opinie
Ik ben uitermate vereerd met de prijs vernoemd naar de eminence grise van de Nederlandse journalistiek: Jérôme Louis Heldring. Maar ik voel me vooral geroerd omdat het een persoonlijke keuze van Heldring zelf is. Ik beschouw de prijs daarom als een stevige handdruk van een oudere vakgenoot waaruit vertrouwen spreekt dat een traditie van ernstige beroepsopvatting wordt voortgezet. Ik dank Heldring voor dat vertrouwen.
Voor het vak kan de prijs worden verstaan als een oproep trouw te blijven aan een gedegen en eerlijke journalistiek, die zich richt op de feiten en in haar analyse en beschouwingen inzicht geeft en aanzet tot nadenken.
Om zulke journalistiek mogelijk te maken, zal de autonome sfeer van het vak scherp moeten worden bewaakt. Die autonomie bestaat wat mij betreft uit liefde voor waarheid, een onafhankelijke positie, hart voor de publieke zaak en een onuitgesproken, maar voelbaar esprit de corps, die steunt op de journalistieke en intellectuele kracht van redacties nu en in het verleden.
Een van de drijfveren van ons vak is 'comment is free, but facts are sacred'. Ook voor Heldring was dat altijd een belangrijk uitgangspunt. Wat mij in zijn columns heeft aangesproken, is dat de analyse van de feiten prevaleerde boven zijn mening over de feiten. Daarmee wilde hij niet zeggen dat de analyse objectief is en de mening per se niet. Volstrekte objectiviteit bestaat niet, en ook de koelste analyticus is geen onbeschreven blad, maar het product van een omgeving, een denkwereld. Ik ben dat met Heldring eens. Hoe scherper de analyse, hoe milder of zelfs overbodig de mening.
Voor de theorie en de ethiek van het vak is in de Nederlandse journalistiek nooit zoveel aandacht geweest. De oorzaak is mogelijk de licht anarchistische grondhouding die onze pers eigen is, vooral de Amsterdamse; we zoeken het zelf wel uit. Dat is prima zolang het debat maar gevoerd blijft worden. In die zin draagt dat lichte anarchisme zeker bij aan de integriteit en de autonomie van het vak, die van vele kanten onder druk staan, door de overlevingsdrang die bij vrijwel alle kranten ter wereld door de opkomst van de sociale media zichtbaar is, door de kortlopende contracten van journalistieke medewerkers en door het in elkaar overvloeien van journalistiek en amusement.
Geen mooiere gevoelens dan tegenstrijdige gevoelens. Daardoor was de column van Heldring altijd interessant om te lezen, vooral de laatste jaren. Zij waren als het ware het verslag van de strijd tussen de liberaal en de conservatief in hem, tussen de rede en wat verlichte geesten al gauw voor irrationeel houden.
In wat ik destijds beschouwde als zijn laatste column, die van 17 november 2011, stelde hij zichzelf de vraag of de Verlichting, waarvan hij naar eigen zeggen een kind was, niet op een grote vergissing berust. Want heeft de emancipatie van de mens 'hogere krachten' opgeleverd? Heeft de twintigste eeuw niet aangetoond dat de mens die zich van God bevrijd heeft, verleidbaar is gebleken voor andere, demonische krachten, valse goden?
Het is een indringende column, die de generaties voor wie de democratie een vanzelfsprekend is geworden, aanzet tot nadenken over de zwakke kanten van deze staatsvorm. De conclusie van Heldring was niet direct opgewekt: misschien beleven we het herfsttij van de Verlichting en van de democratie die haar gezellin is. Ik ben minder somber, maar het is zaak alert te blijven, of dat nu vanuit het NRC-motto Lux et libertas (licht en vrijheid) is, of uit de vrijheidsdrang waaruit mijn krant is geboren.
© 2013 - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.