Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Voor het eerst legt een Molukse Knil-soldaat een krans tijdens de Indië-herdenking

Samenleving

Harriët Salm

De Indië-herdenking in 2015. © ANP

Het is een kentering, zeggen kenners, in de wijze waarop Nederland stilstaat bij het oorlogsverleden in Nederlands-Indië. Voor het eerst legt vandaag, tijdens het officiële deel van de Indië-herdenking, een oud-militair van Molukse afkomst een krans bij het Indisch monument in Den Haag. 

Op 15 augustus 1945 capituleerden de Japanners en daarmee kwam een einde aan de Tweede Wereldoorlog. De eerste formele herdenking daarvan was bij de onthulling van het Indisch monument in 1988 in Den Haag. “In het begin was het voornamelijk een witte aangelegenheid. Het ging vooral over het lijden van de blanke Nederlanders onder de Japanse bezetting, bij het werken aan de Birma-spoorlijn, in de jappenkampen”, stelt Rocky Tuhuteru, communicatieadviseur, zelf van Molukse afkomst en al jaren betrokken bij de publiekscampagnes rondom de herdenking.

Lees verder na de advertentie

De laatste jaren zijn ook Indische Nederlanders – nakomelingen vaak van een blanke Hollander met een Indonesische vrouw – die niet in de interneringskampen van de Japanners zaten, deel van de herdenking geworden. Deze zogenoemde buitenkampers zaten niet in een kamp, maar hadden wel zeer te lijden onder de Japanse bezetting. 

Dat er nu voor het eerst ook een Molukse Knil-soldaat, Stefanus Ririhena, 95 jaar oud, een krans legt is een nieuwe doorbraak. “We zien steeds meer verkleuring van de Indië-herdenking, een goede zaak”, zegt Tuhuteru.

In het begin was het geen re­pre­sen­ta­tie­ve weergave van hoe die Indische gemeenschap in elkaar zat. De Indische, zeg maar bruine, gemeenschap vond dat pijnlijk

Reggie Baay, schrijver

Gedeelde aspecten

Yvonne van Genugten, directeur van het Indisch herinneringscentrum, ziet dezelfde ontwikkeling. De geschiedenis van Nederlands-Indië kent zeer veel verschillende kanten en verhalen, ziet zij. “In het begin ging de herdenking vooral over de zogenoemde totoks, die honderd procent Nederlands waren. Later kwam daar aandacht bij voor de Indische Nederlanders. Molukkers hebben weer een andere geschiedenis. In de loop der jaren zie je dat er steeds meer nadruk op gedeelde aspecten van dit verleden is gekomen. Dat er nu een eerste generatie Knil-soldaat een krans legt is een heel mooi symbool van de toenemende inclusiviteit van de Indië-herdenking.”

Schrijver Reggie Baay, zelf van Indisch-Nederlandse afkomst, ziet die kentering ook. Hij schreef verschillende boeken over zijn Indische afkomst. Hij heeft de Indië-herdenking vanaf het begin vaak bezocht en ook gezien dat die veelkleuriger geworden is. “In het begin was het geen representatieve weergave van hoe die Indische gemeenschap in elkaar zat. In de Indische, zeg maar bruine, gemeenschap werd dat pijnlijk gevonden. Ik ben heel blij dat er nu ook een oud-Knil-militair bij is: het toont de gemêleerdheid van de gemeenschap aan.”

We hebben altijd al oog voor alle slachtoffers van de Japanse bezetting en doen niet aan etnisch profileren

John Sijmonsbergen, bestuurslid Indië-herdenking

Niets speciaals

John Sijmonsbergen van het bestuur van de Indië-herdenking herkent de geschetste kentering niet. “We hebben altijd al oog voor alle slachtoffers van de Japanse bezetting en doen niet aan etnisch profileren”, reageert hij.

Volgens hem komen al jaren veel mensen van Molukse achtergrond naar de herdenking, die ook tijdens het defilé een krans leggen. Wel is het voor het eerst dat dit nu ook door een Knil-militair in het formele gedeelte gebeurt, zegt hij. “De herdenking is altijd heel divers geweest, maar het zou kunnen dat het de laatste jaren nog iets kleurrijker geworden is. Op zich een goede ontwikkeling natuurlijk. Maar ik geloof weer niet dat er wat speciaals aan de hand is, geen doorbraak of ander beleid. Ik denk eerder dat we de laatste tien jaar met zijn allen in Nederland meer zijn gaan letten op diversiteit en inclusiviteit.”

Vooral voor de Molukse gemeenschap heeft de kranslegging van de Knil-militair grote betekenis, denkt Van Genugten van het herinneringscentrum daarentegen. “Iedereen was altijd welkom natuurlijk, de herdenking is openbaar. Maar niet iedereen voelde zich ook welkom en dat verandert. Ik vind dat heel mooi.”

Lees ook: 

Wrede Japanners, koude Nederlanders; twee verhalen over de bezetting van Nederlands-Indië en wat daarna kwam

Mensen die de Japanse bezetting van toenmalig Nederlands-Indië aan den lijve ondervonden, zijn er niet veel meer. Trouw sprak twee van hen, onder wie kranslegger Stefanus Ririhena (95). "Ik ben heel lang fel anti-Nederlands gebleven. Nederland deed niets voor onze zaak. Ik was ook een behoorlijk strenge vader, tegen mijn kinderen zei ik: Jullie moeten goed leren om straks ons land op te bouwen."

Deel dit artikel

In het begin was het geen re­pre­sen­ta­tie­ve weergave van hoe die Indische gemeenschap in elkaar zat. De Indische, zeg maar bruine, gemeenschap vond dat pijnlijk

Reggie Baay, schrijver

We hebben altijd al oog voor alle slachtoffers van de Japanse bezetting en doen niet aan etnisch profileren

John Sijmonsbergen, bestuurslid Indië-herdenking