Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

WODC-directeur Annelies Daalder: We hebben de botsproef doorstaan

Home

Hans Marijnissen

WODC-directeur © Martijn Gijsbertsen
Interview

Annelies Daalder loodste het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) door een venijnige crisis. Ambtenaren probeerden daar politiek gevoelige onderzoeken te beïnvloeden. Voor het eerst treedt ze naar buiten. ‘Uiteindelijk is de conclusie dat ons onderzoek betrouwbaar en zorgvuldig is.’

Ze zwijgt als eind 2017 een brief van oud-collega Marianne van Ooyen naar ‘Nieuwsuur’ uitlekt. Van Ooyen klaagt daarin dat ambtenaren van toenmalig minister Opstelten van justitie en veiligheid hebben geprobeerd zich te bemoeien met haar onderzoeken naar het Nederlandse drugsbeleid.

Lees verder na de advertentie

Ze kan zich ook niet verdedigen als er naar aanleiding van die onthulling maar liefst drie onafhankelijke onderzoekscommissies het reilen en zeilen van ‘haar’ WODC onderzoeken. De eerste concludeert dat de top van het ministerie zich in drie gevallen ‘onbehoorlijk’ heeft gemengd in de betreffende drugsonderzoeken. De tweede constateert dat de top van het ministerie en WODC-directeur Frans Leeuw de klager Van Ooyen onvoldoende serieus hebben genomen. Leeuw legt daarop zijn functie neer, waarop Annelies Daalder afgelopen zomer van ‘plaatsvervangend’ directeur opeens ‘waarnemend’ directeur van het WODC wordt. Zij moet plots dit eens zo gerenommeerde instituut door een crisis leiden. ‘Wanneer vertel je óns verhaal nu eens een keer?’ vraagt haar personeel, dat de verdachtmakingen beu is. Maar Daalder deelt mee dat ze pas reageert als alle onderzoeken op tafel liggen. Vandaag was het zover. Met de titel ‘Ongemakkelijk onderzoek’ is de kritische trilogie compleet.

Er ontstond een sfeer van boosheid en onveiligheid. Een heel vervelende situatie om in te werken

U heeft een roerige tijd achter de rug, met allerlei verdachtmakingen, kritische rapporten en een vertrokken directeur. Dacht u niet eerder: ik heb wat uit te leggen?

“Het is heel erg moeilijk te zwijgen als er van alles over je organisatie wordt gezegd dat grote invloed heeft op de mensen die er werken. Zeker als er weinig nuance is, wordt het moeilijk om op je handen te zitten. Dan wil je erg graag reageren, uitleggen. Maar ik heb ervoor gekozen dit niet te doen omdat ik de commissies niet voor de voeten wilde lopen. Die moesten in alle rust hun werk kunnen doen.”

Waar heeft u zich het meeste aan gestoord?

“Ik vond het heel lastig dat de eerste commissie in haar rapport een enorme hoeveelheid citaten heeft opgenomen uit mails van vijf jaar geleden, die vertrouwelijk zijn gewisseld tussen collega’s en opeens voor heel Nederland te lezen waren. Iedereen schrijft mails aan collega’s, en daar gaan ook mails aan vooraf en daar komen er nog een heleboel achteraan. Er volgt nog een gesprek. Maar in dit rapport stonden fragmenten van mails die niet bedoeld waren voor de openbaarheid, zonder enige context. En iedereen mag er wat van vinden. Sterker nog: iedereen vindt er wat van, zonder enige nuance.

“Bij het WODC werken ruim honderd mensen, die allemaal proberen hun werk als onderzoeker zo goed en integer als mogelijk te doen. Maar door de negatieve publiciteit was opeens iedereen verdacht. Medewerkers moesten verdedigen waarom ze nog bij het WODC werken. Met daarbij opgeteld de ervaring van die openbaar geworden vertrouwelijke mails, ontstond er een sfeer van boosheid en onveiligheid. Een heel vervelende situatie om in te werken.”

