Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De boer van vandaag runt een enorm bedrijf

Groen

Joost van Velzen

Bernard aan het werk op zorgboerderij ’t Paradijs in Barneveld. © Hanne van der Woude
De Staat van de Boer

De Nederlandse boer wil een omwenteling in het agrarische landschap. Maar hoe ziet landschap dat er eigenlijk uit? Feiten en cijfers bij een exploderende praktijk.

De Nederlandse boer, met een gezellig gemengd bedrijf, die bestaat eigenlijk niet meer. Hij is een specialistische ondernemer geworden, in melkvee, vleesvee, tomaten of pootaardappelen, en vaak in een veel groter bedrijf dan hij van zijn vader heeft overgenomen. Nog steeds ruim de helft van de totale oppervlakte van Nederland wordt voor de land- en tuinbouw gebruikt. De afgelopen 35 jaar nam het aantal agrarische bedrijven weliswaar met 56 procent af, maar de oppervlakte aan landbouwgrond met maar 8 procent. Dat betekent dat de overlevers in de sector de kleintjes hebben opgegeten: er heeft een enorme schaalvergroting plaatsgevonden. Zo’n 9 procent van de 56.000 land- en tuinbouwbedrijven was in het jaar 2000 groter dan 50 hectare, in 2016 al bijna een kwart.

Lees verder na de advertentie

Die omvang van de bedrijven vraagt ook om meer kennis. Dat is terug te zien in de cijfers. In 1996 had nog een kwart van de bedrijfsopvolgers alleen lager onderwijs of een lagere beroepsopleiding. In 2004 en 2008 lag dit nog rond de 15 procent. In 1996 had ongeveer een op de acht bedrijfsopvolgers een hogere beroepsopleiding of een universitaire studie achter de rug. Acht jaar later was dit al toegenomen tot een op de vier. Wat opvalt, is dat door de jaren heen de bedrijfsopvolgers op met name akkerbouwbedrijven een iets hoger opleidingsniveau hebben dan die op het gemiddelde agrarische bedrijf. Maar liefst een op de drie opvolgers heeft inmiddels een hogere beroepsopleiding of universiteit gevolgd. De boer met een bul is geen uitzondering meer.

Een derde van het aantal mensen werkzaam in de landbouw is vrouw, in 2017 ging dat om in totaal 56.000 vrouwen. Toch hebben die weinig in de melk te brokkelen. Het aantal vrouwelijke bedrijfshoofden daalde tussen 2005 en 2017 namelijk van 9 naar 6 procent. De meeste vrouwelijke leidinggevenden zijn te vinden op de paarden- en pony­bedrijven (1 op de 5). In de melkveehouderij is slechts 2 procent van de bedrijfshoofden vrouw.

Een gezonde sector met voldoende toe­komst­per­spec­tief

Gea Bakker-Smit, Rabobank

© Brechtje Rood

De akkerbouw

Aantal mensen werkzaam: 12.000
Daarnaast biedt de sector werk aan 225.300 mensen (o.a. seizoensarbeid, distributie enz.) (Bron: Rabobank)

Economische waarde: 22 miljard euro

Oppervlakte: 500.000 hectare
In 2017 bewerkte een akkerbouwer gemiddeld 42 hectare, dit was in 2000 nog 33 hectare. (CBS, 2017)

Specialist: Gea Bakker-Smit, sectorspecialist rabobank.

“De belangrijkste producten die Nederland verbouwt zijn aardappels, suikerbieten, uien, wortels en graan. De aardappels nemen ongeveer 30 procent van de akkerbouw voor hun rekening. We zijn ook goed in de aardappelverwerkende industrie, friet bijvoorbeeld. Nederland is natuurlijk een vlak land met een gunstig klimaat voor akkerbouwers. De opbrengst per hectare ligt op een hoog niveau. Met een half miljoen hectare aan bouwland zitten we wel aan de maximale capaciteit. Er kan echt niets meer bij, tenzij je grasland gaat benutten. De Nederlandse akkerbouw is een gezonde sector met voldoende toekomstperspectief. Akkerbouwers zijn in staat om kwalitatief hoogwaardige producten te verbouwen.

Maar er zijn ook pijnpunten. We zijn een dichtbevolkt land en onder meer daarom zijn de grondprijzen in vergelijking met de ons omringende landen hoog, vooral in de polder. De bodemvruchtbaarheid is een punt van zorg. Omdat we in Nederland relatief veel intensieve gewassen telen, krijgt de grond meestal weinig tijd om te herstellen. Om op termijn de bodemvruchtbaarheid te behouden, heeft de bodem deze tijd wel nodig. Tegelijkertijd is de bodem van belang voor het inkomen van akkerbouwers. Als de volgende generatie boeren nog op vruchtbare grond wil telen, moeten er nieuwe verdienmodellen worden bedacht, zodat akkerbouwers een goede beloning krijgen voor hun inspanningen de bodem vruchtbaar te maken.

