column Geen vrolijk stemmend verhaal, afgelopen dinsdag in deze krant. Kort samengevat: ervaren parlementariërs zijn even zeldzaam geworden als mussen in Amsterdam. Ze hebben 'steeds minder dienstjaren', de gemiddelde zittingsperiode per Kamerlid is in het laatste decennium rap gedaald.
Iemand als SP'er Harry van Bommel mag zich straks met zijn veertien jaar ervaring de nestor noemen. Harry van Bommel! Nestor!
Zwalken
De gevolgen laten zich raden: zoetjesaan verdwijnt het geheugen uit het parlement. Fracties, stel ik me zo voor, ontberen de ervaren brombeer (m/v) die nieuwkomers fijntjes wegwijs kan maken in het complexe parlementaire bedrijf. Dus neigen Kamerleden in toenemende mate tot 'zwalken' - simpelweg omdat ze snel moeten scoren, maar te weinig (historische) kennis van zaken bezitten. En dat tast op den duur het gezag van de Kamer lelijk aan.
Uiteraard vertrekken niet alle Kamerleden uit vrije wil. Soms is er zetelverlies, soms is het de partijleiding die ze om haar moverende redenen schrapt van de kandidatenlijst. Maar als ik me goed herinner, zijn er ook genoeg die het na een paar jaar in Den Haag zelf voor gezien houden - op zoek naar wat doorgaans een nieuwe uitdaging heet.
Hoogste ambt
Dat gejobhob is welbeschouwd behoorlijk treurig. Het gaat hier per slot niet om een baantje dat aardig betaalt en leuk staat op je cv. Het gaat hier nog altijd om het hoogste ambt in een land - althans in een land dat gezegend is met een parlementaire democratie.
De kiezers vertrouwen jou die eer toe. Dat alleen al zou iedere volksvertegenwoordiger moeten verplichten tot niet aflatende ernst en toewijding.
Het is, vrees ik, een hopeloos achterhaalde opvatting. Zie de luchtige wijze waarop de partijen dezer dagen campagne voeren voor de verkiezingen van 12 september. Sowieso is het verbijsterend dat ze nu pas zijn ontwaakt, bijna vier hele maanden nadat de datum bekend werd gemaakt. En dat terwijl aandacht trekken juist in de nieuwsarme zomer geen enkel probleem hoeft te zijn.
Nietszeggende slogans
De slogans waarmee de partijen hun campagnes larderen, wekken al evenmin de indruk dat er veel op het spel staat. 'Samen kunnen we meer', 'Voor de verandering', 'En nu vooruit', 'Hou vast aan je idealen', 'Doe mee', 'Nederland sterker en socialer' - knappe jongen die zonder voorkennis zou kunnen raden welke slogan hoort bij welke partij. Ze zijn nietszeggender dan ooit tevoren. En dus inwisselbaarder dan ooit tevoren.
Zo mogelijk nog onnozeler zijn de kandidaten die menen dat ze zich in partijkledij op markten en in winkelcentra moeten begeven - liefst mét geinig presentje. Afgelopen dagen zagen we ze voorbijtrekken in de televisiejournaals. D66-leider Alexander Pechtold deelde te Utrecht chocolademuntjes uit, Arie Slob van de ChristenUnie trakteert overal in het land op ijsjes, PvdA-lijsttrekker Diederik Samsom probeert het maar weer eens met rode rozen. Het is van een lulligheid die je op slag zou doen genezen van elk enthousiasme voor de politiek.
Ik weet het, we leven nog altijd in een uiterst gezegend land. Maar als we dat zo willen houden, dan zouden politici om te beginnen zichzelf serieus moeten nemen. Kunnen wij dat misschien ook weer.
© 2013 - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.