Beleidsonderzoek

Het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van het ministerie van justitie en veiligheid is een vreemde eend in de bijt. In tegenstelling tot de universiteiten houdt het WODC zich vooral bezig met wat beleidsonderzoek heet. Op verzoek van de ministeries of de Tweede Kamer voeren de medewerkers hun onderzoeken uit, waarbij in het beginstadium onderling contact kan zijn over de specifieke onderzoeksvragen. Wat dat betreft kan het voordelig zijn als ministerie en onderzoekers elkaars ‘nabijheid’ voelen. Daarna dienen de beleidsmedewerkers van het ministerie het onderzoek ‘los te laten’ zodat het onafhankelijk kan plaatsvinden. Het WODC zelf bepaalt hoe wordt onderzocht, en wat de resultaten zijn. Zeventig procent van het onderzoek dat bij het WODC wordt besteld, wordt extern uitgevoerd. Het instituut is in die gevallen een intermediair tussen ‘beleid’ en wetenschap.

In het derde rapport dat vandaag uitkwam over de verstoorde relatie tussen het ministerie en het WODC krijgen vooral de beleidsambtenaren van het departement de zwarte piet toegespeeld. Zij zijn het die ongeoorloofde druk uitoefenden op onderzoekers van het WODC. Niet incidenteel, zoals eerder in de andere rapporten gesuggereerd. Er is sprake van ‘structurele’ tekortkomingen bij de controle van de onafhankelijkheid.

Deze laatste commissie concludeert letterlijk dat ‘de balans tussen nabijheid en onafhankelijkheid is verstoord’. Bent u het eens met deze analyse?

© Martijn Gijsbertsen

“Laat ik het zo zeggen: ik ben het eens met het idee dat de balans verstoord lijkt, en ik vind ook dat er iets moet gebeuren om die balans te herstellen. Er zijn pogingen gedaan om ons onderzoek oneigenlijk te beïnvloeden, en dat kan niet. Maar ik wil ook aantekenen dat de commissie is uitgegaan van meldingen en specifiek op zoek is gegaan naar beïnvloeding. Dat is dus een negatieve insteek. Ik zie liever het totaal, en dan is de conclusie dat pogingen voor het overgrote deel worden weerstaan door onderzoekers, begeleidingscommissies en leidinggevenden. Het hoort ook bij de professionaliteit van onderzoekers om die druk te weerstaan. Maar dat er wat moet gebeuren in die balans staat buiten kijf. Zo is het belangrijk dat beleidsambtenaren via cursussen of trainingen worden opgevoed. Ze weten vaak niet wat ze mogen, en vooral niet wat ze niet mogen als het gaat om de bemoeienis met onderzoek. Er is niet een strakke grens aan te geven, maar die ligt wel ruim vóór het beïnvloeden van de manier waarop wij ons onderzoek doen en de formulering van de conclusies, zeker als het onderwerp politiek gevoelig ligt.”

Het rapport is ook kritisch over de directie van het WODC. U zou de onafhankelijkheid onvoldoende hebben gewaarborgd en de zorgplicht voor uw personeel onvoldoende serieus hebben genomen. Schrikt u daarvan?

“Ik denk dat deze conclusie de voormalige directeur betreft. Die had een andere wijze van bejegening dan ik, en een andere stijl van leidinggeven. Daarom ook heeft hij zijn functie na het eerste rapport neergelegd. Ik voel mij persoonlijk niet aangesproken. In het rapport staat ook dat in de medewerker-tevredenheidsonderzoeken van 2016 en 2018 onder mijn directie een aanzienlijke stijging te zien is van 5,4 naar 7,3 op de stelling dat ‘de directeur voor zijn mensen staat’. Wat overigens niet wil zeggen dat er geen verbeteringen nodig zijn. Die zijn wél nodig.”

De onafhankelijkheid van het WODC moet in een ministeriële regeling worden gewaarborgd, beveelt de commissie aan. Is dat geen papieren tijger?

“Absoluut. Dat neemt niet weg dat het belangrijk is bepaalde zaken op papier te regelen, al is het alleen maar om met dat papiertje te zwaaien als mensen zich niet aan de afspraken houden. Voordat je mensen kunt aanspreken op hun rol, moet die rol wel duidelijk en vastgelegd zijn.”

