*

 
dossier

Elma Drayer

Weg met de hedendaagse opvoedhysterie

Elma Drayer − 06/05/10, 00:00

’Labelkinderen’ – het lijkt me een term die rap ingang zal vinden. Zaterdagavond kwam het NCRV-programma ’Rondom 10’ met een uitzending over het toenemend aantal ’probleemleerlingen’ dat de Nederlandse klaslokalen bevolkt.

Hoeveel meer dat er zijn dan wanneer stond er uiteraard niet bij. Maar vooraf was wel een onderzoekje uitgezet dat de stelling krachtig moest onderbouwen. Ruim 2300 leerkrachten deden eraan mee. En 85 procent van de geënquêteerden, las ik in de krant, vindt dat probleemkinderen hun ’extra werkdruk’ bezorgen.

Daar zal vermoedelijk niemand van opkijken. Interessanter was een andere uitkomst. Driekwart van de betreffende docenten weet genoemde stijging „aan de hoeveelheid prikkels die kinderen te verwerken krijgen”.

Nu is dat een verklaring die je vaker hoort. Meestal krijgen dan de televisie, computerspelletjes, mobieltjes en iPods de schuld. Klinkt logisch. En die nieuwlichterijen zullen ook heus invloed hebben op het kinderbrein. Maar zo huiveringwekkend dat ze hoofdverantwoordelijk zijn voor het groeiende aantal ’labelkinderen’?

Het onderzoek zelf er maar eens bijgepakt. En zie. Onder de vraag ’Hoe verklaart u de groei van het aantal kinderen dat een etiket krijgt wegens een leerprobleem of gedragsstoornis?’, stonden negen antwoordmogelijkheden. Leerkrachten konden bijvoorbeeld aankruisen dat het lag aan ’de toename van het aantal gebroken gezinnen’ (vindt 14 procent). Of aan ’de groeiende druk op kinderen om te presteren’ (denkt 34 procent). Of aan het feit dat docenten zelf vaker problemen signaleren (meent 56 procent). Of aan die prikkels dus. Maar dat de verklaring schuilt in de hedendaagse opvoedhysterie stond er als optie niet bij. Terwijl die toch zo voor de hand ligt.

De Franse filosofe Elisabeth Badinter vatte de trend onlangs treffend samen onder de noemer l’enfant roi. Het kind is in dit tijdsgewricht geen vanzelfsprekend onderdeel meer van het bestaan, het zit in het moderne huisgezin op de troon. En het ganse universum moet draaien om diens welbevinden.

Namen onze (groot)ouders een kind met een vlekje als een kind met een vlekje, het zeer gewenste, bewust geplande kind van nu is een project waarin wij investeren. En dat mag beslist niet tegenvallen. Zo’n kind dient alle ouderlijke dromen waar te maken.

Het móét wel slim, sociaal vaardig, ondernemend en talentvol zijn – en bij voorkeur tegelijkertijd. Blijkt dat in de praktijk anders uit te pakken, dan gaan ouders op zoek naar ’erkenning’. Naar een deskundige die hen gerust kan stellen met een klinkende diagnose. Om vervolgens bij de school speciale begeleiding te eisen.

Natuurlijk, bij echte ’probleemleerlingen’ valt die extra zorg alleen maar toe te juichen. Maar dezer dagen heet een kind zonder taalgevoel per definitie dyslectisch, krijgt een rusteloze kleuter meteen het etiket ADHD, moet een teruggetrokken meisje minstens lijden aan een ’stoornis uit het autistische spectrum’, en is dat matig presterende jochie eigenlijk hoogbegaafd.

Niemand meer die hardop durft te zeggen dat dit stuk voor stuk aandoeningen zijn waarmee je ook onbehandeld heel best op je pootjes terecht kunt komen. En vooral: dat te veel aandacht voor de kinderziel weleens net zo schadelijk zou kunnen zijn als te weinig.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />