Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vlees eten, kan dat nog wel?

Groen

Frans de Waal

© Kwennie Cheng
Essay

In de laatste halve eeuw hebben we de deur van empathie opengezet, aldus Frans de Waal. Daardoor verbinden we ons nu ook met dieren. En dat werkt door in onze omgang met hen. Kun je nog wel vlees eten?

In 1904 publiceerde de Russische romanschrijver Lev Tolstoj een kinderverhaal dat begint met enkele schrikbarende zinnen: ‘In Londen was een show met wilde dieren. Om hen te zien moesten mensen geld betalen, of een hond of kat meenemen die als voer voor de wilde dieren werd geworpen.’ In het verhaal wordt een doodsbang hondje in de kooi van een woeste leeuw geduwd.

Lees verder na de advertentie

Tegenwoordig zou zich voor de ingang van deze show een woedende menigte verzamelen om te protesteren. De opvattingen zijn zo drastisch veranderd dat de meesten van ons het afschuwelijk zouden vinden, en niet zouden kunnen toekijken. We kunnen ons niet meer voorstellen dat vroegere generaties met plezier naar zo’n spektakel keken. Betekent dit dat we tegenwoordig empathischer zijn? Ik ben daar niet zeker van, omdat het menselijk vermogen tot empathie in zo’n korte tijd waarschijnlijk niet is veranderd. Wat is veranderd is eerder de focus ervan. We reguleren empathie door een deur te openen of te sluiten, afhankelijk van de persoon met wie we ons identificeren of betrokken voelen. We zetten de deur wijd open voor vrienden en verwanten, en voor dieren waarvan we houden, maar we sluiten de deur voor vijanden en voor dieren waar we niets om geven.

Er zijn zoveel onverwachte vriendschappen tussen dieren – olifant en hond, uil en kat, zelfs leeuw en teckel

In vergelijking met een eeuw geleden heeft de westerse wereld zijn empathiedeur steeds verder opengezet voor favoriete huisdieren. Zij zijn deel van de familie geworden. In 1964 tilde de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson, toen hij op het gazon van het Witte Huis de pers te woord stond, een van zijn beagles omhoog aan zijn oren. Om het beest te laten jammeren, verklaarde Johnson op de verontwaardiging die erop volgde, jammeren om de dominantie van zijn baas. Naar verluidt kreeg het Witte Huis daarop meer boze brieven dan naar aanleiding van de hele Vietnamoorlog.

Acrobaat

Een eeuw geleden gaf de Duitse psycholoog Theodor Lipps de aanzet voor het gebruik van de term empathie. Hij legde Einfühlung (‘invoelen’) uit. Terwijl we, schreef Lipps, naar de uitvoering van een acrobaat kijken, gaan we emotioneel zijn lichaam binnen en nemen deel aan zijn ervaring alsof we samen met hem op het koord staan. Lipps onderkende als eerste dit speciale communicatiekanaal dat we met anderen hebben. We kunnen niets voelen wat buiten onszelf gebeurt, maar door onbewust één met het lichaam van de ander te worden, krijgen we vergelijkbare ervaringen, en voelen we hun situatie aan alsof die de onze is. >>

De reactie van de toeschouwers op de acrobaat is ogenblikkelijk: ze roepen ‘ooo’ en ‘aaa’ op exáct het moment dat de voet van de koorddanser wegglijdt. Soms laten koorddansers met opzet hun voet even wegglijden, zonder een kans op vallen, omdat ze weten dat hun publiek meedoet met elke stap die ze zetten. Ik vraag me weleens af hoe het met het Cirque du Soleil zou gaan zonder deze vorm van empathische verbondenheid.

Zo’n vijfentwintig jaar geleden kreeg de aandacht voor het lichamelijke communicatiekanaal een geweldige stimulans door de ontdekking van spiegelneuronen in een laboratorium in het Italiaanse Parma. Deze neuronen worden geactiveerd als we een bepaalde handeling verrichten, zoals een hand uitsteken om een kopje te pakken, maar net zo goed als we iemand anders een hand zien uitsteken om een kopje te pakken. Deze neuronen maken dus geen onderscheid tussen onze eigen handeling en die van iemand anders, waardoor ze het mogelijk maken dat we in de huid van een ander kruipen. De handelingen van een ander worden die van onszelf. Deze ontdekking was net zo belangrijk voor de psychologie als de ontdekking van het DNA was voor de biologie. Ze verklaart waarom onze lippen automatisch woorden vormen als we naar de stotterende koning George VI kijken in de film ‘The King’s Speech’ uit 2010.

