*

 
dossier

Hans Goslinga

PvdA moet af van politiek van de herverkiezing

Hans Goslinga − 12/02/12, 12:14

Wat is er toch mis met links dat het zelfs niet weet te profiteren van de ontsporing van het kapitalisme. Voor zover daarvan een mobiliserend effect uitgaat, lijkt dat ten goede te komen aan de SP, een partij die nog nimmer de brug naar regeermacht heeft geslagen. De twee andere linkse partijen, de PvdA en GroenLinks, winnen niet in de oppositie maar tobben blijkens de peilingen met vertrouwensverlies. Misschien nog wel het meest dramatisch voor de toestand van links is dat na het uitbreken van de financieel-economische crisis 'het meest rechtse kabinet ooit' is aangetreden. Dat kabinet staat onder leiding van een liberaal, die onverminderd gelooft in de zegeningen van de vrije markt en voor de overheid slechts een beperkte rol ziet weggelegd.

Er is wel een aantal directe oorzaken aan te wijzen, zoals de faliekant mislukte samenwerking tussen PvdA en CDA in het vierde kabinet-Balkenende en de begrijpelijke behoefte bij de kiezers aan iets nieuws, maar zij verklaren niet geheel en al de malaise bij links. Dat geldt ook voor de leiderswisselingen bij alle drie de partijen. Roemer doet het goed, hij is een natuurtalent; Sap heeft haar leiderschap nog niet gevestigd, Cohen ontbreekt het opzichtig aan politiek temperament. De effecten daarvan maken een spectaculaire indruk. De SP is in de peilingen boven de dertig zetels uitgekomen, de PvdA is gezakt tot om en nabij de twintig zetels. Maar in de totale omvang van links verandert er weinig.

De linkse partijen waren en zijn en blijven vermoedelijk een grote minderheid. Deze wet van Daalder, de vader van de Nederlandse politicologie, heeft in de nationale politiek steeds een belangrijke rol gespeeld. Links heeft door haar minderheidspositie in een land waar rechts dominant was en het kapitalisme de toonaangevende ideologie nooit het karakter van een tegenbeweging verloren. De omgang met de regeermacht was daardoor telkens een moeizame. Tekenend zijn de spanningen in GroenLinks als gevolg van de steun aan de Kunduz-missie.

De Brits-Amerikaanse econoom Tony Judt schreef in zijn boek 'Het land is moe', een politiek testament dat hij vlak voor zijn dood in 2010 voltooide, dat pessimistisch gezien 'het sociaal-democratische moment niet langer duurde dan de generatie die er de aanzet toe had gegeven'. Hij doelde daarmee op de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog, toen de stroming grote invloed had op de beteugeling van het rauwe kapitalisme, dat in de jaren dertig zo verwoestend in de democratische wereld had huisgehouden.

In Nederland kregen de correcties de vorm van een verzorgingsstaat en een overlegeconomie, waarin de vakbeweging voor het eerst als zelfstandige stem van de werknemers werd erkend en niet langer werd gezien als politieke arm van links. De PvdA lukte het in die periode nog 'de werkers van hand en hoofd' te verenigen, maar met het groeien van een welvarende middenklasse en het duurder worden van de uitkeringen werd dat steeds lastiger. Volgens Judt verloor de verzorgingsstaat aan aantrekkingskracht naarmate de begunstigden ouder werden, in de jaren tachtig en negentig gebeurde dat in versneld tempo.

Tussen 1959 en 1989 heeft de PvdA slechts zes jaar meegeregeerd, zonder veel resultaten. Den Uyl had een geweldig mobiliserend vermogen, maar met zijn streven macht, kennis, bezit en inkomen te spreiden liep hij zich, door veronachtzaming van de wet van Daalder, stuk op de rechtse meerderheid. Pas door het afschudden van haar ideologische veren en aanpassing aan het neoliberale klimaat kon de partij zich in de paarse jaren negentig in het centrum van de macht handhaven. Het gevolg van de samenwerking tussen PvdA en VVD was dat er op links een gat viel waar de SP in dook en op rechts een gat waarvan uiteindelijk de PVV zich meester heeft gemaakt.

Judt schrijft het verval van de sociaal-democratie toe aan de ineenstorting van het communisme in 1989, omdat het daarna voor gematigd links moeilijk was zich te positioneren. De achtergrond waartegen de sociaal-democraten zich konden onderscheiden als hervormingsgezind doch gematigd was ineens weggevallen. Daardoor is volgens hem slechts politiek overgebleven, de politiek van de belangen, de afgunst, de herverkiezing. In mijn ogen is de afgelopen decennia in Nederland de politiek van de herverkiezing overheersend geworden, niet alleen bij de PvdA.

De moeizame verstandhouding tussen CDA en PvdA in het vorige kabinet, met name de opgepookte rivaliteit tussen Balkenende en Bos, is voor een groot deel daar op terug te voeren. In zijn testament beklaagde Judt zich over het ontbreken van politieke leiders die in staat zijn boven zichzelf en de enge partijbelangen uit te stijgen en hun morele en sociale verantwoordelijkheid te nemen. 'Politiek gezien leven wij in het land van de lilliputters', luidde zijn harde oordeel.

De Amerikaanse politicoloog Fukuyama zoekt in zijn recente essay 'De toekomst van de geschiedenis' het antwoord op de vraag naar de afwezigheid van links in intellectuele armoe. Het ontbreekt deze stroming aan een coherente visie die een moderne democratische samenleving met een brede middenklasse in een globaliserende wereld houvast en perspectief biedt. Het optreden als conservator van de oude verzorgingsstaat acht hij net zo achterhaald als de boodschap dat de middenklasse is gebaat bij steeds vrijere markten en een kleinere overheden. Een van de gevolgen van die vrije markten is nu juist kapitaal- en arbeidsvlucht uit de westerse landen naar landen met lagere lonen.

Er is dus een politiek van de terugtocht nodig, die meer omvat dan de onrealistische visies van VVD en SP, de twee partijen die nu in de peilingen het hoogst scoren.
mailIcon print | |

Plaats een reactie!

Deel jouw mening met de andere bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />