De Oostenrijkse parachutist Felix Baumgartner is gedurende zijn recordsprong even in een zogeheten flat spin terechtgekomen, zo vermoedt hij. Dat was vooraf de meest gevreesde toestand waarin hij zou kunnen verzeilen. Op de een af andere manier wist hij zijn lichaam weer onder controle te krijgen. Dat vertelde Baumgartner zelf op een persconferentie zondagavond.
Daarmee kan deze recordsprong iets zeggen over de stabiliteit bij een sprong van extreme hoogtes. Bij een 'normale' parachutesprong kun je jezelf positioneren met kleine bewegingen. Je hoeft je hand maar uit te steken en je stuurt jezelf in een nieuwe positie. In de vacuümachtige omstandigheden van de stratosfeer botsen er minder luchtdeeltjes tegen het lichaam, en duurt het dus ook langer voordat een springer een reactie voelt als hij probeert te manoeuvreren.
Het gebrek aan controle kan ertoe leiden dat een parachutist gaat tollen. De flat spin is daarbij berucht, waarbij het lichaam horizontale radslagen maakt. In de stratosfeer zijn drie rondjes per seconde niet uitgesloten. De bloeddruk in de hersenen kan bij zulke draaisnelheden zo hoog worden dat je eraan sterft. Zijn uitrusting beschermde Baumgartner tegen dit gevaar door bij een flat spin met een speciaal ontwikkelde remparachute die hem kon stabiliseren.
Drie wereldrecords
Maar die heeft Baumgartner dus niet gebruikt, hij kon zichzelf op tijd weer een juiste richting meegeven. Het team gaat nu alle data analyseren die tijdens de vlucht zijn verzameld om te kijken wat er precies gebeurde.
Baumgartner heeft met zijn sprong drie wereldrecords verbroken. Die van hoogste sprong: 39045 meter. Daarvan bracht hij er 36529 door in vrije val. Ook ging nog nooit iemand zo hard naar beneden: 1342.8 kilometer per uur, ofwel 1,24 de snelheid van het geluid.
© 2013 - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.