© Kwennie Cheng

Maar met alle heisa rond spiegelneuronen moeten we niet vergeten dat ze niet bij mensen werden ontdekt, maar bij makaken. Ook vandaag de dag is het bewijs voor ‘aap-doet-aap-na’-neuronen bij andere primaten beter en gedetailleerder dan voor hun equivalent in het menselijke brein.

Primaten

Dankzij spiegelneuronen kunnen primaten waarschijnlijk anderen nabootsen, zoals wanneer ze een doos openmaken op een manier die ze afkijken van een getrainde primaat, wanneer ze precies met elkaar synchroniseren terwijl ze op knoppen drukken, of wanneer ze in het wild de zaden uit een vrucht verwijderen op de manier van hun moeder. Apen in verschillende groepen verwerken de vruchten op licht afwijkende manieren, en de jongen kopi-eren trouw hun ouderen. Primaten zijn feitelijk van nature conformisten. Ze imiteren elkaar niet alleen, ze houden er ook van geïmiteerd te worden. In een onderzoek kregen menselijke pubers die uitgingen met een date de instructie om elke beweging van hun date na te volgen, zoals een glas oppakken, met een elleboog op de tafel leunen, of aan hun hoofd krabben. De date meldde dat hij of zij beter beviel dan degenen die onafhankelijk handelden. Mensen hebben niet vaak door waarom ze verschillende gevoelens over een ander hebben, maar kennelijk beschouwen we imitatie op een bepaald niveau als een compliment.

‘Mama's laatste knuffel, van Frans de Waal’ © -

We kunnen gemakkelijk zien hoe dit werkt als iemand gaapt. Het is bijna onmogelijk om niet mee te gapen. Ik ben toehoorder geweest bij lezingen over gapen (waarbij chique termen als ‘pandiculatie’ werden gebezigd) terwijl het hele publiek het grootste deel van de tijd met open mond zat. De aanstekelijkheid van gapen heeft te maken met empathie, omdat de mensen die de sterkste neiging hiertoe hebben, ook het meest empathisch op andere terreinen zijn. Vrouwen – die gemiddeld hoger op empathie scoren dan mannen – zijn gevoeliger dan mannen voor het gapen van anderen. Aan de andere kant worden kinderen met een empathiegebrek, zoals kinderen die een autismespectrum­stoornis hebben, vaak minder snel aangestoken door gapen.

We weten nu dat honden en paarden gapen in reactie op het gapen van mensen – honden doen dat zelfs als ze hun baasje alleen maar hóren gapen – en dat gapen zich vaak in een groep apen via aansteking verspreidt.

Geeuwen

We hebben onze chimps geleerd om één oog voor een gat in een emmer te houden en zo naar een iPod te kijken die aan de andere kant wordt opgehouden. Zo konden we hun persoonlijke reactie testen op filmpjes van geeuwende mensapen. Zodra ze het gegeeuw zien, beginnen ze zelf ook enorm te geeuwen. Maar dat deden ze alleen als ze de figuren in de filmpjes zelf kenden. Filmpjes van vreemde apen lieten hen koud.

Het was dus niet alleen een kwestie van een mond open en dicht zien gaan – ze moesten zich identificeren met de geeuwende mensaap in het filmpje. Het is bekend dat vertrouwdheid dezelfde rol speelt bij mensen. Bij een undercover veldonderzoek in restaurants, wachtkamers en treinstations kwam naar voren dat een man die naast zijn vrouw staat, met haar mee zal gapen als zij gaapt. Maar als hij naast een vreemde staat die gaapt, zal hij onontvankelijk blijven. Hoe meer we gemeen hebben met de ander en hoe hechter we ons met hen verbonden voelen, hoe sterker de empathische reacties zijn.