Be­leids­amb­te­na­ren weten vaak niet wat ze mogen, en vooral niet
wat ze niet mogen

En dan moet er een speciaal aanspreekpunt komen voor geschillen. Maar het WODC heeft al vertrouwenspersonen én een hele afdeling externe wetenschappelijke betrekkingen. Wat voegt een extra functie toe?

“Wat ik uit deze crisis wel geleerd heb, is dat we bij het WODC geen escalatieladder hebben. Als je het als onderzoeker oneens bent met je leidinggevende of directeur op methodologisch vlak, kun je nergens heen. Daar moet wel iets voor komen. We gaan een externe klachtencommissie wetenschappelijke integriteit samenstellen en hebben inmiddels een Klachtenregeling Wetenschappelijke Integriteit opgesteld. Daardoor ontstaat er geformaliseerde ruimte voor kritiek en debat. Ook maken we niet langer gebruik van de afdeling communicatie van het departement. We presenteren onze onderzoeksresultaten tegenwoordig via onze eigen onafhankelijke kanalen.”

Belangrijkste onderwerp van het derde onderzoeksrapport is de positie van het WODC, zo dicht aan de boezem van het grote ministerie van justitie en veiligheid. Wordt het geen tijd om eens fors afstand te nemen?

“Dan zouden we het kind met het badwater weggooien. De grootste fout die we nu kunnen maken, is ons instituut bij Justitie weg te halen. Deze hele affaire is begonnen met een vermoeden van beïnvloeding van onderzoek. Plaats je het WODC op afstand van Justitie, dan gaan beleidsambtenaren onderzoek dat nu via het WODC aan universiteiten en onderzoekbureaus wordt uitbesteed, direct bij de universiteiten die instellingen bestellen en wordt de kans op ongeoorloofde beïnvloeding alleen maar groter.

“Het WODC dient als buffer en die rol vervullen wij ook. Haal je ons instituut ertussen­uit, dan vervallen ook alle waarborgen en wordt de kwetsbaarheid voor beïnvloeding juist groter. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Maar naast de waakhondfunctie is het WODC op aarde om beleidsrelevant onderzoek te doen. Dat kan alleen met contact tussen onderzoekers, beleidsmedewerkers en politici aan de voorkant van het onderzoek.

“Er is ook geen reden voor een nieuwe positie. Drie zware commissies zijn een jaar lang met het WODC bezig geweest, en hebben geen enkel onderzoek kunnen vinden dat kan worden aangemerkt als onbetrouwbaar. Dat is voor mij een heel belangrijke conclusie. Er wordt gesproken over processen, en druk, en pogingen tot beïnvloeding. Maar uiteindelijk is de conclusie dat het instituut staat, ons onderzoek is betrouwbaar en zorgvuldig. En dat zijn niet mijn woorden, maar die van de commissies. Ik ken geen onderzoeksinstelling die zo grondig is bekeken als het WODC. En ik durf te zeggen: we hebben de botsproef doorstaan.”

Wie is Annelies Daalder?

Annelies Daalder studeerde Politicologie met specialisatie Methoden van Sociaalwetenschappelijk Onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkte daarna achtereenvolgens bij Programma Coördinatie Commissie Aidsonderzoek, aan de Universiteit van Amsterdam en bij het onderzoeksbureau Motivaction. In 1999 werd zij projectbegeleider bij de afdeling Externe Wetenschappelijke Betrekkingen van het WODC. Sinds 2004 is zij hoofd van deze afdeling en sinds 2011 plaatsvervangend directeur van het WODC. Naast haar managementactiviteiten begeleidt zij extern uitgevoerd onderzoek, de laatste jaren vooral op het terrein van prostitutie. Vorig jaar nam zij de taken van directeur Frans Leeuw over.

Lees ook:

Justitie probeert wetenschappers te beïnvloeden

De onafhankelijkheid van wetenschappelijk onderzoek bij het ministerie van justitie is geschaad. Ambtenaren wilden zich herhaaldelijk bemoeien met de uitkomsten van onderzoeken. 

Deel dit artikel

Er ontstond een sfeer van boosheid en onveiligheid. Een heel vervelende situatie om in te werken

Be­leids­amb­te­na­ren weten vaak niet wat ze mogen, en vooral niet
wat ze niet mogen