Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het boerenland smacht naar een visionair

Groen

Joop Bouma en Hans Marijnissen

Hoogleraar Han Wiskerke: ‘Dat is voor mij de eyeopener van dit onderzoek: boeren zoeken nadrukkelijk de samenwerking met de groene maatschappelijke organisaties.’ © Hanne van der Woude
De Staat van de Boer | Interview

Volgens de Wageningse hoogleraar Han Wiskerke bieden de uitkomsten van ‘De Staat van de Boer’ vooral kansen voor een structurele hervorming van de agrarische sector. Maar dan moet er nu wel iemand met een heldere toekomstvisie opstaan.

Er is wat bijzonders aan de hand op het Nederlandse platteland. “Ik ben onder de indruk van de enorme respons op dit onderzoek”, zegt Han Wiskerke, hoogleraar rurale sociologie aan de Wageningen Universiteit. Hij tekende voor de wetenschappelijke begeleiding van het journalistieke project ‘De Staat van de Boer’.

Lees verder na de advertentie

Bijna 2300 boeren en boerinnen vulden de uitgebreide vragenlijst in en 1000 van hen namen de moeite hun problemen, maar ook hun ideeën om uit de crisis te komen, persoonlijk onder woorden te brengen. Hun bijdragen vormen als het ware een dikke bundel van agrarische toekomstdromen. Wiskerke: “Die hoge respons zegt iets over het enthousiasme, maar in de persoonlijke verhalen proef ik ook de grote frustratie van boeren die zich lange tijd niet gehoord hebben gevoeld. Er is vooral óver hen gepraat.”

50% van de boeren ziet heel goed de weg uit de crisis

Het was dezelfde vakgroep van Wiskerke die in 1994 het laatste landelijke opinieonderzoek onder agrariërs deed, toen onder leiding van de bekende hoogleraar Jan Douwe van der Ploeg. Ook toen was er een crisis, en net als nu moest een enquête de basis leggen onder een Nationaal Landbouwdebat.

Het grote verschil tussen beide onderzoeken is dat het eerste onderzoek met 753 deelnemers een smallere basis had, met vooral een economische focus. De Staat van de Boer legt met een lange serie vragen over het welbevinden van de agrarische ondernemers, als het ware hun ‘ziel’ bloot. Daarnaast gaat het voor het eerst diep in op de kansen van verduurzaming van de sector. Door die hoge respons én een goede spreiding van de deelnemers over de diverse agrarische sectoren, is De Staat van de Boer volgens Wiskerke ‘representatief’ en daardoor bruikbaar voor een debat over de toekomst.

In de kern is de boer of boerin een trotse en tevreden ondernemer. Maar zij lijken omgeven door een boze buitenwereld

Hoogleraar Han Wiskerke

Boze buitenwereld

Uit het Trouw-onderzoek blijkt dat bijna 85 procent van de boeren de situatie in het buitengebied als een ‘crisis’ ervaart, al heeft deze een totaal andere kleur dan in de jaren negentig. Toen stond agrarisch Nederland voor een grote sanering van economisch zwakke bedrijven. Nu geven 7 van de 10 ondervraagden aan dat de huidige crisis vooral ‘politiek-maatschappelijk’ is.

“Dat zie je terug in de antwoorden”, zegt Wiskerke. “In de kern is de boer of boerin een trotse en tevreden ondernemer, met een redelijk inkomen die geen ander vak zou willen. Maar zij lijken omgeven door een boze buitenwereld.” De consument waardeert hen niet (zegt 79,2 procent), meer dan 60 procent heeft het gevoel te moeten werken om de zakken van de bank- en supermarktdirecties te vullen. De politiek laat de agrariërs links liggen (zegt 92 procent) en werkt hen tegen met overregulering (85 procent). De media geven hen keer op keer de zwartepiet (vindt 90 procent). Wiskerke: “Heel opvallend is ook dat de Nederlandse boeren en boerinnen massaal afstand nemen van hun ooit zo machtige boerenorganisaties als LTO. Bijna 90 procent vindt dat deze niet het juiste verhaal weten over te brengen.”

Ja, en dan de maatschappelijke organisaties als Wakker Dier, de Dierenbescherming, Greenpeace en de natuurorganisaties die volgens 92 procent van de boeren hen achtervolgen met onjuiste aantijgingen, denk aan de veronderstelde gevaren van bijengif. Daarbij opgeteld de weinig florissante gemoedstoestand van de Nederlandse boer en boerin (meer dan de helft is een tijd neerslachtig geweest vanwege het bedrijf) en de crisis op het erf lijkt compleet.

Toch is dat een verkeerd beeld, stelt Wiskerke. “De Nederlandse agrariër ziet namelijk heel goed de weg úit de crisis.” In de antwoorden op diverse vragen blijkt dat hij wel degelijk openstaat voor vergroening van zijn bedrijf, en dat is een ander beeld dat vaak wordt gesuggereerd. De boer denkt dat hij met die verduurzaming ook een economisch sterker bedrijf krijgt. Bijna de helft wil de komende tien jaar overschakelen naar een duurzame vorm van landbouw of veeteelt. Wiskerke: “En, dat is voor mij echt de eyeopener van dit onderzoek, daarvoor zoekt hij nadrukkelijk de samenwerking met de organisaties die hem zo lijken te verketteren. Bijna 75 procent vindt dat agrariërs en de groene maatschappelijke organisaties meer samen moeten optrekken.”