© Kwennie Cheng

Laat me het verhaal van Tolstoj over de leeuw en het hondje nog even afmaken. Toen het arme hondje tegenover de grote leeuw kwam te staan, rolde het snel op zijn rug terwijl het koortsachtig met zijn staart kwispelde. Deze daad van overgave moet de leeuw mild hebben gestemd, want hij sprong er niet meteen bovenop. Sterker nog, ze werden de beste maatjes.

Dat lijkt misschien onaannemelijk, maar er zijn zoveel voorbeelden uit onze eigen tijd van onverwachte vriendschappen tussen dieren – olifant en hond, uil en kat, zelfs leeuw en teckel – dat we Tolstojs verhaal niet zomaar in de prullenbak kunnen gooien. Het gaat altijd om de vraag hoe de interactie is tussen lichamen, bijvoorbeeld hoe gevuld de maag van de leeuw op dat moment was en hoe overtuigend het hondje omrolde. 

Doordat de deur naar empathie bij ons open is gaan staan, zijn we gevoeliger geworden voor het lijden van andere dieren. Mag je dieren dan wel opeten?

Ik heb daar op zich geen probleem mee, maar er is veel mis met hoe we dieren behandelen, hoe we hen grootbrengen, transporteren en slachten. De omstandigheden zijn vaak bijzonder slecht en soms ronduit wreed. In reactie hierop zijn veel jongeren in de geïndus­tria- liseerde wereld aan het experimenteren met vleesloos eten, zelfs al is dit dieet niet vrij van problemen. Ik bewonder het streven en heb me er op mijn eigen onvolmaakte en ondogmatische manier bij aangesloten door praktisch alle vlees van zoogdieren uit de keuken van mij en mijn gezin te verbannen.

Er is een op planten gebaseerde voedselrevolutie gaande, die hopelijk de vleesproducenten zal dwingen hun methoden te veranderen. Het zou geweldig zijn als wij mensen onze vleesconsumptie zouden kunnen halveren en tegelijk de leefomstandigheden van de dieren die we nog eten drastisch zouden verbeteren.

Auteur Frans de Waal © -

Transparantie

Misschien kunnen we nog een stap verdergaan en het eten van dieren helemaal afschaffen, door vlees los van een centraal zenuw­- stelsel in kweekschaaltjes te produceren. Ik zie het nastreven van zulke doelen als een morele noodzaak, maar we komen het verst als we eerlijk onder ogen zien waar we vandaan komen, in plaats van het sprookje te verzinnen dat we bedoeld zijn om veganistisch te leven. Dat zijn we niet.

Voor de dieren in de agrarische industrie vestig ik mijn hoop op transparantie. Het is aan de samenleving om te beslissen wat voor soort relaties we met dieren zullen hebben en welk gebruik we willen toestaan, maar het is van essentieel belang om de dieren uit de obscuriteit te halen. We weten nauwelijks wat er met hen gebeurt, wat het gemakkelijker maakt om te doen alsof er niets aan de hand is. Daarom zouden we boerderijen (en onderzoeksinstellingen trouwens ook) moeten verplichten om te laten zien hoe ze hun dieren houden. In het ideale geval krijgt je verpakte vlees in de supermarkt een scancode waarmee je foto’s (gemaakt door een onafhankelijk agentschap) op je smartphone kunt oproepen, zodat je zelf de leefomstandigheden van het dier kunt beoordelen. Als we alle locaties met dieren in gevangenschap net zo publiekelijk toegankelijk maken als dierentuinen, dan verbeteren de zaken snel door consumentenvoorkeuren en publieke druk. <<

Frans de Waal (1948) is een uit Nederland afkomstige bioloog, die in de VS werkt en naam maakte als primatoloog en etholoog.

Dit essay is een voorpublicatie van delen uit ‘Mama’s laatste omhelzing. Over emoties bij dieren en wat ze ons zeggen over onszelf’. Atlas Contact; 368 blz. € 24,99

Lees ook:

Zo egoïstisch zijn we niet

‘Zonder God zouden we als beesten leven.’ Bioloog Frans de Waal vindt dat onzin, al was het maar omdat dieren onbaatzuchtig kunnen zijn. De mens is niet uniek, maar wel net zo sociaal als de chimpansee. En religie kan hem helpen.

Deel dit artikel

Er zijn zoveel onverwachte vriendschappen tussen dieren – olifant en hond, uil en kat, zelfs leeuw en teckel