Marco Visser −
30/11/11, 16:03
© Thinkstock
Een politieke unie zal Europa niet uit het slop trekken. Sterker, het zal alleen maar nieuwe problemen opleveren, waarschuwt De Amerikaanse hoogleraar economie aan Harvard University Martin Feldstein.
'Eén markt, één munt'. Met deze slogan verwierven voorstanders van de euro eind vorige eeuw steun voor een gezamenlijke munt. In de Verenigde Staten werkte het, dus moest het ook werken in Europa. Maar Europa verschilt op drie belangrijke onderdelen van de Verenigde Staten,
stelt Feldstein. Daardoor klopte de vergelijking in het verleden niet, en daardoor zal die vergelijking ook bij een politieke unie mank blijven gaan, zo verwacht hij.
Ten eerste kent de VS een arbeidsmarkt waar arbeidskrachten van gebieden met hoge werkloosheid verhuizen naar regio's met een vacatureoverschot. In Europa gebeurt dit niet omdat "de nationale arbeidsmarkten gescheiden zijn door taal, cultuur, religie, vakbondslidmaatschap en sociale zekerheidssystemen."
Het tweede verschil is dat de VS een centraal fiscaal systeem heeft en de EU niet. Bedrijven en individuen betalen het merendeel van hun belasting aan de federale overheid in Washington in plaats van aan de staat waarin ze wonen. Gaat het in een staat economisch minder, dan dalen de belastingen aan Washington. Andersom stijgt de geldstroom van Washington naar de staten zodat regionale overheden uitkeringen kunnen betalen. Voor elke dollar die een staat verliest, keert vanuit de federale overheid 40 cent terug in de vorm van belastingvermindering of financiële steun, stelt Feldstein. Hij ziet in Europa geen vergelijkbare compensatie omdat alle belastingen, subsidies en andere fondsen via nationale overheden lopen.
"Het Verdrag van Maastricht kent deze bevoegdheid van belasting innen en geld overmaken toe aan de lidstaten, een weerspiegeling van de Europese onwil om fondsen over te dragen aan mensen in andere landen zoals Amerikanen in verschillende staten dat wel doen."
Het derde verschil dat Feldstein noemt, is dat de afzonderlijke staten in Amerika wettelijk verplicht zijn om hun begrotingen in balans te brengen. Wat de hoogleraar vergeet te melden is dat de sterke eurolanden ook voor een dergelijke centrale begrotingsdiscipline pleiten, al is er weinig animo voor een echte federalistische toer. Dankzij de verplichte financiële discipline heeft "zelfs een staat zoals Californië, door velen gezien als een schoolvoorbeeld van fiscale losbandigheid, nu een jaarlijkse begrotingstekort van slechts 1 procent van het BBP".
Hoogleraar economie Arjo Klamer
schreef vorig jaar al dat "Californië het kan redden, onder meer doordat het minder belasting afdraagt aan Washington dan normaal en meer inkomsten uit Washington ontvangt. Dat alles gaat min of meer automatisch." Oftewel: In een Verenigde Staten van Europa hadden weinigen iets gemerkt van de crises in Griekenland, Portugal en Ierland omdat Duitsland de tekorten automatisch had afgedekt.
Feldstein gelooft er niet in. Een Europese politieke unie "zal niet centraal de inkomsten innen, zoals in de VS, want dan zouden Duitse belastingbetalers meer moeten betalen aan de financiering van buitenlandse overheidsprogramma's." Ook de barrières op de arbeidsmarkt met verschillende talen en culturen blijven volgens hem in een Verenigde Staten van Europa bestaan. Net als de problemen van een gemeenschappelijk monetair beleid in een gebied met verschillende conjuncturen. Daarnaast blijft het voor zwakke eurolanden die hun munt niet kunnen devalueren ook in een politieke unie lastig hun economische prestaties te verbeteren, stelt Feldstein.
Hij verwacht dat in een politieke unie Duitsland de controle zal krijgen over begrotingen, belastingen en uitgaven van de andere lidstaten. "Deze formele overdracht van soevereiniteit zou alleen maar de spanningen en conflicten die nu al bestaan tussen Duitsland en andere EU-landen verergeren."
Klamer is eveneens sceptisch over de kans dat een politieke unie de euro kan redden. "De vraag is ook of zo'n groot Europa wenselijk is. Wat willen wij allemaal opgeven om de munt te behouden? Hoeveel zelfstandigheid bijvoorbeeld? Wordt het niet eens tijd voor een fundamentele herbezinning op wat wenselijk is? Is het niet belangrijk dat we een idee hebben wat we willen wanneer de euro valt?"