Het thema milieu staat bij akkerbouwers op de agenda, maar ook hier geldt dat de sector moet worden beloond voor de extra inspanningen die worden gevraagd, ook door de consument. Die is veeleisend, maar zal voor die eisen wel iets over moeten hebben.”

Nederland moet zich blijven onderscheiden met de hoge kwaliteit van melk

Alfons Beldman, onderzoeker melkveehouderij

© Brechtje Rood

De melkveehouderij

Aantal bedrijven: 18.000

Aantal melkkoeien: 1,7 miljoen (Bron: Rabobank)

Omzet: 1,6 miljard euro in 2017

Weidegang: Zowel in 2016 als het jaar daarvoor liep 65% van de melkkoeien een deel van het jaar in de wei. In 2014 graasde 69% van de koeien nog in de wei, tien jaar geleden was dat 80 procent. (CBS)

Specialist: Alfons Beldman, onderzoeker melkveehouderij, Wageningen Economic Research.

“Het einde van de melkquotering in 2015, waardoor boeren onbeperkt melk mochten produceren, heeft ertoe geleid dat de groei van de melkproductie zich heeft voortgezet. De consequentie daarvan was dat de productie van fosfaat ook toenam. De overheid greep in en dat hielp: de fosfaatproductie is inmiddels weer afgenomen. Economisch ging het de afgelopen tijd goed met de sector. 2017 was een topjaar, ondanks de introductie van de fosfaatrechten Het wordt spannend om te volgen hoe de economieën van de ons omringende landen zich ontwikkelen: onze zuivel wordt voor een groot deel geëxporteerd naar het buitenland. Ik denk dat Nederland zich moet blijven onderscheiden met de hoge kwaliteit van melk en kaas. Er wordt ook goed geld verdiend met de export van Nederlands melkpoeder.

In eigen land zal de meeste energie de komende tijd gaan naar de reductie van het broeikasgas methaan om zo aan het Akkoord van Parijs te voldoen. Het aandeel bedrijven met weidegang neemt sinds 2015 jaarlijks weer toe na een hele lange periode met gestage daling. Ook de discussie over biodiversiteit komt langzaam echt op gang. Wat de toekomst van de melkveehouder betreft, zie ik een grotere focus op duurzaamheid en circulariteit. De sector heeft zelf onlangs een advies rond grondgebondenheid opgesteld, in essentie gericht op het omzetten van eigen gras in melk en minder afhankelijk zijn van voer van over de hele wereld. Dat is volgens mij een goede basis voor melkveehouderij in Nederland.”

De aandacht voor groen en gezond leven is gunstig voor de tuinbouw

Jan de Ruyter, ABN Amro

© Brechtje Rood

De glastuinbouw

Aantal mensen werkzaam: circa 50.000 geregistreerde dienstverbanden 

Aantal bedrijven: 2.588

Omzet: 7 miljard euro

Specialist: Jan de Ruyter, sector banker Glastuinbouw bij ABN Amro

“Over het algemeen gaat het nu goed met de sector. In de crisistijd waren de prijzen van bijvoorbeeld snijbloemen en groenten laag, dat is nu beter. Er is weer ruimte voor investeringen, die grotendeels worden ingezet voor verduurzaming. De glastuinbouw heeft de ambitie om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen en minder impact te hebben op de omgeving. Lastig, want we telen nu eenmaal producten in kassen, waar het binnen warmer moet zijn dan buiten. Maar er liggen meer uitdagingen, bijvoorbeeld op het gebied van het werven van personeel. De vraag naar flexibele arbeidskrachten neemt in de breedte toe. Seizoensarbeid wordt met het aantrekken van de economie een gevecht om handjes. Een verdere robotisering in de potplanten en vruchtgroenten kan daarbij helpen. Daar staat weer tegenover dat arbeidskrachten uit bijvoorbeeld Polen minder snel hierheen komen als de economie daar beter gaat. Toch denk ik dat de branche het meeste energie zal moeten steken in een nog groener en gezonder imago. Groene producten, maar ook een groene omgeving hebben een positief effect op mensen. De aandacht voor groen en gezond leven is gunstig voor de tuinbouw. Wel moeten we alert zijn op dat groene imago door bijvoorbeeld extra te letten op de duurzaamheid van ons voedsel.”

Vogelgriep komt nog te vaak voor

Peter van Horne, pluimvee-econoom

© Brechtje Rood

De pluimveehouderij

Aantal mensen werkzaam: 22.000 (WECR, 2015. Pluimveevlees en eieren)

Aantal bedrijven: 1920 (CBS telling 2017)

Aantal dieren: 106 miljoen (CBS-telling 2017)

Omzet: productiewaarde 1,5 miljard (WECR 2015. Pluimveevlees en eieren)

Specialist: Peter van Horne, pluimvee-econoom, Wageningen Economic Research.

