een paar gewassen overgehouden en daarbinnen hebben we de genetische varianten ook nog eens uitgekleed. Diversiteit betekent veerkracht, weten ecologen, die is dus ook verdwenen.”

Het levert een monotoon landschap op met uitgewoonde bodems. Het doet haar pijn. “Ik houd van jongs af aan van de natuur. Maar er is zoveel verloren gegaan. In sommige delen van Zuid-Limburg kom ik liever niet meer. Er is zoveel verdwenen, prachtige natuur die is verdrongen door maisakkers, bramen en brandnetels. Al gaat er de laatste jaren ook veel de goede kant op, hoor. Maar ik ben nogal ­ongeduldig, ik wil dat het sneller gaat.’’

© Maartje Geels

Het kan, en dat is wat haar drijft. “Het is mogelijk soortenrijkdom terug te brengen. Wat zou het mooi zijn als dat ons nieuwe exportproduct zou zijn: landbouw die binnen de ecologische grenzen blijft en waar boeren goed van kunnen leven. We kunnen dat, het ligt binnen onze mogelijkheden. We hebben de kennis en de technologie om dat te doen.”

Vet noemt voorbeelden waar verschillende partijen door samen te werken natuur terugbrengen. “ProRail, Rijkswaterstaat en de provincies hebben een succesvol programma opgezet om te ‘ontsnipperen’: bijna tweehonderd ecologische knelpunten zijn opgelost met ecoducten, faunatunnels en uitstapplaatsen zodat dieren de rijkswegen, kanalen en spoorwegen veilig kunnen oversteken. In de Ooijpolder bij Nijmegen zijn de landschapselementen, struwelen, teruggebracht. Het werkt wel, de biodiversiteit is daar hersteld.”

Ze ontleent haar optimisme aan de succesverhalen en ze gelooft dat het Deltaplan Biodiversiteit er echt komt. “Laten we dan meteen ook een deltacommissaris benoemen en beleid maken over de ministeries en kabinetten heen.” Ze voelt zich gesteund door de net gepubliceerde landbouwvisie van minister Carola Schouten. “Met de keuze voor kringlooplandbouw ligt er nu iets waar we echt verder mee kunnen, mits het nadrukkelijk wordt gekoppeld aan herstel van de biodiversiteit. Het is heel stoer van haar dat ze, anders dan haar voorgangers, voor die verbreding heeft gekozen.”

Verloren strijd

Ondanks haar positivisme is er één gevecht dat Vet ­bijzonder frustreert: de verbranding van biomassa. “70 procent van onze zogenaamde duurzame energie komt nu uit biomassa. De CO2-uitstoot per eenheid geproduceerde energie is bij de verbranding van hout hoger dan die van die van kolen en gas! Dat stoten we gewoon uit, maar rekenen die uitstoot niet mee. Die boekhouding klopt dus niet. Bossen kappen voor energie is echt fout en het loopt nu helemaal uit de hand met de snel stijgende vraag naar biomassa overal in de wereld. Waardevolle biodiversiteit gaat verloren en herbebossen – meestal ook nog eens met monoculturen – helpt niet, want het duurt tientallen jaren voordat bomen dezelfde hoeveelheid CO2 weer opnemen als de bomen die je hebt gekapt. Maar het kwartje valt niet. De energielobby die daar achter zit is te sterk. Ik heb die strijd verloren, ik kan het niet anders formuleren.”

Ze was in Indonesië en zag de gevolgen van het kappen van regenwouden en droogleggen van moerasgebieden voor de productie van palmolie. Deels om aan de vraag naar ­biobrandstof in de westerse wereld te voldoen. “Als je daar bent, krijg je een knoop in je maag. Ik heb op de terugweg zitten huilen in het vliegtuig. Dat zijn echt de grote frustraties van mijn leven. We kunnen zo niet doorgaan. Maar de economische belangen zijn enorm en dit gebeurt dus gewoon.’’

Even later, lopend door de ruime tuin met onderzoeksgebouwen pal achter haar prijswinnende, markante, ­duurzame laboratorium- en kantoorgebouw aan de ­Mansholtweg, komt haar optimisme terug. Ze wijst trots op de vrijwel ondoordringbare vlechtheg rondom het terrein. Ze wilde geen Heras-hek, de omheining moest dier- en plantvriendelijk én groen zijn. Dat is zichtbaar gelukt.

“Er zijn zoveel mogelijkheden om het helemaal anders te doen. Daar gaat ook die dialoog over de biodiversiteit over. Ik gebruik zolang ik kan mijn bescheiden invloed om hier en daar te duwen en te trekken. Ik houd al die ballen in de lucht. Door verleiding en enthousiasme ontstaat nieuwe energie. Ik ga liever gefrustreerd mijn graf in, dan dat ik ­opgeef’’, zegt ze. Met een brede lach.

© Trouw

Over de Duurzame 100

De Trouw Duurzame 100 is de jaarlijkse thermometer in de stand van duurzaamheid en natuur in Nederland. Op de lijst staan de meest invloedrijke en inspirerende doeners en denkers. 

Lees meer artikelen over de Duurzame 100 in ons dossier. En bekijk ook de website trouw.nl/duurzame100 voor alle 100 groene Nederlanders.

Deel dit artikel

Er moeten concrete plannen uit het overleg komen waar iedereen zich aan committeert

De Groene Revolutie, met de grote rol van kunstmest en be­strij­dings­mid­de­len, kan niet zo doorgaan

Louise Vet