*

 
dossier

Elma Drayer

Sneu genoeg wil het ditmaal niet lukken

Elma Drayer − 12/08/10, 00:00

Sinds half juni staat op het dak van het Centraal Museum te Utrecht een zwarte luidsprekerbox. Vijfmaal daags klinkt daaruit de islamitische oproep tot gebed over het aangrenzende kerkplein – keurig op de voorgeschreven tijden.

Het betreft hier, u raadde het al, een dekselse ’installatie’, bedacht door de Rotterdamse kunstenaar Jonas Staal. Zijn project is onderdeel van de overzichtstentoonstelling ’Recht voor zijn raap’, met werk van jonge kunstenaars die de afgelopen jaren een startstipendium ontvingen. De nieuwe generatie, constateerde het museum bij voorbaat verheugd, blaakt van maatschappelijk engagement.

Wat heet. In deze krant mocht Staal op 24 juni uitleggen wat hij beoogde met zijn gebedsoproep. Kunstenaars moeten de samenleving ’een spiegel voorhouden’ – hij zei het zonder enige ironie. Met de gebedsoproep wilde hij „de angst zichtbaar maken die in onze samenleving heerst voor wat wij zien als het vreemde”. Wij bevinden ons namelijk in een ’identiteitscrisis’. „We zijn bang voor een religie die krachtig overkomt.”

Waarschijnlijk vlaste Staal toen nog op flinke ophef. Eerder was hem dat immers moeiteloos gelukt.

In 2005 kwam hij met de ’Geert Wilderswerken’. Op zestien locaties in Den Haag en Rotterdam plaatste hij bermmonumentjes voor de politicus, met portretfoto’s op de boom, bloemen, een teddybeer, waxinelichtjes. Helaas, Wilders hapte, en deed aangifte van bedreiging.

Daarop belandde de kunstenaar enkele dagen in de cel. Uiteraard werd hij vrijgesproken: de rechter oordeelde tot tweemaal toe dat de rouwmonumentjes weliswaar bedreigend leken, maar niet aldus waren bedóéld.

Sindsdien is Staals ster in het wereldje onmiskenbaar rijzende: lezingen, debatten, lof voor zijn ’vlijmscherpe’ visie op de rol van de kunst in de hedendaagse samenleving (in NRC Handelsblad).

Sneu genoeg schiet het met de commotie rond de Utrechtse gebedsoproep tot nog niet op. Bijna twee maanden later hebben zich – voor zover ik kan nagaan althans – nog geen bange kleinburgers bij het museum gemeld. Er volgden geen protesten van PVV-zijde, geen schuimbekkende stukjes op weblogs, geen vragen in de Utrechtse gemeenteraad.

Maar zie, deze week verscheen op de Vara-site Joop.nl een gloeiend betoog van de kunstenaar – wellicht in de hoop alsnog enige aandacht te genereren, voordat de tentoonstelling half september sluit.

Volgens Staal kun je de gebedsoproep te Utrecht prima vergelijken met de gong van de beurs op Wall Street. En geloven in een almachtige God is hetzelfde als de aanschaf van een lot bij de Staatsloterij. Het lot biedt een toegang tot het grote mysterie van de westerse wereld”, schrijft hij. „Dat mysterie noemen wij de economie, of, in tijden dat het woord nog iets populairder was, kapitalisme.” Trouwens, dit geloof in het kapitaal ligt ten grondslag aan ’de internationale westerse terreur’. Die dan ook op ’precies dezelfde manier’ werkt als de terreur van de ’zogenaamde radicale islamisten’. „De dag dat gelovigen onze samenleving overnemen is een dag die ik niet zou kunnen onderscheiden van vandaag.”

Heus, de jongeman doet zijn best. Maar dat de Utrechters nu wél in de gordijnen klimmen lijkt me zo goed als uitgesloten. Zij zien vermoedelijk wat de kunstenaar in zijn conceptuele armoede niet ziet: dat de keizer wel héél weinig kleren draagt.

mailIcon print |