Leg de standaard niet te hoog, niet elke boer kan biologisch worden

Hoogleraar Han Wiskerke

Samenwerken

Wiskerke wil nog even terugkomen op die boze buitenwereld die langzaam het erf dreigt te overwoekeren. “De boer en boerin ervaren die dus niet als vijandig, anders zouden zij de handreiking naar samenwerking met maatschappelijke organisaties niet doen. Zij voelen zich eerder onbegrepen. Dat klopt ook, want waar is het contact tussen boer en buitenwereld gebleven? In plaats van voedsel voor mensen produceert het gros nu ingrediënten voor de voedingsmiddelenindustrie.”

De ondernemer kan daar volgens Wiskerke op individuele basis al wat aan doen, door zijn erf letterlijk weer open te stellen. Nodig voorbijgangers uit om streekproducten te kopen, zet geen prikkeldraad tégen toeristen, maar werk als multifunctioneel bedrijf samen met die branche.” Dat is één.

Voor maatschappelijke organisaties heeft Wiskerke het volgende advies: Leg de standaard niet te hoog, niet elke boer kan biologisch worden, maar streef keurmerken na die het agrarische product stapsgewijs verduurzamen. “Het sterrensysteem van de Dierenbescherming is daar een heel goed voorbeeld van.” Maar ook de complimentjes die Wakker Dier via radiospotjes verspreidt als Lidl belooft niet langer reclame te maken voor de kiloknaller. Een kleine stap in de goede richting.

Maar de grote stappen zullen in Den Haag moeten worden gezet. Wiskerke: “De agrariërs hebben veel last van het hapsnap-beleid, met om de paar jaar nieuwe regels. Het melkquotum werd afgeschaft en veel boeren kozen er voor om hun veestapel flink uit te breiden, maar toen hun nieuwe stallen gereed waren en de veestapel gegroeid, kwam er plotseling een fosfaatquotum waardoor er weer koeien weg moesten. Boeren verlangen naar een robuust langetermijnbeleid, op basis waarvan ze kunnen investeren.”

Nieuwe visionair

Wat dat betreft verwijst Wiskerke naar de jaren vijftig, naar Sicco Mansholt, de naoorlogse minister van landbouw die aan wel zes kabinetten deelnam. Hij zou zijn werk later voortzetten als commissaris van de Europese Commissie. Onder het motto ‘Nooit meer honger’ zette de sociaal-democraat in op gegarandeerde minimumprijzen en schaalvergroting. Wiskerke: “Even afgezien van de inhoud van zijn beleid, was er in die tijd wel duidelijkheid over de koers.”

Juist in deze tijd heeft Nederland behoefte aan een nieuwe Sicco Mansholt, zegt hij, aan iemand die over zijn of haar ambtsperiode heenkijkt, en een toekomstvisie voor twintig jaar neerzet. Al zijn er twee grote verschillen met de jaren vijftig. “Toen was er sprake van één koers in de landbouw. In deze jaren is het essentieel om ons niet blind te staren op één oplossing, maar oog te hebben voor diversiteit. Zo zal er in de krimpgebieden een ander soort landbouwontwikkeling nodig zijn dan in de dichtbevolkte regio’s.”

Maar het beleid wordt ook niet langer in alleen Den Haag bepaald. De banken en de supermarkten hebben vaak méér invloed dan de minister. “Je kunt spreken van een bestuurlijke driehoek met overheid, private sector en maatschappelijke organisaties, ieder aan één punt van de tafel. Maar het kan wel degelijk de minister zijn die de regie neemt om die tafel gevuld te krijgen. Sterker nog, het móet de minister zijn.”

Hoewel de toekomst van de Nederlandse boer voor een groot deel wordt bepaald door de wereldmarkt en Europese regelgeving, moet landbouwminister Carola Schouten wat hem betreft in gesprek met de samenleving om een agenda te bepalen voor de periode 2020-2035. Daarin moet worden vastgelegd hoe ons voedselsysteem eruit moet zien in een door het klimaat en vervuiling veranderende samenleving, én wat dit betekent voor de landbouw. “Er is behoefte aan een visionair die niet alleen over de horizon van de huidige regeertermijn heenkijkt, maar ook de partijen op sleeptouw neemt. Misschien is het voor een minister van de ChristenUnie heel netjes om zich af te vragen: in wat voor samenleving wil ik dat mijn kind opgroeit, en wat voor een voedselsysteem hoort daarbij?”

De Staat van de Boer is het grootste opinieonderzoek dat ooit onder agrariërs is gehouden. Met het onderzoek, en de verhalen die deze zomer volgen, wil Trouw een eerlijk en open debat over de makers van het voedsel van Nederland stimuleren. Lees meer over De Staat van de Boer op destaatvandeboer.trouw.nl.

Deel dit artikel

50% van de boeren ziet heel goed de weg uit de crisis

In de kern is de boer of boerin een trotse en tevreden ondernemer. Maar zij lijken omgeven door een boze buitenwereld

Hoogleraar Han Wiskerke

Leg de standaard niet te hoog, niet elke boer kan biologisch worden

Hoogleraar Han Wiskerke