*

 
dossier

Wetenschap

'Promoveren is werk, geen studie'

Laura van Baars − 04/10/11, 08:56

Nederlandse promovendi maken zich grote zorgen over hun baan. Nu nog genieten ze de status van 'werknemerpromovendus', in dienst van de universiteit voor vier jaar, met een redelijk startsalaris van ruim 2000 euro bruto per maand en goede regelingen voor pensioen of zwangerschapsverlof.

Maar die zekerheden lijken binnenkort voorbij. Als het aan staatssecretaris Zijlstra en de universiteitenkoepel VSNU ligt, zal er een nieuw type promovendus ontstaan die geen salaris ontvangt, maar juist collegegeld betaalt. Hij krijgt een studiebeurs, is niet langer werknemer, maar wordt weer student.

Matthias van Rossum promoveert aan de Vrije Universiteit op sociaal-historisch onderzoek naar culturele verschillen op VOC-schepen. Hij wil er minder dan vier jaar over doen. Gemiddeld duurt promotieonderzoek in Nederland zo'n vijf jaar.

"Veel korter dan andere landen, die werken met het PhD-systeem. In Duitsland of de VS is het zeven jaar. Dat komt mede door de goede arbeidsomstandigheden hier. Wij hoeven geen bijbaan te nemen om ons hoofd boven water te houden."

Want een studentpromovendus zonder rijke ouders of een flinke spaarpot gaat het volgens het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) en de vakbonden CNV Publieke Zaak, Abvakabo en VAWO niet redden. De onderhandelingen tussen de universiteitenkoepel VSNU en het ministerie van onderwijs lopen nog, maar de vakbond gaat ervan uit dat de promovendus straks een uitwonende studiebeurs van 934 euro netto krijgt. Daar moet het collegegeld van 1713 euro per jaar nog vanaf, plus de studieboeken.

De wet moet aangepast worden voordat universiteiten studentpromovendi mogen hebben, al bestaan er ook in Nederland plekken voor studenten die promoveren. Dat is niet altijd zoals het hoort. De Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit van Amsterdam boden promovendi een beurs aan, maar zijn door de rechter teruggefloten. Ze hadden een contract moeten krijgen. Als studentpromovendus bouw je geen pensioen, arbeidsongeschiktheidsverzekering of WW op.

De VSNU zet de lobby voor de studentpromovendus ondertussen door, en lijkt succesvol. "We moeten er ernstig rekening mee houden dat er straks een Kamermeerderheid voor zal zijn", zegt Linda Klumpers, voorzitter van het PNN. De NVSU wil aansluiten bij buitenlandse universiteiten die ook met bursalen (PhD-studenten) werken. Het zou grensoverschrijdend onderzoek makkelijker maken.

Na de invoering van het Bachelor/Master-stelsel, is dit de volgende stap. Promoveren zou met deze contracten ook minder duur worden voor de universiteiten. Al moet ook staatssecretaris Zijlstra toegeven dat een financiƫle onderbouwing daarvoor ontbreekt.

Op het gebied van de arbeidsvoorwaarden staan de VSNU en de promovendi lijnrecht tegenover elkaar. Saskia Marsman van CNV Publieke Zaak: "Wij willen dat er in Nederland voor studentpromovendi een sociaal verantwoord minimum van levensonderhoud komt. Bovendien moeten er voorzieningen komen voor pensioen, ziekte en werkloosheid."

Maar de koepel wil niet weten van een werknemersstatus met secundaire arbeidsvoorwaarden voor de studentpromovendus. "Wij willen een beurs die voorziet in het levensonderhoud, zonder dat aanvullende fondsen of werk nodig zijn", zegt een woordvoerder. "Met het ministerie van financiƫn overleggen we over mogelijkheden van fiscale voordelen. Maar een werknemersstatus is in strijd met het idee van een bursaal."

Klumpers denkt dat het klimaat voor de Nederlands wetenschap door de mogelijkheid van studentpromovendi alleen maar verslechtert. "Buitenlandse promovendi komen juist naar Nederland omdat ze hier goed betaald worden en les mogen geven. Hier hebben ze een echte baan, en de sociale contacten die daarbij horen. Moet je het doen van een krappe beurs, en mis je de inbedding van een baan, dan bouw je niets op met Nederland."

'We worden serieus genomen'

"Ik verdien 2612 euro per maand bruto. Ik woon alleen en geef niet veel uit, dus ik kom goed rond. Maar het lijkt mij niet makkelijk om van dit salaris een huis te kopen of een gezin te onderhouden. Het startsalaris van 2042 euro ligt ver onder dat van een universitair afgestudeerde. Ik vind mijn arbeidsvoorwaarden redelijk. Wij hebben een cao waarin verlof geregeld is voor zwangerschap, ouderschap of ziekte. Er is WW, pensioen en wachtgeld. Maar er is wel veel getouwtrek over de uitvoering van deze voorwaarden. Vrouwen krijgen vaak geen extra tijd voor hun proefschrift als ze een paar maanden zwangerschapsverlof opnemen. Onze arbeidsomstandigheden zijn dan wel weer heel goed. We worden serieus genomen als wetenschapper, doen zelfstandig onderzoek, geven onderwijs, presenteren op internationale congressen. Of mijn promotie mij op weg helpt naar een mooie baan, weet ik niet. Vooral buiten de academie wordt de extra ervaring niet altijd gewaardeerd."

"Ik krijg een beurs van 1594 euro netto per maand. Ik ben Duitser, maar Nederlandse studentpromovendi krijgen 1710 euro netto.

'Een auto, uit eten of vakantie zitten er niet in'

Ik moet zelf voor pensioen en zorgverzekering zorgen en om een fiscaal voordeel te behouden, mag ik tijdens mijn PhD niet trouwen of in deeltijd werken. In Groningen zijn de beurzen hoger dan elders. In Delft krijg je maar 1250 euro. Dat is onlangs opgehoogd van 800 euro, toen Chinese bursalen bij de voedselbank waren aangetroffen. Een auto, vakantie of uit eten zit er met mijn beurs niet in. Ik werk net als gewone promovendi soms wel 8 tot 10 uur per dag, maar ik word witter, terwijl zij met een bruine kop uit Thailand terugkomen. Ik geef geen les, maar begeleid wel studentassistenten. Die ervaring telt officieel alleen niet omdat ik niet in dienst ben van de universiteit. Omdat ik geen 'werkervaring' heb, denk ik dat mijn promotie niet helpt bij het vinden van een baan in de private sector. En voor een onderwijsbaan aan de universiteit kiezen ze weer eerder een werknemerpromovendus."
mailIcon print | |

Plaats een reactie!

Deel jouw mening met de andere bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />