Het enige voordeel van stadsdelen, dat ik na lang peinzen kan bedenken, is dat je bij wijze van spreken om de hoek een nieuw paspoort kunt aanvragen – zonder ellenlange wachtrijen. Maar verder?
Misschien dat het deelraadstelsel elders wél werkt, maar in Amsterdam was het vanaf het prille begin een lachertje. Volgens de gemeentelijke website zijn de stadsdeelraden „sterk in de gebiedsgerichte uitvoering, de zorg voor een dagelijkse leefomgeving die schoon, heel en veilig is, maatwerk dichtbij de burger en kennis en bekendheid tot op straatniveau.”
Gek toch dat je daar in de praktijk zo weinig van merkt.
Klein voorbeeld: mocht het straks gaan vriezen, dan glibberen en slippen wij in dit stadsdeel over straat tot de dag dat de laatste ijsplakken vanzelf zijn weggesmolten. Een paar kilometer verderop, in een aanpalend stadsdeel, liggen de wegen er vanaf de eerste sneeuwvlok begaanbaar bij. Dat zal vast van doen hebben met iets als ’beleidsvrijheid’. Of ’prioriteitstelling’. En het is zonder twijfel kabouterleed. Maar voor bejaarde buurtbewoners allerminst. Bellen helpt trouwens niet. Het stadsdeel houdt zich net zo onbereikbaar als een louche netwerkprovider.
Even treurig is het amateurisme waarvan al die voorzitters, wethouders en deelraadsleden met vaste regelmaat blijk geven. Op zichzelf niet vreemd. Per slot is het al geen sinecure om bekwame Kamerleden te vinden, laat staan dat de lagere gremia uitsluitend bestaan uit lieden die hun democratische taak naar behoren vervullen. Maar wat we welbeschouwd zijn opgeschoten met deze aandoenlijke poging om het bestuur dichter bij de burger te brengen, heeft nog nooit iemand me kunnen uitleggen.
Enige sympathie voor het voornemen in het regeerakkoord om de ’deelgemeenten c.q. deelgemeenteraden’ af te schaffen zal ik dan ook niet verhelen. Aanvankelijk moesten onze bestuurders daar om glimlachen, maar maandag bleek dat het kabinet er ernst mee maakt. Minister Donner van binnenlandse zaken noemde de stadsdelen „een experiment dat we beter kunnen beëindigen”.
Zijn gelijk werd een dag later bevestigd door het schimmenspel rond de stadsdeelvoorzitter van Amsterdam-Oost, Fatima Elatik. Begin oktober werd deze PvdA-lieveling meegesleept in de val van haar wethouder annex partijgenoot die het stadsdeel voor 30 miljoen euro garant had laten staan voor een ’muziekmakerscentrum’. Buiten medeweten van de raad, welteverstaan.
Daar deed Elatik in een brief nogal luchtigjes over. Te luchtigjes vond de oppositie, sowieso al geërgerd door het feit dat zij tijdens Sail op rekening van het stadsdeel voor 35.000 euro een schip had gehuurd. Na een rumoerige raadsvergadering stapte de PvdA uit de coalitie en trad de voorzitter terug.
Maar netjes je verantwoordelijkheid nemen voor wanbestuur – het lag de PvdA blijkbaar toch te zwaar op de maag. Achteraf vond de partij dat ze te rigoureus was geweest en best in de coalitie had kunnen blijven. Er kwam een lijmpoging. Met als gevolg dat Fatima Elatik nu gewoon weer op het pluche zit. Ze had ’spijt’, zei ze stralend tegen de lokale televisiezender. En dat de bewoners in Oost het zo fijn vinden dat ze is teruggekeerd. En dat was dat.
Het duurt nog even voor mijn paspoort verloopt. Maar ik zal er te zijner tijd met groot genoegen voor in de rij gaan staan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.