“De pluimveehouderij heeft twee takken; de productie van pluimveevlees en de productie van eieren. De sector stond de laatste tijd natuurlijk volop in de belangstelling. Er was de fipronil-affaire in de eiersector, er waren gevallen van vogelgriep en er is een doorlopende discussie over vooral dierenwelzijn. Op het terrein van dierenwelzijn hebben de pluimveehouders de laatste jaren grote veranderingen doorgevoerd. Veel leghennenhouders zijn omgeschakeld naar het houden van scharrelhennen of hennen met vrije uitloop en veel vleeskuikenhouders hebben nu langzaam groeiende kippen.

Pluimveehouders hebben alert gereageerd op de veranderde wensen van de consument en van de maatschappij. Het is een dynamische branche en een gezonde branche. De laatste drie jaar presteren pluimveehouders goed met redelijke tot goede bruto-inkomens waardoor er ruimte is om te investeren in duurzaamheid. Toch is er nog genoeg werk aan de winkel. Het antibiotica-gebruik moet nog verder terug en de uitstoot van fijnstof moet verder omlaag. Probleem is ook dat vogelgriep nog te vaak voorkomt met als gevolg ruimen van dieren en ophokken van dieren. Dit vraagt om een structurele oplossing waar de sector en overheid naarstig naar op zoek zijn.

Zorgelijk is ook de toegenomen vrijhandel, waardoor er handelsakkoorden worden gesloten met meerdere landen zoals Mexico en Oekraïne. Deze landen hebben veel minder regelgeving op het gebied van voedselveiligheid en dierenwelzijn, waardoor valse concurrentie ontstaat. Nederlandse pluimveehouders moeten op een eerlijker speelveld kunnen opereren.”

Varkensboeren moeten makkelijker hun mest kwijt kunnen

Robert Hoste, econoom varkensproductie

© Brechtje Rood

De varkensbranche

Aantal mensen werkzaam: 26.000 (inclusief stalbouwers, veevoederbedrijven, slachterijen en fokkerijen etc.)

Aantal dieren: 12 miljoen varkens

Economische waarde: 8,3 miljard euro

Specialist: Robert Hoste, econoom varkensproductie, Wageningen Economic Research.

“Na een aantal moeilijke jaren, staat de sector er nu niet slecht voor. Er zijn goede prijzen voor vlees geweest en dat was ook nodig. In de varkensbranche wisselen goede en slechte tijden elkaar ongeveer om de vijf jaar af: dan weer en dal en daarna weer een top. Het aantal bedrijven is afgenomen omdat niet elke varkenshouder de lage prijzen kan overleven. Echter, de vraag naar varkensvlees vanuit China, in 2016 en 2017, heeft de prijs van vlees opgedreven. Dat heeft varkensboeren veel lucht gegeven.

Toch halveert de sector iedere tien jaar, dat geeft wel aan hoe moeilijk het is om in deze sector te overleven. Wat cijfers: er zijn ruim 12 miljoen varkens, waarvan bijna 1 miljoen zeugen (moederdieren). Die zeugen produceren ieder jaar bijna 30 nakomelingen. Na correctie voor wat sterfte worden er jaarlijks circa 25,5 miljoen dieren geproduceerd. Hiervan worden er circa 15,5 miljoen in Nederland geslacht en 10 miljoen wordt als big of als slachtvarken geëxporteerd. Nederland draagt nu voor 8 procent bij aan de Europese varkensproductie en ongeveer 70 procent gaat de grens over. We exporteren varkensvlees naar meer dan 100 landen, als je naast vlees ook staarten, poten en bloed meerekent. Duitsland is daarbij de belangrijkste handelspartner. De maatschappij is de afgelopen decennia kritischer naar de varkensbranche gaan kijken. We werden eerst bewonderd, toen geaccepteerd en nu getolereerd, hoorde ik laatst zeggen. Toch is het met het welzijn van de dieren hier niet zo slecht gesteld als critici wel beweren. Nederland heeft in het verleden een schepje bovenop de Europese welzijnseisen gedaan. Maar gelukkig weer niet zo bijzonder ver als de Zweden, die zich ermee uit de markt geprijsd hebben.

De uitdagingen voor de branche in het kort: boeren moeten makkelijker hun mest kwijt kunnen en de risico’s voor varkenshouders zijn toegenomen door schaalvergroting en onvoorspelbare geopolitieke verhoudingen.”

De Staat van de Boer is het grootste opinieonderzoek dat ooit onder agrariërs is gehouden. Met het onderzoek, en de verhalen die deze zomer volgen, wil Trouw een eerlijk en open debat over de makers van het voedsel van Nederland stimuleren. Lees meer over De Staat van de Boer op destaatvandeboer.trouw.nl.

Deel dit artikel

Een gezonde sector met voldoende toe­komst­per­spec­tief

Gea Bakker-Smit, Rabobank

Nederland moet zich blijven onderscheiden met de hoge kwaliteit van melk

Alfons Beldman, onderzoeker melkveehouderij

De aandacht voor groen en gezond leven is gunstig voor de tuinbouw

Jan de Ruyter, ABN Amro

Vogelgriep komt nog te vaak voor

Peter van Horne, pluimvee-econoom

Varkensboeren moeten makkelijker hun mest kwijt kunnen

Robert Hoste, econoom varkensproductie